Nieuw peil

Begin februari publiceerde het Intergovernmental Panel on Climate Change (IPCC) zijn nieuwste klimaatrapport (zie onder andere `Nieuw Peil`, W&O 10 februari). Rond die tijd liet fysisch geograaf Salomon Kroonenberg (TU Delft) in verschillende televisieprogramma`s zijn licht schijnen over de problematiek. Hij benadrukt dat klimaatsverandering `van alle tijden is` en gelooft dat de mens over 10.000 jaar blij zal zijn met de CO2 die wij nu de atmosfeer in blazen; een nieuwe ijstijd zal dan niet zo koud zijn. Ook verwijst hij naar onze publicaties in Nature en Science over historische perioden waarin de CO2-concentraties net zo hoog waren als ze in de toekomst zullen zijn. Dus,” zegt hij, waar maken we ons zorgen over?”

Wij, paleoklimaatonderzoekers gespecialiseerd in de relatie tussen CO2-concentratie en het klimaat in het verleden, zijn van mening dat de feiten anders liggen.

Tot in de jaren `70 werd aangenomen dat er binnen 10.000 jaar een ijstijd zou kunnen ontstaan door de specifieke positie en stand van de aarde ten opzichte van de zon binnen regelmatige variaties. Sindsdien is met behulp van ingesloten belletjes in ijskappen de CO2-concentratie afgeleid die vroeger in de atmosfeer heeft geheerst. Uit deze metingen is gebleken dat de CO2-concentratie gedurende de afgelopen 10.000 jaar heeft gevarieerd tussen de 260 en 280 parts per million (ppm). Dit zijn typische waarden die in de afgelopen 600.000 jaar voorkwamen tijdens de relatief warme periodes tussen ijstijden, de interglacialen. Echter, tijdens de ijstijden was de CO2-concentratie maar ongeveer 180 ppm, wat een flink aandeel had in de lage mondiaal gemiddelde temperatuur. De huidige CO2-concentratie is met 380 ppm dus al heel uitzonderlijk.

Volgens het IPCC kan de CO2-concentratie in een eeuw oplopen tot wel 1.000 ppm, bijna vier keer de pre-industriële waarde en zal daarna nog verder stijgen. Dat is de laatste 40 miljoen jaar niet voorgekomen. Wij onderzoeken daarom de `fossiele broeikasperiode` tussen 65 en 35 miljoen jaar geleden, in de tijdvakken Paleoceen en Eoceen. In die extreem warme periode ontbraken ijskappen en lag de zeespiegel minstens 70 meter hoger dan nu. Er groeide regenwoud op Antarctica en Groenland, compleet met krokodillen. 55 miljoen jaar geleden werd daar bovendien in enkele honderden jaren ongeveer net zoveel CO2 de atmosfeer ingebracht als nu door de mens. Wij hebben aangetoond dat het daardoor nog eens 5 graden warmer werd, dat dier- en plantensoorten richting polen migreerden en dat de oceanen verzuurden. Vervolgens duurde het 150.000 jaar voordat de extra CO2 was onttrokken aan de atmosfeer en het klimaat zich herstelde. Dat zal nu waarschijnlijk even lang duren. Het staat daarom vast dat de komende 1.000 tot 2.000 jaar grote delen van de huidige ijskappen zullen smelten. Er zal een klimaatsevenwicht ontstaan dat miljoenen jaren niet meer heeft geheerst. Juist vanuit een geologisch perspectief wordt duidelijk dat de huidige CO2-toename een veel grotere rol gaat spelen dan Kroonenberg beweert.