‘Shell is een koopje geworden’

2006 was een recordjaar voor fusies en overnames in het internationale bedrijfsleven. Die golf zet nog wel even door, verwacht adviesbureau Roland Berger. Ook in Nederland.

Na jaren van rust zit er sinds 2005 weer flinke beweging in de internationale fusie- en overnamemarkt . Vorig jaar steeg de waarde van bedrijfsverkopen, wereldwijd, naar een record van ruim 4 biljoen dollar (3,1 biljoen euro). Een derde daarvan kwam voor rekening van Europese bedrijven – in meerderheid gefinancierd door Amerikaanse private equity-partijen.

Voorlopig komt er geen einde aan deze fusie- en overnamegolf. Dat stelt adviesbureau Roland Berger in een maandag te verschijnen rapport over de Europese fusie- en overnamemarkt. Gesprek met de opsteller van het rapport, consultant Arnoud van der Slot.

Op basis waarvan denkt u dat het nog niet voorbij is met de fusies en overnames in het Europese bedrijfsleven?

„Fusies en overnames hebben een aantal drijfveren. Voor dit jaar zien we een aantal van die belangrijke factoren gelijktijdig optreden. In de eerste plaats valt er binnen het Europese bedrijfsleven nog veel te consolideren. In de afgelopen jaren waren de meeste overnames vooral financieel gedreven, door externe investeringsmaatschappijen, en minder strategisch, door branchegenoten. In sommige sectoren is er nog veel aan schaalgrootte en besparingen te bereiken, bijvoorbeeld in de farmaceutische industrie, de ict-sector en de bouw.”

En wat nog meer?

„Ten tweede is er ongelofelijk veel geld beschikbaar bij internationale private equitypartijen. In de afgelopen twee jaar hebben de vijftien grootste angelsaksische private equitypartijen bij institutionele beleggers zeker 173 miljard dollar opgehaald. Daar kun je heel wat overnames van financieren.

„Daarnaast komen er heel wat bedrijven die eerder in handen van private equity vielen opnieuw op de markt. De meeste van hun investeringen hebben een looptijd van 5 tot 7 jaar. Van de huidige portefeuilles van private equitymaatschappijen is 31 procent langer dan 5 jaar geleden aangekocht. De tweede ronde is begonnen.”

Die bedrijven kunnen naar de beurs worden gebracht, of worden doorverkocht aan andere investeringsmaatschappijen. Is er voor de nieuwe eigenaren dan opnieuw uitzicht op waardestijging?

„Dat is geen enkel probleem. De huidige eigenaren hebben vooral door slimme financiële trucjes waarde weten te creëren, bijvoorbeeld door het overgrote deel van hun investeringssom extern te laten financieren, en af te lossen met de kasstroom van het overgenomen bedrijf. Die hebben hun investering vaak allang en breed terugverdiend. Datzelfde trucje is door de volgende eigenaar nog wel een keer uit te voeren.”

Hoe zal de markt die u beschrijft zich in Nederland ontwikkelen?

„Nederland is na Engeland het meest in trek gebleken bij angelsaksisch private equity. Die belangstelling zal zeker voor het middelgrote bedrijfsleven nog wel even blijven bestaan, al lopen de prijzen in die hoek flink op. Een snelgroeiend bedrijf als supermarktconcern Jumbo is rijp voor een overname, ook al beweren de eigenaren [familie Van Eerd, red.] dat ze niet willen verkopen. Daar moeten ze nog maar eens over nadenken, want ze kunnen nu echt de hoofdprijs pakken. Ook de lijst met al overgenomen bedrijven die voor investeringsmaatschappijen het einde van de looptijd bereiken is lang. Vezelproducent Acordis bijvoorbeeld, werd al weer acht jaar geleden door CVC van Akzo Nobel overgenomen.”

En de grote multinationals?

„De opkomst van activistische aandeelhouders zal doorzetten. Dat zet veel in beweging. Zie Stork, zie ABN Amro. Het aantal bedrijven of bedrijfsonderdelen dat te koop komt neemt toe – dat zag je aan VNU. Ik geloof dat ook een bedrijf als Shell niet langer onaantastbaar is. Dat zal problemen blijven houden met de toegang tot energiebronnen, zoals in Rusland vorig jaar. Daarnaast is zijn infrastructuur en netwerk erg interessant. En hun beurswaarde, van 160 miljard? Dat is in het huidige investeringsklimaat een koopje. Door private equity gemakkelijk te financieren. Al is een strategische overname waarschijnlijker.”