Huisdieren

Iemand vroeg me wat ik tegen schaatsen had. „Niets, helemaal niets.” Ik zie ook dat Ireen Wüst en Sven Kramer wereldkampioenen van klasse zijn. Maar ik houd niet van hun kantgekloste omgeving. Van het door Mart Smeets, Ria Visser en Bart Veldkamp aangeprate enclavestatuut. Schaatsen als de betere wereld. Zonder overspel, zonder doping, zonder venijn en chagrijn. Een wereld geborduurd door zorgzame opa’s en oma’s, door liefdevolle vaders en moeders, door huisdieren uiteraard. Altijd meer Holland dan mens, meer vlag dan natie. Het eeuwige Heineken House, nu dan in de bidstoel.

Of Ria Visser voor advies in een vaginakliniek in Los Angeles is geweest, is mij onbekend. Maar ze zit in Salt Lake City alweer te tutten met gestifte lippen en een horizon van oogschaduw. Mummie van de grote analyse. Je zou denken: Ria, waar is de sprint in je gezegende lichaam gebleven? Waar is het avontuur? Ze hijgt alleen maar na, op een voor mij ongekend commando.

Heeft ooit iemand Ria Visser een vraag horen stellen over doping? Waarom zouden wielrenners zo gehecht zijn aan epo en groeihormonen en schaatsers niet? Ook bij schaatsers en schaatssters groeit de spiermassa. Dat kan je zien. De neus wordt almaar langer, de dijen worden steeds breder. In de kont is het sowieso tijd voor een tachtigjarige oorlog.

Nederland wil niet weten van decadentie, het schaatsen ook niet. En dus maken we er een familiaal en familiair praatje van. Alles en iedereen gebouwd op cake en water, op één-tweetjes, op geritsel. Desnoods een enkele keer gelardeerd met schijnvertoningen uit de onderbuik van het macabere kaliber-Wilders. Nou ja, alle hemelbedden zijn klef.

Zo ook de door Ria Visser geliefde schaatssport. „Wij zijn van ons.” Het gehucht Ireen Wüst, het dorp Sven Kramer, het kakelende onbenul Bart Veldkamp, poftutjes onder elkaar, wat maakt het uit? Nederland heeft goud! En dat hebben we met zijn allen. Met Hilversum. Willem-Alexander en Máxima zijn ook van goud, al waren ze dat vroeger iets meer dan de laatste tijd. Schaatsen: ordinair nationalisme, helaas koninklijk gekoloniseerd. Ik begrijp het: het gaat in Thialf niet om mondigheid, het gaat om ijs. IJs met schuim.

De wereld van het schaatsen is mij te onoprecht. De sfeer van boerenleut wordt vakkundig hooggehouden en altijd weer komt de vestimentaire onderkant van de samenleving in beeld, maar het blijft meer pose dan sport. Schaatsen is van de SP, van Marijnissen, van de sociale leugen. Ook Kramer en Wüst zijn nu miljonair. Rintje en Gianni zijn dat al jaren. Edoch, schaatsers blijven de suggestie wekken dat ze op stro slapen. De os en de ezel zijn nooit ver weg.

Opeens vind ik voetbal eerlijker. Om van wielrennen maar te zwijgen. Karsten Kroon is ook miljonair, maar hij geeft niet de indruk dat het de hele nacht getocht heeft in de stal. Karsten mag graag in een Touareg zitten. Turbo. Zo vergaat het ook Dirk Kuijt. Vroeger was hij van Katwijk, nu is hij van Liverpool. Dat laat hij ongegeneerd zien. In praatjes, in kettinkjes, in een odium. Hij zal het niet zeggen, maar in zijn hart is de Kuip een oubliëtte. Dirk heeft geen ongelijk. Toen ik deze week de tuberculeuze maar virulente nitwit Peter Bosz hoorde over het noodzakelijke topsportklimaat in Rotterdam dacht ik: hef je zelf op – dan is er een begin.

In het licht van Salt Lake City werd ik gegrepen door het naturel van Ronald Koeman. De PSV-coach kon alleen maar juichen na de historische wedstrijd tegen Arsenal. Hij juichte ook, maar met de handen in de broekzakken. In de mondhoeken was geen slijm van vreugde te bekennen. Koeman was officieel blij, maar meer namens Philips dan namens zichzelf. Dat liet hij ongevraagd zien.

De persoonsontdubbeling van coach en club, in het schaatsen zullen we het niet meemaken. In het voetbal wel. Natuurlijk is Koeman een professional pur sang. Maar PSV heeft zijn hart niet. Ook niet in de Champions League. Ronald begrijpt niet eens waarom Alex nog voor PSV speelt. Hij zou het wel geweten hebben, in zijn gloriejaren: wegwezen! Zowaar in alle winterstoppen tegelijk.

Voor Koeman zal Eindhoven altijd een schaatshol blijven. Waar alles is, behalve een waarom. Hij is nog steeds niet van Ajax genezen, al helemaal niet van Barcelona. Denkend aan zijn persoonlijke geluk moet Ronald per direct weg uit Eindhoven. Naar een land waar de lach geen provinciale grimas is, geen ijs. Naar geluk zonder zachte g.