Uit verveling en angst om achter te blijven beginnen mensen aan het tweede leven

Voor driedimensionaal internet doorbreekt, hebben de meeste eerstelingen veel tijd verspild, ontdekt Maarten Huygen.

Wie door het internetland Second Life heeft gedwaald, begrijpt waarom Adam en Eva het paradijs hebben verlaten. Op secondlife.com kun je jezelf als poppetje, een zogenoemde avatar, inschrijven. Je mag er rondhangen, wandelen, vliegen, rijden en allerlei oorden bezoeken, zoals zwembaden, dancings of winkelstraten. Ik heb het ook gedaan en al gauw kreeg ik afkeer van de vage gedaanten met brede torso’s of grote borsten en in strakke broeken gehulde lange benen. Vrijwel iedereen die ik zag, was een sportieve versie van een 25-jarige. Dat is de gedroomde leeftijd.

Iedereen in Second Life is bovengemiddeld en bezit geen persoonlijke eigenschappen, wel stijlkenmerken. Tel daar bij op de beroerde, trage video en je gaat je vervelen. Wie zich dan misdraagt, kan door de Grote Gouverneur Linden van deze paradijselijke site worden verdreven.

Er is al een straf uitgedeeld in de echte wereld aan een student die met zijn digitale pop, de avatar, een andere pop had verkracht. Dat zal niet meevallen, want toen ik naar mijn eigen geslacht zocht, kon ik er geen vinden. Het aangerande vrouwelijke poppetje werd kennelijk bediend door een vrouw. Dat weet je op internet nooit zeker. De avatars zijn onsterfelijk maar niet seksueel onschendbaar, want volgens recent onderzoek schijnt een derde van de deelnemers juist naar poppenseks op zoek te zijn. De vrouw was zo getraumatiseerd van de onwerkelijke verkrachting dat de dader uit zijn universiteit werd gezet, zijn echte. Het bestuur van die instelling kan er nooit van worden beschuldigd dat het niet met zijn tijd meegaat. Zou het adres van de poppenschenner ook op de site voor zedendelinquenten worden gepubliceerd met GPS-coördinaten en afstand tot het eigen adres erbij?

Vermenging van fictie en werkelijkheid kwam ter sprake in een debat over Second Life afgelopen donderdag in een afgeladen zaal met 250 mensen in de Universiteit van Tilburg, onder wie veel vrouwen. Het driedimensionale internet heeft de sulletjesstatus definitief achter zich gelaten. Maar toen de gespreksleider vroeg wie Second Life wel eens had bezocht, gingen er maar enkele tientallen vingers omhoog. Het is niet gek dat de meesten iets beters hadden te doen.

De Nederlandse behoefte trendy te zijn getuigt meestal niet van moed maar van verveling en de angst om achter te blijven. Na een uitzending van het Journaal over Second Life overstroomden Nederlanders de site en het systeem liep vast. Het aantal deelnemers groeide van 165.000 vorig jaar mei tot meer dan vier miljoen nu, onder wie een groot contingent Nederlanders die bijna allemaal een breedbandverbinding hebben, graag trendy binnen zitten en op internet rondhangen.

Bedrijven willen profiteren. Randstad heeft een virtueel kantoor gebouwd om personeel te werven. Terecht, want de deelnemers kunnen beter iets nuttigers doen. Hippe hogere onderwijsinstellingen gaan op Second Life lesgeven, al hebben ze geen idee wat precies. Zo’n bibberige video-omgeving is in veel opzichten onhandiger dan een echte collegezaal. De Vrije Universiteit van Amsterdam bouwt een digitale campus. De grote FontysHogeschool die meer vernieuwt dan onderwijst, wil een ‘interactieve leeromgeving’ voor zijn studenten want ‘vorm, interactie en motivatie zijn voortdurend van invloed op elkaar’. De Europese Unie overweegt om op Second Life een kantoor te openen. En dat allemaal op de site van een bedrijf in San Francisco dat de privacy van de deelnemers niet eerbiedigt.

Op de conferentie hoorde ik de clichés over nieuwe paradigma’s, globalisering, leven in netwerken en multipele identiteiten. Interessanter vond ik gedetailleerde presentaties. De vers in communicatie afgestudeerde David de Nood had voor zijn ICT-denktank EPN zo’n 245 vragenlijsten van Second Lifers verzameld en ze bleken geenszins de wereldvreemde binnenvetters waar ze voor worden gehouden. De meesten zijn hoogopgeleid en hebben een drukke baan. Toch kon ik me moeilijk de door hem beschreven vrouw voorstellen die tussen werk en kind naar school brengen ook nog tien tot veertig uur per week de tijd had voor Second Life. Dan moet er iets ontbreken aan het eerste leven.

Er zijn wel voordelen aan poppen die door een driedimensionale ruimte gaan waar je op een plat scherm diepte kunt zien. Hoogleraar economische psychologie Fred van Raaij wees erop dat mensen met een gemeenschappelijke belangstelling elkaar in een digitaal gebouw kunnen ontmoeten en op elkaar kunnen reageren. Een nieuw ontwerp voor een stadhuis kan op Second Life worden uitgeprobeerd. Op de lange termijn zullen mensen steeds vaker een klein kringetje van oude bekenden of gelijkgestemden opzoeken zoals nu ook op MSN en bij e-mail gebeurt.

Uit onderzoek blijkt dat de digitale poppen steeds meer op hun gebruikers lijken. Zelfs de eerste rolstoelers zijn al gesignaleerd, net als in het echt. Als de technologie vooruitgaat, bestuur je een afbeelding van jezelf met video-opnamen van mimiek en gezicht. De volgende stap is dat de digitale pop de lichaamsbewegingen van de gebruiker overneemt. Er zijn al digitale tennisspellen, waarbij de gebruiker met een echte elektronische knuppel zwaait. Maar als de poppen meer op hun gebruikers gaan lijken, durven die minder, net als in het echte leven. Volgens Van Raaij hebben Second Lifers net zo goed sociale vaardigheden nodig.

Er wordt in Second Life fictief geld verdiend met digitale diensten. Eilanden worden aangekocht, er wordt gehandeld in huizen, er zijn gokhallen. Mensen kopen en verkopen, maar er is ook heftige inflatie van de zogenoemde Lindendollar. Binnen een paar weken ging de koers van 250 naar 275 op één echte dollar. Second Life kan instorten. Driedimensionaal internet heeft een grote toekomst, maar tot dan hebben de meeste mensen er weinig aan. Er moeten echte dijken worden versterkt, verenigingen worden bestierd en er moet kennis worden verworven. Wie wacht tot het nieuwe is uitontwikkeld, is meestal beter af. De meeste deelnemers weten de nieuwe technologie niet uit te buiten. Wie op een digitaal strand gaat liggen, verveelt zich thuis.