Perfecte Puccini-pelgrimage door Toscane

Renate van der Zee sjeest in een snelle auto langs de plaatsen waar de componist Puccini woonde en werkte, van Lucca tot Viareggio

Er zijn honderden redenen om af te reizen naar Toscane, maar de componist Giacomo Puccini (1858-1924) vormt wel een buitengewoon aangename. Een kleine pelgrimage naar de plekken waar deze wereldberoemde Toscaan woonde en werkte, voert langs oorden waar het heerlijk toeven is.

Puccini was dol op snelle auto’s en speedboten en hees zich, zoals een oude foto uit Viareggio bewijst, zonder morren in het zijspan van een motor. Huur voor deze tocht dus, geheel in de stijl van de maestro, een mooie auto. Belangrijkste accessoire: een cd-speler. Want de beste manier om het gevoel te krijgen dat je groots en meeslepend aan het leven bent, is door de heuvels van Toscane te sjezen met keihard het ‘Te Deum’ uit Tosca aan. Of, als dat iets te zwaar op de maag ligt, het ‘Bloemenkoor’ uit Madama Butterfly.

slordige partituren

De perfecte Puccini-pelgrimage begint in Lucca, de stad waar de componist in 1858 werd geboren. Hoewel Puccini zelf niet zo weg schijnt te zijn geweest van Lucca – te provinciaals, waarschijnlijk – is het een heerlijke plaats om te bezoeken. Trek er een dag voor uit en begin bij zijn geboortehuis. Dit is een bescheiden museum waar onder meer de piano is te zien waaraan de doodzieke meester zijn laatste opera, Turandot, componeerde, alsmede een collectie portretten, brieven en zijn onleesbare partituren. Want zo onberispelijk als de flamboyante Italiaan gekleed ging, zo slordig zagen zijn partituren er uit.

Vlakbij zijn geboortehuis staat de San Paolino-kerk, waar in 1877 voor het eerst een compositie van Puccini werd uitgevoerd, een motet voor bariton, koor en orkest. De San Paolino was ook een van de kerken waar hij als tiener het orgel bespeelde om wat bij te verdienen, want zijn vader was gestorven toen Giacomo vijf jaar oud was en zijn moeder moest acht kinderen in leven zien te houden. Het orgelspelen in de kerk wisselde hij af met het bespelen van de piano in de cafés en danslokalen in het centrum van Lucca en in het nabij gelegen kuuroord Bagni di Lucca.

Vergeet niet om in Lucca het Caffè Di Simo te bezoeken, waar de componist regelmatig kwam. Dit schitterende café, dat aan een vriend van Puccini toebehoorde, is op zichzelf al een bezienswaardigheid met zijn belle époque-lampen en mahoniehouten lambriseringen. Bestel een cappuccino en een lekker taartje en zet je neer in de tuinkamer met de roze verwarming. Het is makkelijk je in deze ambiance de maestro voor te stellen, gekleed in een geweldig pak, messcherpe vouw in de broek, hoed zwierig schuin op het hoofd, kettingrokend, discussiërend met vrienden terwijl zijn geloken ogen ondertussen het vrouwelijk schoon nauwlettend in de gaten houden. Die geweldige pakken en geloken ogen gaven de maestro een air van arrogantie, maar dat was bedrieglijk: Puccini viel regelmatig ten prooi aan moordende onzekerheid over de kwaliteit van zijn werk.

het bed van de componist

De echte Puccini-fans doen na hun bezoek aan Lucca het dorpje Celle dei Puccini aan, waar het voorvaderlijk huis van de componist staat en waar de kleine Giacomo regelmatig in zijn jeugd is geweest. Het huis in Celle is tegenwoordig een museum dat de bezoeker onder meer het bed toont waarin de componist is geboren, de fonograaf die hij van Edison kreeg en de lauwerkrans die hij ontving na zijn eerste operasucces en die hij aan zijn stervende moeder bracht.

Daarna gaat de tocht naar Torre del Lago, waar Puccini het grootste gedeelte van zijn leven heeft gewoond. In dit kalme dorpje dat peinzend uitkijkt over het Meer van Massaciuccoli vond hij de rust om te componeren. Hij kon zich er ook ongestoord wijden aan zijn tweede grote passie: de eendenjacht. „Na de piano is het geweer mijn favoriete instrument”, zei hij zelf, al schijnt hij niet zo’n geweldig schutter te zijn geweest.

In de villa in Torre del Lago zijn Puccini’s geweren en jachttrofeeën nog te zien en ook de piano waarop hij zijn beste werk heeft gecomponeerd. Dit was het huis waar hij zijn vrienden ontving, vissers en jagers uit het dorp en kunstenaars met wie hij de Club della Bohème oprichtte, een hut met een strodak waar ze verkleedpartijen hielden en andere laat negentiende-eeuwse gekkigheid uithaalden.

Maar Torre del Lago was niet alleen het decor voor grappen en grollen, er had ook een groot drama plaats. Na een auto-ongeluk was Puccini een tijdje aan een rolstoel gekluisterd en zakte hij weg in een depressie. Het dienstmeisje dat was aangenomen om te helpen bij zijn verzorging, Doria Manfredi, was te toegewijd naar de smaak van Puccini’s jaloerse echtgenote Elvira. Zij beschuldigde het arme kind openlijk van ontucht met haar man, waarop het meisje zelfmoord pleegde. Nadat de dorpsdokter had vastgesteld dat Doria nog maagd was, werd Elvira tot gevangenisstraf veroordeeld, hetgeen Puccini weliswaar wist af te kopen, maar een schandaal was onvermijdelijk.

badplaats viareggio

Dat was overigens geen reden voor de componist om zijn geliefde Torre del Lago te verlaten. Dat deed hij later pas toen de herrie en de stank van een turffabriek er zijn leven vergalden. Drie jaar voor zijn dood vertrok hij naar de badplaats Viareggio waar hij een villa had laten bouwen. Die staat er nog steeds, maar is niet geopend voor bezoek. Zijn vertrek uit Torre del Lago bescheef Puccini, nooit gehinderd door gebrek aan gevoel voor drama, als de ‘grootste smart van mijn leven.’

Maar eigenlijk heeft Puccini Torre del Lago nooit verlaten, want in dit dorp, dat nog steeds peinzend uitkijkt over het meer, is hij begraven. Bovendien worden zijn opera’s er elk jaar uitgevoerd in een openluchttheater aan het meer. De verstandige Puccini-pelgrim plant zijn reis dus in juli of augustus, de maanden waarin dit festival plaatsheeft.

Het prettige aan Torre del Lago is dat je niet wordt gestoord door smakeloze Puccini-merchandise. Het theater is niet idioot groot en het publiek bestaat uit een amusante mix van in campingkleren gehulde Engelsen en tiptop verzorgde Italianen.

Afgelopen zomer was er onder meer een nieuwe enscenering van Tosca te zien waarin erg goed werd gezongen. De jonge tenor in de rol van Cavaradossi had de moed om bij het hartverscheurende ‘E lucevan le stelle’ niet, zoals gebruikelijk, lekker uit te pakken, maar juist heel ingetogen te zingen. Hij werd beloond door een koele wind die vanaf het meer opstak en tijdens de aria zachtjes het haar van het publiek beroerde. Een betoverend moment.

Maar het meest betoverende moment van zo’n avond heeft plaats wanneer je terugslenterend door het dorp langs de Villa Puccini komt en je realiseert dat dit de plek is waar al die aangrijpende muziek is geschreven. Dat dit de plek is waar de componist, toen hij rond middernacht La Bohème had voltooid en Mimi had laten sterven, in onbedaarlijk snikken uitbarstte. Om kort daarna, in het tenue van een Romeinse keizer, weer het hoogste woord te hebben tijdens een verkleedfeest.

Geboortehuis Puccini, Corte San Lorenzo 9, Lucca. Tel. 0583-584028.

Kerk San Michele in Foro, Piazza San Michele, Lucca.

Kathedraal San Martino, Piazza San Martino, Lucca. Tel. 0583-957069.

Caffè di Simo, Via Fillungo 58, Lucca. Tel. 0583-496234.

Voorvaderlijk huis, Via Meletori 27, Celle dei Puccini (Pescaglia). Tel. 0583-359154.

Villa Puccini, Piazza Belvedere, Torre del Lago. Tel. 0584-341445.

www.puccinifestival.it