Lijntje met de provincie breekt

Provinciale Staten hebben sinds woensdag minder leden. Daardoor moeten bestuurders zich minder met details gaan bezighouden. Voor de regionale partijen is geen plaats meer.

Hij heeft al zijn vrienden gebeld, of ze een baantje voor hem hebben. En binnenkort gaat hij naar het Centrum voor Werk en Inkomen om bijstand aan te vragen. Pierre Seeverens (63) zat de afgelopen vier jaar als eenmansfractie in de Provinciale Staten in Limburg, de ‘gemeenteraad’ van de provincie.

Maar dat is nu voorbij. Zijn partij, Limburgs Belang, kreeg woensdag ongeveer 4.140 stemmen. Vier jaar geleden was dat nog genoeg geweest voor een zetel in de Staten. Maar de kiesdrempel is nu twee keer zo hoog: achtduizend stemmen voor een zetel.

En dus is Seeverens politicus af. Hij had geen betaalde baan naast het Statenlidmaatschap. „Als eenmansfractie moest ik alles alleen doen, dus had ik geen tijd om ernaast te werken.” Hij leefde van de vergoeding die hij als Statenlid kreeg: 985 euro netto per maand. Nog twee jaar heeft hij recht op zeventig procent daarvan als wachtgeld.

In totaal zijn er bij deze verkiezingen tweehonderd Statenleden minder gekozen dan voorheen. Vooral kleine, regionale partijen verdwijnen uit de Staten. Bijvoorbeeld de partijen die in 2003 als LPF-afdeling stemmen binnenhaalden – en nu vaak een andere naam hebben. Grotere partijen werden eenmansfracties, zoals D66 in vijf provincies.

Een kleiner bestuur zal zich meer richten op hoofdlijnen en minder willen ‘meebesturen’ was de gedachte achter de wetswijziging. Oud-minister van Binnenlandse Zaken Bram Peper (PvdA) kwam met het idee, zijn latere collega Klaas de Vries (ook PvdA) voerde het uit.

De Tilburgse politicoloog Marcel Boogers weet niet of dat effect er ook zal zijn. Hem valt op dat bijvoorbeeld eenmansfracties zich meestal niet beperken tot een paar onderwerpen. „Zij proberen vaak toch alles te doen, en willen overal over meepraten.” Boogers denkt dat vergaderingen nu „nog saaier” zullen worden. „Want elke fractie wil iets zeggen over elk onderwerp.”

Naast de Fortuyn-residu’s zijn er ook andere slachtoffers, zoals de koepels van lokale partijen uit gemeenten. „Die zijn opgericht om vanuit gemeentenbesturen een lijntje te hebben met de provincie,” zegt Boogers. Maar de partij Friese Gemeentebelangen en de Nieuw Limburg Partij zijn dat lijntje woensdag kwijtgeraakt.

Pierre Seeverens kwam in 2003 als afdeling van de LPF in Provinciale Staten. Maar na anderhalf jaar veranderde hij de naam in Limburgs Belang, toen de landelijke LPF zich van de ene crisis in de andere stortte. „Op werkbezoeken moest je zo’n LPF-badge op, en dan werd er meewarig naar je gekeken: daar heb je er weer zo één.” Maar zijn vertrek uit de Staten werd indirect wel weer door de LPF afgedwongen. Die fractie gaf enkele jaren geleden in de Eerste Kamer de beslissende stem voor verkleining van de Staten.

De Friese Commissaris van de Koningin, Ed Nijpels, vindt het goed dat Provinciale Staten kleiner zijn geworden. Ze zijn zelfs nu nog aan de grote kant, zegt hij. „Onze provincie is met 73 Statenleden ruim bemeten. En dat er provincies in het Westen zijn met meer dan tachtig Statenleden is van de gekken.”

Maar het gaat erom, zegt hij, dat leden van de Staten niet mee willen besturen, maar het bestuur controleren en het land in trekken als volksvertegenwoordiger. „Hoeveel Statenleden daarvoor precies nodig zijn, weet ik niet.”

Marcel Boogers ziet dat de traditionele bestuurderspartijen nu weer de dienst uitmaken in de provincies. „De lokale partijen, die vooral in de jaren tachtig ontstonden, zijn grotendeels verdwenen.”

Die ontwikkeling was ook al zichtbaar bij de gemeenteraadsverkiezingen in 2006. Boogers: „Bij de vorige provinciale verkiezingen in 2003 konden de lokale partijen nog meeliften op Fortuyn-sentimenten, maar dat is nu voorbij. En de meesten hebben zich blijkbaar niet voldoende geprofileerd op regionale onderwerpen. Proteststemmen zijn nu meer naar de SP gegaan. Bovendien gingen deze verkiezingen ook over de landelijke politiek.”