Nieuwe brug werkt beste als hij vastzit aan één voortand

Moderne bruggen, ter vervanging van uitgeslagen of getrokken voortanden, kunnen het best vastgemaakt worden op een manier die contra-intuïtief is: niet aan beide tanden die er naast liggen, maar slechts aan één. Dat toont de bijna zestigjarige Arnhemse tandarts Anne van Dalen aan in zijn proefschrift waarop hij onlangs promoveerde aan de Universiteit van Amsterdam.

Bruggen worden nog altijd veel gebruikt ter vervanging van tanden. Hoewel titanium kunstwortels met daarop een kroon een vaste plaats in de zorgverlening hebben ingenomen, is de toepassing ervan om gezondheidsredenen niet altijd mogelijk. Verder zijn de kosten van zo’n voorziening hoog.

In de vorige eeuw werden bruggen geplaatst door de tanden en kiezen naast het verloren gegane gebitselement te slijpen, en die ieder van een kroon te voorzien. Hiertussen werd een zogenaamde dummy, een kunsttand of kies, aangebracht. Bij dergelijke driedelige bruggen ging veel gezond tandweefsel van de naastgelegen gebitselementen verloren.

Met de opkomst van nieuwe kunststof materialen kwamen zogenaamde adhesiefbruggen in de belangstelling. Bij dergelijke bruggen wordt de dummy met composietcement vastgelijmd aan de achterkant van de naastgelegen tanden of kiezen. Bij dit type bruggen, die veel worden aangebracht bij de voortanden, gaat weinig tandweefsel verloren en de vervangingen zijn fraai. Bovendien zijn de kosten veel lager dan bij klassieke bruggen.

Toch gaan deze bruggen door het kauwen nogal eens los zitten. Ze kunnen dan uit de mond vallen. Van Dalen laat zien waarom kauwkrachten het loskomen van de bruggen veroorzaken en hoe dat valt te voorkomen. Door het kauwen ontstaat frictie in de cementlagen waarmee de brug aan de naastliggende tanden is gelijmd, en de brug komt los.

Merkwaardig is dat tandartsen merken dat wanneer zo’n brug aan één tand wordt vastgeplakt, de duurzaamheid toeneemt. Met behulp van een computersimulatie en koeientanden, waarvan het glazuur grote overeenkomsten vertoont met dat van de mens, toonde Van Dalen aan waarom dat het geval is.

Bij het houvast van de brug aan één tand bleek de eerder genoemde frictie in de cementlaag veel minder dan wanneer de brug aan twee gebitselementen was vastgeplakt.

Daarnaast speelden vooral het type cement, de plaats van de brug in de tandboog en de voorbehandeling van het tandoppervlak een grote rol. Sommige combinaties van het gebruikte cement en de voorbehandeling werken slecht, terwijl andere van deze combinaties in de laboratoriumsituatie uitstekend functioneren. M.A.J. Eijkman