‘Rotterdam fungeert weer eens als het afvoerputje’

Angst regeert bij bewoners in de omgeving van de Rotterdamse Waalhaven, waar het asbestschip Otapan wordt gesaneerd. „Een vonkje is zo geboren.”

Een levensgroot spandoek had ze aan de gevel van haar woning bevestigd. Een paar uur later was het verdwenen. De dader? Jil van Wingerden, bewoonster van de Zuidhoek in de Rotterdamse wijk Oud-Charlois, zegt het niet te weten. „Het enige dat ik weet is dat hier ook flink wat mensen wonen die hun brood verdienen in de asbestverwerking, dus die zullen wel niet zo blij zijn geweest met mijn protestactie.”

Ruim twee weken nu is het Turkse asbestschip Otapan terug in de haven van Rotterdam, waar de zwaveltanker 42 jaar geleden te water ging onder de naam Harry C. Webb. Maar blij met de hereniging zijn de omwonenden niet. Integendeel: „We zijn boos omdat we laat en onvolledig zijn geïnformeerd, en ongerust vanwege het gevaar”, zegt voorzitter Chris Oskam van de bewonersvereniging Oud-Charlois.

De allesoverheersende vraag van de bijna 22.000 omwonenden uit de drie ‘getroffen’ woonwijken (Oud-Charlois, Heijplaat en Wielewaal) laat zich volgens bewoner André Patijn als volgt samenvatten: „Hoe haalt iemand het in zijn hersens om zo’n levensgevaarlijk gevaarte bij ons voor de deur te parkeren?” En: „Is er in heel Nederland nu werkelijk geen veiliger plek te vinden dan hier, vlakbij drukbevolkt gebied?”

Ongetwijfeld, maar het bedrijf dat de openbare aanbesteding van het ministerie van VROM toegewezen kreeg, scheepsreparateur Balck, is nu eenmaal gevestigd aan pier 2 van de Waalhaven. Volgens de milieudienst Rijnmond (DCMR) voldoet de vergunning aan alle wettelijke eisen, en worden de strengst mogelijke veiligheidsmaatregelen in acht genomen bij de sanering van de 77 ton bruine asbest op het ‘dode schip’.

Maar de bewoners twijfelen aan die beloften, en stapten gisteren naar de rechter. Zij betwisten de geldigheid van de vergunning. „Dit hele verhaal rammelt aan alle kanten”, zegt Oskam. „Eerst zou het puin worden afgevoerd naar Barneveld, toen naar Dordrecht en nu ineens weer naar de Maasvlakte. Wie moeten wij nou nog geloven? Eén ding is zeker: met onze belangen is op geen enkele wijze rekening gehouden.”

Het vertrouwen in de autoriteiten, voor zover die al groot was, is dan ook tot een minimum gedaald. „We worden geminacht”, bromt voorzitter Louis van Kooten van bewonersorganisatie Wielewaal. „Onze wijk is nog steeds niet geïnformeerd. Over onzorgvuldigheid gesproken!”

Wethouder Dominic Schrijer (Werk, Sociale Zaken en Grotestedenbeleid) is zelf bewoner van Heijplaat (2.200 inwoners). Hij toont begrip voor de woede. „Ik heb alle vertrouwen in de DCMR, maar we hadden als gemeente zorgvuldiger te werk moeten gaan.” Dinsdagavond mag een aantal bewoners alsnog op de koffie bij burgemeester Opstelten.

Een deel van de angst ‘op Zuid’ is terug te voeren op de verwoestende brand, ruim een maand geleden, in de haven van Velsen-Noord. „Hier wil de brandweer ons doen geloven dat ze, in het geval van calamiteiten, binnen drie minuten ter plekke zijn”, schampert Wim Spek. „Dat gelooft geen mens. Ja, op zondagmorgen, maar de rest van de week staat het verkeer hier zo vast dat ze die grens van zes minuten niet eens zullen halen.”

Ook het feit dat tijdens de sanering geen sprake is van open vuur, zoals laswerkzaamheden, heeft de angst niet kunnen wegnemen. „Ze zijn daarbinnen pneumatisch aan het knippen, zoals dat zo mooi heet, te midden van brandbare rotzooi”, zegt Spek. „Als je per ongeluk een hamer laat vallen, is een vonkje zo geboren en staat de hele bliksemse boel in de hens.”

Het verleden verklaart een deel van de sentimenten. Het gebied telt relatief veel asbestdoden. „Sommige oudere bewoners hebben letterlijk tot hun enkels in de asbest gestaan als werknemer van de RDM”, zegt voorzitter Dick Lockhorst van de deelgemeente Charlois. „Die mensen hebben al veel collega’s verloren, en kennen de gevaren van dat kankerverwekkende spul als geen ander.”

Steun hebben de bewoners toegezegd gekregen van de lokale linkse partijen, die willen voorkomen dat „de Otapan de eerste in een lange reeks van Turkse asbestschepen wordt dat hier wordt gesaneerd”. Want ook dat sentiment leeft: het knagende gevoel dat Rotterdam andermaal fungeert als het afvoerputje van Nederland en de stad „de rotzooi uit Amsterdam” mag opruimen. „De hoge heren hadden een probleem en dus mag Rotterdam het oplossen’’, zegt Oskam, die bijval krijgt van zijn voorganger Spek. „Weet u wat ons probleem is? Wij zijn het slachtoffer van onze eigen beschaving, wij hadden meteen moord en brand moeten schreeuwen.”