Ik hou van religie, maar ik mis Hirsi Ali

Nederland is een laconiek land dat de hang naar theatraliteit mist, en in een optimistische bui kan je het zien als een laboratorium voor de nieuwe tijd van globalisering en migratie.

Margriet de Moor

Schrijfster. Recente boeken zijn ‘De verdronkene’, ‘Kreutzersonate’ en ‘De virtuoos’.

Op dit moment woon ik in een van de interessantste landen van Europa. Als Nederlandse schrijver kon je vroeger het gevoel hebben dat de grote gebeurtenissen zich elders afspeelden, maar die tijd is voorbij. De dingen gebeuren hier. Ik ben inwoonster van een opmerkelijk land, dat ten eerste piepklein en overbevolkt is, dat ten tweede vier grote steden heeft waarvan het inwonertal al voor de helft bestaat uit mensen van buitenlandse komaf, merendeels islamitisch, en dat ten derde recentelijk twee politieke moorden heeft beleefd waarvan één direct in de naam van Allah. Ik ben dus inwoonster van een land dat eersteklas ingrediënten heeft voor flinke sociale, politieke en religieuze rottigheid, en dat toch zijn kalmte heeft bewaard. Zeker, in het parlement hadden we de laatste tijd opstootjes genoeg. Gezellige opstootjes, vond ik, vol heftige discussies over onze goede oude humanistische principes die zich afspeelden rond Rita Verdonk, minister voor Vreemdelingenbeleid, of over onze in de wet verankerde vrijheid van meningsuiting, die cirkelden rond Ayaan Hirsi Ali, ook wel genoemd onze zwarte Voltaire. Maar de straat is rustig gebleven. En hoewel ook bij ons de immigranten en hun nazaten in buitenwijken wonen, hoofdzakelijk aangewezen op de Sociale Dienst, is hier niets vertoond wat zelfs maar in de verte lijkt op de oorlogstoestanden in de Franse voorsteden. Serieuze neonazibewegingen als in Duitsland zijn hoegenaamd afwezig.

Zou, onder de oppervlakte van deze betrekkelijke rust, deze poldervredigheid, misschien nog altijd onze nationale tolerantie sluimeren, tot voor kort over de hele wereld net zo beroemd als onze klompen en molens? Tolerantie wordt vaak in een adem genoemd met respect, maar aan de onze, de Nederlandse tolerantie die stamt uit de zestiende en zeventiende eeuw, ligt geen respect ten grondslag maar het tegendeel ervan. We hebben elkaars religies diep gehaat, katholieken en calvinisten hadden geen greintje respect voor elkaars opvattingen en de Tachtigjarige Oorlog was behalve een opstand tegen Spanje ook een bloedige jihad van de orthodoxe protestanten tegen het katholicisme. Echter, dit land leeft van oudsher van handel en scheepvaart, en dat zijn sterke praktische mensendingen. De wet van de winst is een wet die nuchter zegt: vermijd confrontaties, doe zaken. De trotse Republiek der Zeven Provinciën beminde de verdraagzaamheid om de doodeenvoudige reden dat het de kooplieden beter uitkwam. De Hollandse tolerantie is van huis uit niet ideologisch, maar pragmatisch. Dat de christelijke religie verdraagzaamheid voorschrijft, sloot prima aan bij het inzicht van de zeventiende-eeuwse Nederlandse handelssteden dat het gebakkelei over godsdienstige kwesties maar eens uit moest zijn. Het motto van de Amsterdamse burgemeester Job Cohen – De boel bij mekaar houden – is een motto met diepe historische wortels.

Het zou mij niet verbazen als onder invloed van het kabaal van de islam het christendom spoedig een renaissance in Europa zal gaan beleven. Sterker: ik meen dat de islam in Europa op dit moment al bezig is de oorspronkelijke religie van dit continent een stevige schop onder de kont te geven. Religie is mooi en gevaarlijk als poëzie. Het legt een directe lijn naar een gebied dat de normale, sceptische West-Europeaan slechts onder voorbehoud wenst te betreden. De poëtische dimensie van religie zal, in haar bandeloosheid en overmoed, altijd kracht blijven uitoefenen. Er bestaat een bereik waarover het mensenverstand geen zeggenschap heeft, maar dat ons wel aangaat. Het zijn de rituelen, de dwaze en ongerijmde dogma’s en vooral de verhalen van de religies die er voor zorgen dat we met dat intimiderende raadsel, waarvan we in ons hart weleens vrezen afhankelijk te zijn, toch voeling kunnen hebben. Er is iets wat groter is dan wijzelf. Daar wil je voor buigen. Ernstige bescheidenheid.

Hoe gevaarlijk de poëzie van een religie kan zijn, toont ons natuurlijk overvloedig onze eigen Europese geschiedenis. We weten het allemaal: de verkrachting en onderwerping van Constantinopel in 1204; het gruwelijke gedrag aldaar van de Latijnse kruisvaarders die het schisma tussen de katholieken van Oost en West onherroepelijk maakten; de oprichting van de orde der Dominicanen te herinneren in de dertiende eeuw; de joden- en kettervervolging, de hond met een brandende fakkel in de bek. Dat de Inca- en Mayacultuur in de naam van de katholieke koningen van Castilië en Aragón is vernietigd, beseffen we, mogelijk met wat gêne, na een vliegreis over de oceaan inclusief hotel en een paar interessante excursies.

Wat onze eigen tijd betreft, we kunnen de gevaarlijke poëzie van een religie bijna dagelijks constateren aan de hand van het moderne verschijnsel van het islamitische zelfmoordterrorisme.

De islam is een religie die het beeld verbiedt. Toch zwerven haar beelden over de wereld. Een van die beelden, een heiligenbeeld, staat mij, en ik denk mij niet alleen, op het netvlies gegrift. Sasjida al-Risjawi draagt een witte doek over hoofd en hals, met haar handen spreidt ze haar donkere mantel open. Opgetrokken schouders, nek wat naar voren, de houding van de vijfendertigjarige vrouw drukt overgave uit, wat begrijpelijk is, want dit videobeeld is van na haar arrestatie. Toch drukt het, denk ik, ook precies de overgave uit waarmee ze november 2005 op de bruiloft in het Jordaanse Radisson Hotel de dood heeft willen verspreiden onder de ongelovigen en onder de afvallige moslims. Haar timide gezicht kijkt weg van de witgrijze bomgordel die zich in de opening tussen haar jaspanden vertoont. In beide handen houdt ze de uiteinden van een rood touwtje. De knal bleef uit, die van haar althans. Terwijl de bomgordel van haar man deed wat hij moest doen, met de man en met de bruiloftsgasten, trok zij tevergeefs aan het touwtje en werd ze gedoemd op aarde te blijven, die prompt veranderde in een hel. Zo’n stilgezet videobeeld werkt bevreemdend als kunst. Ik kijk naar de icoon van een martelares wier stoel in de hemel leeg staat. Les fleurs du mal van een religie.

Maar ik zeg opnieuw dat religie mooi is. Toen ik onlangs met de auto in Noord-Brabant verdwaalde en de talrijke kerken opmerkte, tot in de kleinste dorpen, en best zag dat die laat negentiende-eeuwse bakbeesten nogal eens andere bestemmingen hadden gekregen dan de oorspronkelijke – supermarkt ‘Geloof, hoop en liefde’, appartementencomplex ‘De goede herder’ – viel mijn oog op een beeldje boven een dichtgetimmerde deur in een hoge koude gevel. Natuurlijk herkende ik de afbeelding direct, het was een pietá. De christelijke religie is bijzonder mooi, vooral de katholieke door om te beginnen het tweede van de tien geboden aan haar laars te lappen: Gij zult u geen beelden maken. Een mens heeft beelden nodig. Ik herinner me dat toen ik die ochtend de snelweg bereikte, een grauwe snelweg door een grauw januarilandschap, mijn hart verwarmd werd door een onnozel beeldje. Natuurlijk weet ik wel dat ‘De kerk’ rond die moeder en rond die dode zoon op haar schoot een aantal dogma’s heeft opgetrokken die zulke onzinnigheden onder woorden brengen, dat de meeste gelovigen ze maar laten voor wat ze zijn – verhalen. Met ziel en lichaam in het blauwe, metafysische uitspansel opgestegen, allebei. En zij zwanger geweest, bevallen, maar nog steeds maagd. Ik houd wel van die exotische fantasieën die de bedoeling hebben, denk ik, om te verblinden. Wat zich daarachter bevindt is te groot en te vurig voor het oog van een sterveling. Zo’n beeldje trekt zich niets van de rariteiten van enig leergezag aan. Het straalt, in die ene seconde die een auto nodig heeft om voorbij te rijden, een zachte treurigheid uit waarbij je je goed voelt, een verstandhouding met iedereen die zich weleens vertwijfeld heeft afgevraagd waar God, toen hij nodig was, bleef.

Ik kan niet ontkennen dat de tegenwoordige herrie rond de islam mij met mijn neus op de eigen, van huis uit meegekregen religie drukt en op het oerdogma daarvan. De sekte van de joodse rabbi had het lef, de ongehoorde aanmatiging onderlinge vergeving te prediken. Het is logisch dat ik me tegelijk afvraag of het geweld, verbaal of met bommen, dat de zich snel uitbreidende nieuwe hoofdgodsdienst in Europa als een woest wapperende vlag vergezelt, ook echt bij die godsdienst hoort. Of zou het gewoon imperialisme zijn, van het soort waarmee in de vierde eeuw Constantijn de Grote en begin negende eeuw Karel de Grote ervoor hebben gezorgd dat Europa christelijk is geworden?

Terwijl ik dit schrijf, liggen op mijn tafel een Israëlische krant en een Amerikaans weekblad.

‘Moslims zijn bezig Europa over te nemen’, schrijft de oude Bernard Lewis, emeritus hoogleraar aan Princeton, in de Jerusalem Post. De Midden-Oostenspecialist verwijt het ruggengraatloze Europa dat het zich zonder verweer overgeeft.

Het Amerikaanse weekblad op mijn tafel is Newsweek. Hierin schrijft Fareed Zakaria dat de huidige godsdienststrijd tussen shi’ieten en sunnieten in Irak weleens het begin zou kunnen zijn van de reformatie van de islam. Zakaria is de schrijver van het boek De toekomst van vrijheid. Daarin schrijft hij dat de liberale islam niet zal ontstaan door de argumenten van liberale theologen, islamitisch of niet-islamitisch, maar door maatschappelijke omstandigheden, zoals ook het geval was in het christelijke Europa van de zestiende eeuw.

Er zullen nogal wat Europeanen zijn die net als ik bij het geweld tussen de shi’ieten en sunnieten in Irak weleens denken aan onze eigen ellende van enkele eeuwen terug. Maar afgezien van de brand, moord en doodslag lijkt mij dat er niet zoveel te vergelijken valt met onze christelijke reformatie. De twee hoofdstromingen van de islam zijn beide zeer oud. Wat ze op dit moment zoeken is geen theologische vernieuwing, maar macht. Mijn Hollandse, pragmatische logica zegt mij dat Irak wel de laatste plek is voor het ontstaan van een liberale islam. Zij zegt me ook dat maatschappelijke omstandigheden best kunnen samengaan met theologie en dat ze dat, wil die hervorming lukken, ook wel zullen moeten. Ten slotte zegt mijn polderlogica iets onbeschaamds. Als de islam al een hervorming zal gaan beleven dan zal dat niet daar, in die heksenketel waar de religie vandaan komt, gebeuren, maar in het welvarende Westen. En het zou dan weleens kunnen zijn dat de Maarten Luther van die beweging, waarmee ik bedoel de stem die de argumenten gaat aandragen, de stem van een vrouw zal zijn.

Wat mis ik Ayaan Hirsi Ali. Wat mis ik de Somalische Nederlandse, onze sensationele zwarte politica met de zachte stem, een stem die onder het spreken vóór haar leek te gaan staan. Rang! Zonder enig vertoon van tact verbond ze huiselijk geweld tegen moslimvrouwen, eerwraak en besnijdenis met het machismo van de islam. En zíj zou de oren van haar doelgroep, de moslima’s, niet bereikt hebben? Ze hebben allemaal, stuk voor stuk, stilletjes maar met knalrode oren ingeslikt wat ze voorgezet kregen. In een van de Nederlandse ‘Blijf-van-mijn-lijfhuizen’, merendeels bevolkt door moslima’s, is Ayaan na vertoning van de film Submission met een viertal jonge vrouwen in gesprek gegaan. Ze kreeg geen bijval, zeker niet. De in elkaar geslagen echtgenoten waren alle vier diep beledigd, kwaad, bezeerd, door de heiligschennis van koranteksten op naakte vrouwenlichamen, of die teksten nou het geweld tegen hen sanctioneerden of niet. ‘Stop ermee!’, riep hun heilige woede, maar in hun hart hangen sindsdien alarmbellen.

Ik was een voorstander van haar onverzettelijke aanpak. Rellen, confrontaties, uitstekend. Polemiek is de aanjager van het openbare gesprek. Natuurlijk waren de moslima’s haar doelgroep niet, zij waren en zijn onderdeel van een oproep tot bezinning rond islam en staat. Ayaan Hirsi Ali argumenteerde niet als een politieke actievoerster. Kritische denkers als zij, hun wijsheid op gang gebracht door de bitterste persoonlijke ervaringen, zijn uit op bewustwording. Eén ding is jammer, strategisch gezien: dat ze van haar geloof is gevallen. Een vrouwelijke islamitische Luther, en dan nog gitzwart ook, was dat niet prachtig geweest? Of anders, in aanmerking genomen dat ze geen theologe is, inderdaad die zwarte Voltaire? Maar de vinnige Fransman die streed tegen de macht van de clerus, is altijd gelovig gebleven.

Europa is seculier, Europa is verlicht, Europa is democratisch en Europa is – vooral – welvarend. Als de islam al een hervorming zal gaan beleven, dan zal dat in het welvarende Europa gebeuren. Waarom, van alle karakteristieken, die welvaart eruit gepikt?

Nieuwkomers in het Westen, of ze nu aangereisd zijn uit het voormalige Oostblok, uit Afrika of uit het Midden-Oosten, staren zich altijd blind op de welvaart, de westerse welvaart die provoceert, razend maakt en betovert. Het geweld tegen het Westen in naam van de islam mag dan goedgepraat worden met een beroep op de leer van die religie, het is vooral een reactie op een als onverdraaglijk ervaren culturele uitdaging, een uitdaging die eruitziet als welvaart. Dat de welvaart in het Westen in zekere zin een nevenproduct is, wordt minder gauw opgemerkt omdat de basis, de ideologie daaronder, zich voor een groot deel kenbaar maakt in dingen die afwezig zijn: hier geen censuur, geen gevangenissen vol dissidenten, geen machtig netwerk van ambtelijke corruptie, geen rechterlijke macht die dienstbaar is aan een politieke dictator of aan een partijprogramma, geen angst voor autoriteiten en zeker niet voor die van een of andere religie.

Een tijdje geleden, bij een voordracht in Leipzig, vroeg ik mij publiekelijk af of er soms al een schrijver bezig was aan een roman met als titel ‘2084’. Wat mij enorm interesseert is of de islam, die bezig is zich stevig en voorgoed in ons midden te nestelen, ooit echt thuis zal horen, geïntegreerd, in het seculiere, verlichte, democratische, welvarende Europa.

Er bestaat veel pessimisme over de vraag of de islam wel de mogelijkheid heeft om te hervormen. De basis van het christendom is het Nieuwe Testament met daarin het gebod van de naastenliefde, het gebod van de vergeving – beide streng, consequent bedoeld dus niet alleen voor de eigen clan – en het eigenlijk verbazingwekkende vooruitlopen op de scheiding van kerk en staat. Matteüs 22: 15-22: Geeft dan de keizer wat des keizers is, en aan God wat van God is. De basis van de islam zoals die zich op dit moment wereldwijd manifesteert, met daarin het op geen enkele manier te ontkennen dogma van het geweld van die leer, hoe ruim, of onwrikbaar, is die? En bovendien: hoe bekend bij de beminde gelovigen? Luther vond het indertijd beslist nodig dat elke gelovige het Nieuwe Testament op eigen kracht kon lezen of aanhoren, en hij vertaalde het heilige boek in het Duits.

Waarom ik denk dat de hervorming van de islam in het Westen gaat plaatsvinden, heeft twee redenen. De eerste is, dat de wetenschap, de islamologie, er al mee is begonnen. Onderzoek naar de bronnen, de geschiedenis, de historische Mohammed en de doctrines van de islam gebeurt hier tegenwoordig los van de moslimorthodoxie. Daarbij zal wat de Soedanese politicus, theoloog en schrijver Mahmoed Taha is overkomen een wetenschapper in onze contreien minder gauw gebeuren. Taha, die op goede, wetenschappelijke gronden voorstelde uitsluitend de koranteksten uit Mohammeds tijd in Mekka te erkennen –- en dat zijn vredige teksten, zonder verplichte jihad – werd in 1985 op beschuldiging van afvalligheid in de gevangenis van Khartoum opgehangen.

De tweede reden van die mogelijk islamitische hervorming hier in het Westen zijn de maatschappelijke omstandigheden waarover ook Fareed Zakaria het al had. Ik kijk opnieuw naar het tegenwoordig internationaal zo interessante Nederland.

Elke religie past haar dagelijkse praktijk aan aan de omstandigheden van het land waarbinnen zij bestaat. Dat kan niet anders. Toen ik eind 1992 met mijn dochter door Oezbekistan reisde, waren wij samen met onze chauffeurs, een Oezbeek en een Rus, in Samarkand te gast bij een familie waarvan de vader moslim was en de moeder en het achtjarige dochtertje orthodox-katholiek. Toen ik vorig jaar door mijn Albanese uitgever en zijn gezin op een tocht in de bergen werd meegenomen, kon ik een dergelijk, nog iets verfijnder patroon opmerken: ook hier was de man weer moslim, was de vrouw orthodox-katholiek en de volwassen dochter rooms. Natuurlijk heb ik achteraf nagedacht over deze in religieus opzicht zo volstrekt onbekommerde families. Ik vermoed dat het door de stalinistische dictatuur in die landen kwam dat die verschillende godsdiensten, clandestien als ze waren, zich wel met wat anders bezighielden dan de precieze voorschriften van hun leer.

In Nederland zijn de maatschappelijk omstandigheden het tegenovergestelde van dictatuur. Dit land is zo’n beetje het meest vrije, libertijnse land ter wereld en daarbij een van de welvarendste. Ik behoor tot de vrijgevochten generatie die in de jaren zestig van de vorige eeuw hartstochtelijk opging in een protest tegen vrijwel alle gezagsdragers van dat moment. De rebelsheid is sindsdien aardig gesust. In de loop van de jaren zeventig, tachtig, uitmondend in de achteloze tevredenheid van rond de eeuwwisseling, is eigenlijk alleen het feminisme een voortdurend aanwezige beweging gebleven.

Ik weet wel waar onze islamitische nieuwkomers van opschrikken. Kijkend met hun ogen schrik ik ook van de banale platte openlijke seks in onze samenleving van nu. Lijkt bijna een dwang, een obsessie, vaak ook nog eens in dienst van een holle commercie. Toch kan ik me voorstellen dat menige moslimvrouw er al gauw minder door geshockeerd is dan haar zedig bedekte hoofd doet vermoeden. Zij weet, vaak beter dan wij, dat in de landen waar het vrouwelijk wezen er geheel verpakt bij loopt, Afghanistan, Pakistan, de man juist door het nadrukkelijke taboe onbeheersbaar geprovoceerd schijnt te worden. Hoe seks geobsedeerd is een cultuur die een vrouw inprent dat zij in principe een lopend, zittend of liggend geslachtsorgaan is? Hoe hitsig een samenleving waarin een man geacht wordt zich ongeremd op elke toevallig passerende vrouw te storten tenzij een machtig signaal, een goddelijk kledingvoorschrift, hem dat verbiedt? De ene obsessie mag er dan anders uitzien dan de andere, ze kunnen elkaar de hand geven. Het lijkt me geen onlogische voorspelling dat het juist de islamitische vrouwen zullen zijn die zich het eerst in onze Europese welvaart, met alle daarbij behorende principes, wonderbaarlijk op hun gemak zullen voelen.

In optimistische buien zie ik Nederland, een laconiek land dat de gezindheid voor het grote, het theatrale mist, wel eens als een laboratorium aan de rand van Europa. Het mengen van geduchte, licht ontvlambare stoffen veroorzaakt een enkele keer een ontploffinkje, maar een effectief chemisch proces gaat gewoon door.

Niet alleen de wereld verandert, ook de aarde doet dat. Van alle Europese landen gaat Nederland het grootste gevaar lopen als straks, onder weersomstandigheden die met statistische zekerheid gaan komen, de aanstormende zee zich weer eens vernietigend verheft. Mijn roman De Verdronkene speelt tegen de achtergrond van een natuurramp met veel doden in het zuiden van Nederland, een halve eeuw geleden. Terugkerende zin in het boek is: het had erger kunnen zijn.

Ik denk aan de achtergrond van de nog te schrijven roman 2084. Historische ontwikkelingen gaan vaak ontzettend snel. De vraag of de leer van Mohammed vredig kan samenleven met die van Jezus, de held van de evangeliën, zal tegen die tijd wel beantwoord zijn. Wat Nederland betreft zou die vraag zijn hele gewicht weleens kunnen zijn kwijtgeraakt onder de omstandigheden van een ongenaakbare dictatuur, geen politieke ditmaal. De stormvloedkering in de Oosterschelde, de zeeweringen langs de kust en de Afsluitdijk tussen Noord-Holland en Friesland zijn waterstaatkundige staaltjes mensenwerk, vrij betrouwbaar tot nu toe, die maken dat de bewoners van Nederland onder de zeespiegel kunnen wonen.

Met elkaar.