In de war

Geen stad verandert zo snel als het Turkse Istanbul, metropool van vijftien miljoen inwoners. De modernisering gaat gepaard met verwarring. „Arif slaapt met mannen, maar haat zichzelf erom.”

En wederom zit Yunus treurig bij mij op de bank. Ik ken Yunus al vier jaar en iedere keer als ik met hem praat, begrijp ik beter hoe snel Turkije en dan vooral Istanbul verandert. De ouders van Yunus komen uit een dorpje in Anatolië maar Yunus zelf is opgegroeid in Istanbul. Dat maakt dat hij naar eigen zeggen liberaler in het leven staat dan zijn ouders. Mede daardoor botst hij keer op keer met hen. Ook nu weer. Dit keer gaat het om een meisje. Yunus ontmoette haar een aantal maanden geleden en al gauw kregen ze een serieuze relatie. Ze zijn niet met elkaar naar bed geweest, vertelt Yunus mij, maar wel heeft hij urenlang hand in hand met haar in het park gezeten. Yunus vroeg haar ten huwelijk en ze zei ja. „Zo serieus was het”, zegt Yunus.

Toen Yunus zijn vriendin voorstelde aan zijn ouders, ging het mis. De moeder van Yunus draagt een hoofddoek en accepteert zonder morren het gezag van zijn vader. Zij was ontzet toen ze hoorde dat zijn vriendin een jaar zonder begeleiding in Londen had gewoond. „Veel te wild, die dame”, had ze gezegd. „Maar ik houd van haar”, had Yunus geantwoord.

Het verzet van Yunus was dapper maar het zette de verhouding al direct onder druk. „Mijn vriendin werd koeler”, vertelt hij, terwijl hij nog steeds treurig op mijn bank zit, „Ze dacht dat ze uiteindelijk, als we getrouwd zijn, de oorlog met mijn ouders zou verliezen”.

Al snel volgden nieuwe problemen. Yunus gaat er prat op dat hij modern is. Eigenlijk houdt hij van sterke, krachtige vrouwen die hun eigen leven bepalen. Maar ook in Yunus is het dorp in Anatolië aanwezig. Na korte tijd werd hij jaloers als zijn vriendin wat al te vriendelijk naar andere mannen glimlachte. Hij kijkt me treurig aan. „Ik weet dat ik een probleem heb”, zegt hij. „Ik wil een krachtige, moderne vrouw maar ik kan zo’n vrouw niet aan. Ik ben helemaal verknipt.”

Yunus is niet de enige Turk uit Istanbul die de afgelopen jaren tegen mij zei dat hij of zij psychisch de war is. Istanbul verandert zo snel dat de vijftien miljoen inwoners van de stad al die veranderingen nauwelijks meer kunnen bijhouden. Istanbul doet steeds meer denken aan het Nederland van na de Tweede Wereldoorlog, waar binnen enkele tientallen jaren de maatschappij grondig veranderde. „Toen ik jong was, was mijnheer pastoor de absolute baas in ons leven”, zei mijn moeder, die in 1923 werd geboren, eens. „Nu ben ik oud en krijgen we het homohuwelijk in Nederland.”

Veel Turken, die nu nog jong zijn en in Istanbul leven, zullen later tegen hun kinderen vergelijkbare opmerkingen maken. Weinig landen veranderen in zo’n rap tempo als Turkije en Istanbul gaat daarin voorop. Geen stad in Europa groeide zo vlug als Istanbul in de afgelopen decennia. In de negentiende eeuw was Berlijn de kampioen verstedelijking: de stad werd drie keer zo groot. Maar in de vorige eeuw werd Istanbul maar liefst negen keer groter.

De ouders van Yunus groeiden op in een dorp met een paar honderd inwoners waar iedereen elkaar kende, de regels van het leven vast lagen en veeteelt de belangrijkste bron van inkomsten was. Yunus leeft in een metropool waar steeds minder mensen hun buren nog kennen en waar iedereen van zijn leven kan maken wat hij of zij wil. „Ik praat nauwelijks meer met mijn vader”, zei Yunus op een dag. „Hij begrijpt mij veel minder dan jij. Tussen zijn en mijn leven ligt een wereld van verschil.”

Als je een dag rondloopt in Istanbul, zie je al hoe snel alles verandert. Loop eens langs de Istiklal-straat, de voor auto’s afgesloten boulevard bij Taksim. De wijk, waar vroeger vooral christenen woonden, is al honderden jaren oud en elke gevel zou prachtige verhalen kunnen vertellen over de Ottomaanse tijd. Hier komen de bewoners van Istanbul om te shoppen. Ze zijn op zoek naar computers, dure mp3-spelers en de parfums van Calvin Klein en Boss waarvoor sinds een paar jaar veel reclame wordt gemaakt op de Turkse televisie.

Om de appartementencomplexen te zien waar de shoppers vandaan komen, moet je een taxi nemen naar de randen van Istanbul die snel veranderen in betonwoestijnen. Onderweg zit je ongetwijfeld vast in het verkeer – per dag komen er 500 tot 600 auto’s bij. De nieuwe appartementengebouwen laten zien hoe snel rijkere Turken op de trein van de modernisering zijn gesprongen. Ze zijn voorzien van zwembaden, fitnessfaciliteiten en vaak zelfs de zorg van diëtisten.

De groei van Istanbul gaat gepaard met toenemende welvaart. Mijn vriend Bahri komt uit een familie van schaapherders. De moeder van Bahri, een man van omstreeks dertig, kan niet lezen en schrijven, maar Bahri zelf heeft zich via allerlei cursussen opgewerkt tot computerexpert. Zijn voor Turkse begrippen goede salaris besteedt hij aan reizen naar de hoofdsteden van Europa. Bahri wordt langzaam maar zeker een kosmopoliet, die steeds minder begrijpt van het dorp waar de rest van zijn familie nog steeds woont. Maar hij is een eenzame kosmopoliet.

Ooit zat hij een avond in mijn huis alleen maar voor zich uit te kijken. „Ik ben zo eenzaam, zo ongelofelijk eenzaam”, zei hij. Het doet hem niet alleen pijn dat hij los staat van zijn familie, maar hij kent ook de angsten van de grote stad waar zijn familie in het dorp om lacht. Bahri woont in een wanstaltig groot flatgebouw in een nieuwe wijk van Istanbul. De buren in dat gebouw kennen elkaar niet en dat maakt dat dieven gemakkelijk overdag een huis kunnen binnengaan en dat kunnen leeghalen. Niemand kijkt op of om als de dieven hun gestolen waar in de lift zetten. „Je denkt dan gewoon dat er weer iemand verhuist”, zegt Bahri.

Ook in het Nederland van na de Tweede Wereldoorlog speelden urbanisatie en toenemende welvaart een grote rol bij de sociale verandering. In Turkije, en zeker in Istanbul, komt daar nog iets bij: de Europese Unie. Hoe moeilijk de toenadering tussen Turkije en Brussel ook verloopt, feit is dat het hele Turkse bestel de afgelopen jaren op de schop is gegaan. En dat zorgt voor verwarring in Istanbul.

De veranderende rol van vrouwen is daar een goed voorbeeld van. Mede onder druk van de Europese Unie staat de positie van de vrouw op de politieke agenda in Turkije. De straffen voor eerwraak zijn hoger geworden en de Turkse overheid voert voortdurend campagne om vrouwen beter en langer onderwijs te laten volgen. Jonge meisjes krijgen steeds vaker te horen dat ze een sul zijn als ze geen carrière nastreven. En van alle kanten krijgen vrouwen te horen dat ze, net als mannen, van seks moeten genieten. „Maar als ze dat dan echt doen, voelen ze zich gelijk weer een hoer”, zei Yunus tegen me.

Geen groep zit zo klem tussen het moderne en het traditionele leven als vrouwen. Van de media horen ze hoe ze het heft in eigen hand moeten nemen. Zo bracht een Turkse krant onlangs met duidelijke goedkeuring een verhaal over televisiester Leyla Kömürcü, die zich in de Verenigde Staten heeft laten insemineren. Leyla wilde altijd al een kind, vertelde zij, maar dacht nooit aan huwelijk. Van de vader weet ze alleen dat hij geen neger is. De dag dat het artikel verscheen, heb ik gezien hoe tientallen meisjes het lazen. Maar vaker wel dan niet gaan ze, als ze het artikel uit hebben, terug naar een huis waar hun vader, net als die van Yunus, afkomstig is uit een ver dorp en die van al die nieuwlichterij niets wil weten. „De meeste meisjes die hier komen, willen meer vrijheid maar hun ouders willen hun die niet geven”, vertelde een kinderpsychiater mij ooit eens. „Dat leidt tot grote conflicten.”

Het grootste conflict dat bijna alle inwoners van Istanbul kennen, is dat tussen individualisme en collectiviteit. Neem dat van vriend Arif (niet zijn echte naam), die homo is. Hij komt uit een gelovige familie uit het gebied bij de Zwarte Zee. Zijn vader is zo gelovig dat hij, toen zijn zaak failliet ging, zijn ogen begon op te maken, precies zoals de discipelen van de profeet Mohammed dat deden. „Zo wilde hij dichter bij God komen”, vertelde de vriend.

Arif zelf is op het eerste gezicht het prototype van een moderne Turk. Hij studeerde Frans, spreekt een beetje Engels, zit voortdurend op het internet en slaat de ene na de andere man aan de haak. Maar hoe beter ik Arif leerde kennen, hoe meer ik merkte dat ook hij verknipt is. Op een dag belde hij mij op of hij langs mocht komen. Terwijl hij op mijn bed zat, werden zijn ogen langzaam maar zeker vochtig van tranen. Arif had besloten dat hij geen homo meer wilde zijn en wilde, om die beslissing kracht bij te zetten, slapen met een Russische hoer. Hij ging naar Aksaray waar veel vrouwen uit de voormalige Sovjet-Unie werken. Wat daar is gebeurd, weet ik niet. Besloot hij op het allerlaatste moment af te zien van seks? Of kreeg hij hem simpelweg niet omhoog? Feit is dat hij na zijn tocht naar Aksaray pas echt besefte dat hij altijd en eeuwig voor de mannen zal zijn. „Het kan niet”, zei hij op mijn bed met een stem die treuriger was dan ik ooit van hem had gehoord. „De maatschappij accepteert het niet, ik ben moslim, ik kan niet”.

Hoe diep zijn zelfhaat gaat, bleek toen hij echt verliefd dreigde te worden op een Turkse man. Hij gaf zichzelf geen toestemming om zich emotioneel aan zijn vriend te binden: als hij dat zou doen, zou hij definitief ‘homo’ zijn geworden.

Zo is er geen stad verwarrender dan Istanbul. Jongeren vechten met hun ouders maar doen uiteindelijk toch weer wat die zeggen. „Misschien dat mijn moeder toch maar een meisje voor mij moet zoeken”, zei Yunus tegen mij na het echec met zijn vriendin. „Dan ben ik van alle gezeik af”. Homo’s vrijen zich klem in de vele homosauna’s en -cafés die de stad kent, maar beschouwen dat uiteindelijk als seks die je, als de tijd voor het huwelijk is gekomen, achter je kunt laten. Meisjes dromen van een carrière als dokter of advocaat, maar willen uiteindelijk toch ook weer, net als hun moeder, een echtgenoot die de baas in huis is en hun zegt wat te doen.

Zal Istanbul erin slagen de sociale verwarring te overstijgen? Hoe langer ik hier woon, hoe meer ik de generatie van Yunus, Bahri en Arif afschrijf. Yunus zal uiteindelijk trouwen, vermoed ik, met een meisje dat zijn moeder voor hem zal zoeken. Echt gelukkig zal ze hem niet maken – hij droomt immers van wilde Samantha’s – maar dat geluk zal hij meer en meer in zijn kinderen vinden. Bahri zal, of hij trouwt of niet, altijd de eenzaamheid blijven voelen van het individu dat te snel te veel dingen in zijn leven zag veranderen. Veel geluk zal het leven ook Arif niet geven. Hij geeft inmiddels toe dat zijn homoseksualiteit uit zijn genen komt en dat hij altijd van mannen zal blijven houden. Hij slaapt met ze, maar hij haat zichzelf omdat hij dat doet. Geloof het of niet, maar ooit heb ik een kaarsje voor hem opgestoken in de hoop dat iets of iemand zijn eenzaamheid wat kan verzachten.

De kinderen of kleinkinderen van de huidige generatie jongeren in Istanbul zullen misschien pas echt overweg kunnen met de nu al beleden moderniteit.

Volgende week verschijnt ‘Mijn Istanbul’ van Bernard Bouwman bij uitgeverij Atlas.