Kousbroek speculeert op kwaadaardigheid van de lezer

In zijn artikel in Opinie & Debat, van 3 maart haalt Rudy Kousbroek met voorliefde Multatuli aan om de eigen afkeer van het christelijk geloof te schragen met uitspraken van de grote Nederlandse auteur. Wanneer de citaten weergeven wat Multatuli over het geloof dacht, vind ik het niveau verbijsterend. Dergelijke oppervlakkigheid had ik van Multatuli niet verwacht. Kousbroek bespeurt in de uitspraken van Multatuli een geweldige humor. Het is mij een raadsel wat aan deze clichématige opmerkingen humoristisch is. Humor kwam ik eerder tegen in de ontlening aan Heinrich Heine in het artikel van Maarten Huygen op dezelfde pagina van de krant. Het meest storend aan Kousbroeks stuk is de betiteling van de Leidse neerlandicus Jaap Goedegebuure als ”de kneus J. Goedegebuure”. Wanneer Goedegebuure uitspraken heeft gedaan die Kousbroek `kneuzig` vindt, dan moet hij uitleggen waarom hij dat vindt. Maar het etiketteren in absolute zin van een tegenstander met behulp van een beledigende term is ronduit erbarmelijk. Of valt dit soms ook onder de term `humor`? Ik beschouw het eerder als speculeren op de kwaadaardigheid van de lezer.