Leven is kunst is gekte is schoonheid

Tentoonstelling: Kurt Schwitters en de avantgarde, t/m 28 mei in museum Boijmans Van Beuningen, Museumpark 18-20 Rotterdam. Di-zo 11-17u. Inl.: 010 4419400, www.boijmans.nl

Popmusici waren niet de eersten die zalen op hun kop zetten. Toen de Duitse kunstenaar Kurt Schwitters in 1923 op een ‘dada-veldtocht’ in Nederland zijn absurde klankgedichten brullend voordroeg, brak het schouwburgpubliek de tent af. Schwitters kwam uit de Dada-beweging maar betitelde zijn eigen kunst met een andere onzinterm: ‘Merz’. Met dit betekenisloze woordje, van een willekeurig papiersnippertje geleend, relativeerde hij de ernst van kunst zoals ook Dada dat deed.

Schwitters (1887-1948) stapte in 1918 van de academie in de wereld van avant-garde, een wereld van protest, drank en rumoer. Kunstenaars zagen artistieke onrust als het enige adequate antwoord op de politieke onrust die Europa verscheurde. Na de wereldoorlog leek alles zinloos, ook kunst. Schwitters was modernist én anti-modernist; vol liefde componeerde hij abstract-geometrische collages, maar wel van straatafval. Net zoals dadaïst Marcel Duchamp een urinoir tot kunst verhief, deed Schwitters dat met troep - waarbij hij tegelijk kunst op één lijn stelde met onzin.

In museum Boijmans Van Beuningen is nu een overzicht te zien van Schwitters’ werkzame leven – van 1918 tot 1948. Het is niet gewoon een kennismaking met deze hier weinig bekende avant-gardist; het thema is Schwitters de netwerker. Boijmans heeft honderd van zijn werken omringd met tweehonderd werken van zijn vele vrienden – Balla, Arp, Van Doesburg, Kandinsky, Hepworth, enzovoort.

De overeenkomsten zijn talrijk. Schwitters kopieerde Balla’s futuristische lijnen, ontdekte Kandinsky’s geometrie, en eindigde in het surrealisme. Maar altijd waren zijn lijnen ronder, zijn kleuren milder, en zijn collages minder definieerbaar. Hij plakte tramkaartjes op verpakkingen, niet op politieke spotprenten. Hij speelde met waarde versus zinloosheid.

Het beeld dat Boijmans schetst van de succesvolle netwerkkunstenaar klopt dan ook maar deels. Door het Nazisme viel de bruisende avant-garde in de jaren dertig uiteen en bleef Schwitters eenzaam achter, in ballingschap en armoede, tot zijn dood vrezend voor weer een oorlog.

Toen performancekunstenaar Rirkrit Tiravanija drie jaar geleden dezelfde zaal van Boijmans kreeg aangeboden voor een retrospectief, besloot hij om deze leeg te laten en gidsen te laten vertellen over zijn acties. Ook bij Schwitters, die toch zoveel tastbaar werk heeft nagelaten, wringt museale stilte. Aan zijn kleine collages en abstracte doeken zie je niet wat voor charismatische levenskunstenaar hij was. Zijn werk is zelfs wat tam naast de hardere lijnen van de meer dogmatische Van Doesburg of Kandinsky.

Boijmans weet dat. Het heeft een theater uit 1923 nagebouwd, een slim idee om de gekte van de Dada-veldtocht enigszins te benaderen. „Deng deng deng doh doh oooh” dendert Schwitters nasale stemgeluid uit de boxjes. Zo absurd moet zijn abstracte kunst in die tijd ook geleken hebben.

Kurt Schwitters grapte dat hij van onzin hield omdat het zelden artistiek gebruikt was. „Het doel is serieus”, zei hij over zijn Merzkunst, „de weg erheen vol humor”.

Zijn kunst en leven draaiden op onzin, toch viel het zinloze bestaan hem één keer te zwaar: toen tijdens de Tweede Wereldoorlog terwijl hij in Groot-Brittannië – verbleef een bombardement op zijn woonplaats Hannover zijn ‘Merzbau’ had vernietigd. Alle ruimtes, muurtjes en hokjes die hij had gemaakt waren weg. Die pijn kwam hij niet meer te boven. De Merzbau was zijn levenswerk. Het was een kunstwerk dat zijn huis opslurpte: muren en plafonds verving hij door witte reliëfs waar sculpturen aan hingen met knipsels en cadeautjes van kunstenaarsvrienden. Boijmans toont een gedeeltelijke reconstructie en het is het hoogtepunt van de tentoonstelling. Hier stond Schwitters voor: het versmelten van leven en kunst, gekte en schoonheid, kunsttempel en kermisattractie.

Wil je als museumbezoeker Schwitters begrijpen, trotseer dan de chronologie. Begin in de Merzbau, ga dan naar het theater, bekijk dan de rest, en eindig nogmaals in de Merzbau. Dan voel je een beetje hoe avant-garde ooit zaaltjes en de wereld schokte.