Man is niet altijd de dader bij huiselijk geweld

Huiselijk geweld is nooit normaal (NRC Handelsblad, 23 februari). Dat is juist. Maar huiselijk geweld opblazen en de man steeds aanwijzen als de dader is niet juist. Vorig jaar zijn weer cijfers over (de brede definitie van) huiselijk geweld verspreid. Dit naar aanleiding van een onderzoek naar de 57.000 door politie geregistreerde incidenten in 2005. Volgens onderzoeker dr. Henk Ferwerda gaat 41 procent van de meldingen van huiselijk geweld over lichamelijk geweld, dus 23.370 incidenten. Voorts 35 procent over psychisch geweld en 17 procent over bedreiging.

Bij de ziekenhuizen melden zich voor behandeling volgens het Letsel Informatie Systeem (LIS) ongeveer evenveel mannelijke als vrouwelijke slachtoffers van geweld `in en om huis`: circa 9.500 slachtoffers per jaar. Opvallend is dat tweederde van de aangeefsters bij politie niet de Eerste Hulp consulteert, en dat slechts een kleine groep van de mannelijke slachtoffers van de Eerste Hulp aangifte bij politie doet. Waarschijnlijk is dat omdat de mannelijke slachtoffers zich schamen. Maar waarschijnlijk ook omdat bij de instanties hetzelfde vooroordeel bestaat als in de hoofdstroom van de samenleving, namelijk dat bijna altijd vrouwen slachtoffer zijn van huiselijk geweld en mannen de dader. Dat zien we ook terug in de Sire-campagne: `Ik zie, ik zie wat jij niet ziet en het is zwart`. In drie van de vier radiospotjes wordt gesuggereerd dat de vader (of oom) de dader is van huiselijk en seksueel geweld.