Het moderne van Biedermeier

De tentoonstelling ‘Biedermeier – Die Erfindung der Einfachheit’ die na Wenen in Parijs te zien zal zijn, stelt de gezapigheid van de stroming ter discussie.

Biedermeier is geen avant-gardekunst. Althans, dat is de gangbare opvatting. Het begrip wordt meestal geassocieerd met gezapig en braaf. Tijdens de biedermeiertijd, grofweg tussen het Wener congres in 1815 en de revolutie van 1848, had de burger weinig te vertellen. Vorst Metternich had zijn invloed naar grote delen van Europa uitgebreid en dat betekende onderdrukking, restauratie en censuur. Kunstenaars ontweken politieke en hemelbestormende ideeën en concentreerden zich op de intimiteit van de privéwereld.

Maar het biedermeier had ook een heel andere kant, zoals blijkt uit de in de Weense Albertina georganiseerde tentoonstelling Biedermeier – Die Erfindung der Einfachheit. Doel van de organisatoren is het beeld van deze periode bij te stellen. Allereerst stelt men het begrip burgerlijkheid ter discussie. De nieuwe kunstrichting is rond 1810 uitgegaan van de hogere adel, die zich wilde afzetten tegen de pronk en decoratiezucht van de voorbije tijd, en niet van de burgerklasse zoals tot dan toe werd aangenomen. Pas later raakte de nieuwe stijl in burgerkringen verbreid. Een andere baanbrekende opvatting is dat het biedermeier een inspiratiebron is geweest voor latere kunstperioden. Weense vernieuwers als Koloman Moser, Otto Wagner, Adolf Loos en Josef Hoffmann werden in het begin van de 20ste eeuw sterk beïnvloed door de eenvoud en het purisme van het vroege biedermeier.

Een van de eerste kunstwerken op de tentoonstelling lijkt deze theorie te bevestigen. Te zien is een schitterende, welhaast symmetrische secretaire in gebeitst en verguld ahornhout. De eerste indruk is dat hier een schrijfmeubel uit de Wiener Werkstätte omstreeks 1915 staat. Maar het betreft een Weens product uit 1810. De reductie tot geometrische grondvormen, tot eenvoud en natuurlijkheid is een gemeenschappelijk stijlkenmerk van het vroege biedermeier en de vertegenwoordigers van de Weense avant-garde uit het begin van de 20ste eeuw.

Op de Weense tentoonstelling zijn 450 schilderijen, tekeningen, meubel-, kledingstukken en gebruiksvoorwerpen uit het vroege biedermeier te zien. De organisatoren hebben zich bewust beperkt tot de periode 1810-1830; het latere biedermeier is volgens hen veel sentimenteler en sluit eerder aan bij het gangbare beeld van deze kunstperiode. Vanuit de Habsburgse hoofdstad breidde de nieuwe kunstrichting zich in de jaren twintig van de 19de eeuw snel uit naar andere Europese metropolen als Berlijn, Kopenhagen, Dresden en München. Denemarken is op deze expositie vertegenwoordigd met schilderijen van Christoffer Wilhelm Eckersberg en vooral diens leerling Christen Købke, de belangrijkste Deense landschapschilder van de 19de eeuw. De Duitser Georg Friedrich Kersting, die in Kopenhagen had gestudeerd was onder invloed van Caspar David Friedrich begonnen als romanticus, maar ontwikkelde zich al snel tot een bijna prototypische biedermeierschilder. Kers- ting had een voorkeur voor burgerlijke interieurs waarin vaak slechts één persoon (vaak een jonge vrouw) wordt getoond die opgaat in eenvoudig handwerk of voor een spiegel staat of zit. Op de expositie is zijn beroemde Die Stickerin (borduurster) uit 1817 te zien. Een vrouw zit voor een geopend venster te borduren, volledig in harmonie met zichzelf en haar omgeving. Het schilderij ademt serene rust en orde uit en verstilling; een blik op de buitenwereld wordt de toeschouwer onthouden en ook de lichte kleuren van wand, gordijnen en kleding ondersteunen de intieme harmonie.

De nieuwe stijlrichting die zich tussen 1810-1830 manifesteerde valt ook duidelijk af te lezen aan de sierkunst op deze expositie. Het gepresenteerde bestek, de thee- en koffiepotten, waterkokers en andere gebruiksvoorwerpen laten een opvallend strakke en ornamentloze vormgeving zien. Ook hier krijgt de bezoeker meteen associaties met de kunst uit de vroege 20ste eeuw, met de radicale vereenvoudiging die rond 1910 door Adolf Loos en de zijnen werd geëist. Biedermeier is avant-gardekunst.

Tot 13 mei in Wenen; van 8 juni tot 2 september Deutsches Historisches Museum Berlijn; van 15 oktober tot 15 januari 2008 in het Musée du Louvre Parijs. Inl: www.albertina.at