Trauma Swissair niet verwerkt

De afgelopen weken stond de voormalige top van de vliegtuigmaatschappij Swissair voor de rechter. Zoals iedereen vreesde, kon het management zich niet meer herinneren ooit een fout te hebben gemaakt.

Elke dag kwamen ze naar de hoorzittingen in het tot rechtbank omgetoverde gemeentehuis van Bülach, vlakbij het vliegveld van Zurich: oud-piloten of keukenpersoneel van Swissair en kleine aandeelhouders die bij het faillissement van de Zwitserse luchtvaartmaatschappij in 2001 in één klap hun spaargeld verloren. Voor hen moest het proces tegen de negentien voormalige bestuursleden, commissarissen en bankiers van Swissair - waarvan de hoorzittingen op 16 januari begonnen en gisteren eindigden – het begin zijn van een katharsis.

Wat deskundigen vreesden, is de afgelopen weken gebeurd. Hoewel nooit eerder zoveel leden van de Zwitserse zakenelite terecht hebben gestaan, en zeker niet wegens mismanagement, hebben de meeste beklaagden zich in stilzwijgen gehuld. Op een enkeling na weigerden diegenen die sleutelrollen hadden bij de roemloze neergang van Swissair de drie rechters te vertellen wat zij weten.

De reden die ze daarvoor opgeven, is dat 18.000 gedupeerden gezamenlijk drie rechtszaken tegen sommige van deze oud-bestuurders hebben aangespannen om financiële compensatie te krijgen. Elk woord in Bülach kon deze drie zaken beïnvloeden. Het enige wat alle negentien beklaagden kwijt wilden, was dat ze onschuldig zijn.

De rechters gaan zich nu beraden, vonnissen worden niet voor eind mei verwacht. De aanklager heeft relatief lage straffen geëist. Zo hangt Mario Corti, de laatste topman van Swissair, minimaal zes maanden en maximaal 28 maanden boven het hoofd, plus een boete. Tegen de anderen zijn straffen tot 18 maanden geëist. Omdat geen van allen een strafblad hebben, is de kans groot dat zij hun eventuele straffen voorwaardelijk opgelegd krijgen.

Zo heeft het proces vooral symbolische waarde. Die moet niet worden onderschat. Swissair was zeventig jaar lang hét toonbeeld van Zwitserse degelijkheid – de maatschappij werd hier wel liefkozend ‘de vliegende bank’ genoemd. Het faillissement was voor de trotse Zwitsers een dreun.

Hoe groot het trauma na vijfeneenhalf jaar nog steeds is, blijkt wel uit het grote aantal sociologen dat in de pers het proces mag becommentariëren. ‘s Lands meest bezochte film in 2005 was het docu-drama Grounding, waarin iedereen opnieuw kon beleven hoe arrogante, inhalige Zwitserse bankiers Swissair naar de slachtbank voerden. De behoefte aan zondebokken is enorm, en niet alleen bij diegenen die hun baan of spaarcenten verloren.

Dat Swissair diep in de schulden zat, werd pas maanden voor het faillissement bekend. Op zich was dat niet vreemd. Sinds 1994, toen de maatschappij strategieën moest bedenken om de groeiende concurrentie het hoofd te bieden, had Swissair aandelen genomen in verliesmakende Europese maatschappijen als Sabena en LOT. Andere grote carriers fuseerden. Maar de Zwitsers vreesden dat ze hun ‘eigenheid’ zouden verliezen, en kozen voor expansie: kleinere maatschappijen overnemen.

Dit kostte zoveel geld, dat Swissair in 2000 al zo’n 3 miljard euro schuld had. Het management verborg dat en de commissarissen grepen niet in: ze eisten geen reorganisatie, laat staan een koerswijziging. Toen de Swissair-top in 2001 werd vervangen en Mario Corti aantrad, voormalig financieel directeur bij voedingsbedrijf Nestlé, was de schuld van Swissair opgelopen tot 6 miljard euro. De banken weigerden hem nieuw krediet, onder meer omdat Corti hún reddingsplan, inclusief herstructurering, niet accepteerde.

De aanslagen van 11 september waren de genadeklap. Op 2 oktober werden alle toestellen wereldwijd aan de grond gezet: geen geld voor kerosine. De schuldenlast was bijna tien miljard euro en 40.000 passagiers strandden. Swissair sleepte Sabena mee de afgrond in. Uit de resten van Swissair werd in 2002 met overheidshulp Swiss opgezet. Mede dankzij een overname door Lufthansa kwam Swiss vorig jaar uit de rode cijfers.

Wie wat fout heeft gedaan, is na de wekenlange hoorzittingen moeilijk te bepalen. Corti, een van de weinigen die uitvoerig en emotioneel heeft getuigd, beschuldigt de banken; de banken beschuldigen hem. Sommige oud-bestuurders keken elkaar in de rechtzaal niet eens aan.

„Mismanagement op zich is in Zwitserland niet strafbaar,” zegt Daniel Jositsch, een hoogleraar aan de universiteit van Zürich die geregeld naar Bülach kwam om ’s lands eerste echte corporate case te volgen. De beklaagden kunnen alleen veroordeeld worden wegens vergrijpen als fraude en valsheid in geschrifte.

Wat de mensen op de publieke tribune vooral gemist hebben, is dat vrijwel geen van de beklaagden zelfs maar de moeite heeft genomen zijn spijt te betuigen tegenover personeel en aandeelhouders. De meesten stapten zonder commentaar in hun auto en reden weg. Als de rechters straks met deze zaak klaar zijn, rest de sociologen nog meer werk.