Ons indiaantje 2

In het Zaterdags Bijvoegsel van 3 en 4 maart konden wij lezen hoe het Tropenmuseum `met goed fatsoen` een deel van zijn collectie kwijt wil. Een van de argumenten is dat het materiaal in het verleden is gebruikt voor dubieus onderzoek. Maar waar ligt de grens tussen ethisch en onethisch museumbezit? Een volgende stap wordt dan misschien het in Egypte herbegraven van de wereldwijd verspreide mummies. En onze musea bezitten nog veel meer materiaal dat ons confronteert met dubieus gedachtegoed uit het verleden, bijvoorbeeld de aan het einde van de achttiende eeuw op grote schaal vervaardigde `negerpendules`. En wat te denken van de genrevoorstellingen van Adriaen en Isaac van Ostade en van Jan Steen, waarop lieden uit de toenmalige maatschappelijke onderklasse werden afgebeeld als vieze, zuipende, beestachtige wezens?

Het is de vraag of het vernietigen of verbergen van deze bewijsstukken van onze cultuurgeschiedenis een weg is die wij moeten willen bewandelen. Als al deze stille getuigen eenmaal zijn weggemoffeld, dan wordt het ook gemakkelijker om de bijbehorende geschiedenis te vergeten, of in twijfel te trekken. Het kuisen van de nationale geschiedenis associeer ik juist met de regimes die voor schedelmetingen in het verleden een grote belangstelling toonden.