Koreaan Kang-Seok Lee wint sprint in recordtijd

De Koreaanse schaatser Kang-Seok Lee is in Salt Lake City wereldkampioen geworden op de 500 meter. De 22-jarige sprinter reed in de tweede race een wereldrecord van 34,25, waarmee hij 0,05 seconde sneller was dan de oude toptijd van de Japanner Joji Kato.

Niet eerder in de historie van de WK afstanden was de strijd op de kortste afstand zo spannend als gisteren. Na de eerste race stonden vijf sprinters binnen 0,05 seconde van de eerste plaats. Kang-Seok Lee was van hen de enige die zich in de tweede race verbeterde.

Na een razendsnelle opening van 9,46 kon hij op het tweede rechte eind naar tegenstander Tucker Fredricks toerijden. Met een vlekkeloze laatste bocht, waarin hij de linkerarm op de rug hield, legde hij de basis voor zijn wereldrecord. De Japanner Yuya Oikawa eindigde als tweede en de Amerikaan Fredricks als derde, omdat hij in de tweede race sneller was dan de Koreaan Kyu-Hyuk Lee, die dezelfde totaaltijd had.

Kang-Seok Lee, die internationaal debuteerde in 2004, is de eerste Koreaan die het wereldrecord op de 500 meter bezit. De nummer drie van de Olympische Winterspelen in Turijn stond dit seizoen wat in de schaduw van zijn landgenoot Kyu-Hyuk Lee, die in Hamar de wereldtitel sprint won. Kang-Seok Lee deed niet mee aan de titelstrijd omdat hij de voorkeur gaf aan de Universiade in Turijn. Hij reed daar overigens een snellere 500 meter dan de deelnemers aan het WK in Hamar. Vorige week kwam hij bij de wereldbekerfinale in Calgary al tot 34,43. Hij werd er tweede mee in de daguitslag en vierde in de eindstand over het hele seizoen.

Op de sprint leek dit seizoen sprake van een machtsvacuüm. Het keizerrijk van Hiroyasu Shimizu, vijfvoudig wereldkampioen op de 500 meter, behoorde al even tot het verleden. De Canadese topper Jeremy Wotherspoon (wereldtitels in 2003 en 2004) heeft een jaar pauze genomen. Olympisch kampioen Joey Cheek stopte, de zilveren Rus Dorofejev is al het hele jaar geblesseerd.

Er staan genoeg (jonge) sprinters klaar om de hegemonie over te nemen. De helft van de deelnemers in Salt Lake City had al eens een wereldbekerwedstrijd gewonnen. De Koreanen maakten dit jaar een grote sprong in pure snelheid. De Japanners beschikken over de man met de snelste opening, Okaiwa (9,40). De Finnen Koskela en Poutala verbeterden zich spectaculair. De 22-jarige Fredericks brak door, ondanks een gebrek aan trainingsfaciliteiten. En als in oude Alma-Ata tijden reed de Rus Lobkov in januari in Kolumna stiekum de toen één na snelste tijd ooit: 34,35.

Tussen het aanstormend sprintgeweld hield de pas 20-jarige debutant Jan Smeekens zich redelijk staande. Na twee 34-ers eindigde hij als dertiende. Vooral zijn eerste race was sterk. Hij ging daarin brutaal de strijd aan met Kato, die hij met slechts 0,04 seconde verloor. De routiniers Erben Wennemars en Jan Bos kwamen niet verder dan de plaatsen 14 en 16.