‘Ga spelen in je ProTour-zandbak’

Wielerploegen, organisatoren van wedstrijden en bestuurders van de UCI rollen weer over straat. Inzet is de twee jaar oude Pro-Tourcompetitie. Pieter Zevenbergen (67) stond aan de wieg daarvan. „Natuurlijk is het een strijd om de macht.”

Zijn gedachten wilden nog wel eens afdwalen. Tijdens weer zo’n urenlange vergadering bij de internationale wielerunie UCI dacht toenmalig bestuurslid Pieter Zevenbergen vaak aan Twello. Of beter, aan de plaatselijke wielerronde waarmee hij als burgemeester van Voorst in de jaren tachtig te maken had. „Dan hadden we bijvoorbeeld weer zes uur zitten vergaderen over de ProTour. Nou, in die tijd werd de Ronde van Twello verreden, was de winnaar gehuldigd en was ook de nazit afgelopen”, lacht hij. „Ik vind het nog altijd fascinerend aan wielrennen. Zelfs bij de finish van de Tour de France is twee uur na de finish alles opgeruimd. Geen rellen, niets.”

De rellen komen bij het wielrennen niet van het publiek. De teamdirecteuren, ronde-organisatoren en de UCI staan meestal zelf garant voor de nodige commotie. „De UCI heeft vanaf de herstructurering in 1993 [fusie van amateurs en profs] elke centimeter aan invloed zelf moeten bevechten. Bijvoorbeeld toen we met de verplichting kwamen voor een helm. Er werd toen nog een dag gestaakt in de Tour, maar nu draagt iedereen er één. In het begin was de mondiale wielerbond niet meer dan anderhalve kamer in Lausanne. Twee keer niets”, vertelt Zevenbergen. En nog altijd moet de wielerunie, tot vorig jaar aangevoerd door de Nederlander Hein Verbruggen, vechten voor haar positie. „Of ik wel eens jaloers ben geweest op de macht die de UEFA heeft in het voetbal? Ja”, zegt Zevenbergen die naast een reeks nevenfuncties lid is van de Algemene Rekenkamer. In de wielerwereld is hij nog actief als voorzitter van de ethische commissie van de UCI.

De mondiale wielerunie kijkt al jaren met een schuin oog naar de profijtelijke Champions League waardoor het Europese voetbal jaarlijks miljoenen aan inkomsten heeft. „Maar het is in het wielrennen nooit de bedoeling geweest om bijvoorbeeld alle commerciële activiteiten en tv-gelden te centraliseren. Zo hoog reikten de ambities niet, want alleen al bij de Tour en de Giro zie je hele grote verschillen in hun mediabeleid. Wij wilden vooral de garantie dat de beste ploegen aan de start kwamen in de beste wedstrijden.”

Ondanks de volgens Zevenbergen bescheiden ambities werkt de ProTourcompetitie – de gezamenlijke opzet van de 27 belangrijkste wedstrijden van het seizoen – sinds de oprichting in 2005 als een splijtzwam. Vooral de organisaties van de Tour de France, de Giro en de Vuelta hebben geen enkele behoefte aan bemoeienis vanuit het Zwitserse Aigle waar het hoofdkantoor van de UCI is gevestigd.

In de laatste confrontatie, afgelopen week, draaide het om het aantal ploegen dat in de rondes mag starten. Alle twintig ProTourploegen vond de UCI, zoals ook in de eerste twee jaar van ProTour het geval was. Achttien vond de ASO, de organisator van de Tour de France en ook van de etappekoers Parijs-Nice die morgen van start gaat. De gemoederen liepen zo hoog op dat de UCI de ploegen zelfs verbood om aan ‘de rit naar de zon’ deel te nemen. Op zijn beurt stelde ASO-baas Patrice Clerc dat de ploegen die niet meedoen aan Parijs-Nice ook niet op een startbewijs voor de Tour de France hoeven te rekenen.

Uiteindelijk moest de bond maandag zijn verlies nemen. En daarmee viel de ploeg Unibet.com van manager Jacques Hanegraaf uit de boot. „Pat McQuaid [de Ierse voorzitter van de UCI] stond met zijn rug tegen de muur. Of dit compromis een nederlaag voor hem is? Ik worstel bij de beantwoording met alle loyaliteit die ik voor de UCI heb. Maar de vraag stellen is hem beantwoorden. Voor de goede vrede lijkt het me geen slechte zet”, zegt Zevenbergen. Nu is afgesproken dat in de loop van het wielerseizoen naar een structurele oplossing wordt gezocht.

Dat de Tour zoveel mogelijk ruimte wil houden voor niet-ProTour-ploegen verbaast de voormalige burgemeester van Ameland, Voorst en Bergen op Zoom niet. „Die wildcards zijn verhandelbare objecten geworden. Daarvoor wordt goed betaald, dus het scheelt nogal of je vier of twee toegangsbewijzen kan verkopen.”

Inmiddels heeft Unibet.com, dat voor veel geld een ProTourlicentie heeft gekocht, juridische stappen genomen om deelname aan de belangrijkste wedstrijden af te dwingen. Zowel de ASO (dat kort geding ging gisteren verloren) als de UCI wordt voor de rechter gesleept. „Misschien is dat wel illustratief voor het conflict dat die ploeg zich zowel tegen de UCI als tegen de Tour richt. Ik hoop niet dat de rechter bij het geding tegen UCI zal zeggen dat de ProTour ondeugdelijk is, want dan zijn we echt terug bij af. Maar dat kan ik me niet voorstellen.”

Juist omdat de UCI de macht van de UEFA (een eigen competitie) ontbeert, staat de bond vaak machteloos tegenover de grote rondes. Die zeggen goed zonder de bestuurders uit Zwitserland te kunnen, maar de UCI kan niet zonder de grote rondes. „Natuurlijk is het een strijd om de macht. De UCI wil de kalender bepalen, wil een coördinerende rol spelen, wil bijvoorbeeld de boeken van de ploegen en de wedstrijdorganisatie bestuderen. Een van de doelen van de ProTour is continuïteit bieden: daarom wordt een licentie ook voor vier jaar verstrekt en weet een renner en zijn sponsor dat deelname is verzekerd. Ja, ook de Tour werkte mee aan het financiële onderzoek. Een beetje. Schoorvoetend werd er wat informatie verstrekt.”

Hij gelooft niet dat de UCI zijn macht heeft overschat. „Het is toch logisch dat een bond de ambitie heeft om alles te coördineren? Als je de grote rondes gewoon hun gang laat gaan, betekent dat automatisch dat je met mindere wedstrijden en renners blijft zitten. Dat kan toch niet je ambitie zijn?”

Zevenbergen ontkent dat de Tour de UCI helemaal niet nodig heeft. „Vanzelfsprekend zorgt de Tour de France voor drie weken fantastische sport. De Tour is de kers op de taart. Maar een taart is zonder kers nog altijd een taart en een kers is maar een kers. Ook de Tour is gebaat bij een goede kalender en centrale regels rond bijvoorbeeld dopingcontrole. De verdiensten van de UCI worden nog wel eens vergeten. Het helpt de sport als je renners, organisatoren en sponsors over langere tijd zekerheid biedt, zoals nu gebeurt. In ruil daarvoor mag je op zijn minst begrip verwachten. Het is ook in het belang van de Tour dat het dunste draadje in een netwerk wat dikker wordt.”

Als grote verdienste van de inspanningen van de bestuurders noemt Zevenbergen de mondialisering van de sport. Toen hij in 1993 lid werd van het dagelijks bestuur van de UCI – en tegelijk het voorzitterschap van de KNWU opgaf – werd buiten Europa amper gekoerst. Nu bevinden zich ‘onder’ de ProTourcompetitie vijf continentale competities die de wielersport minder afhankelijk van Europa moeten maken. „Wist je dat er dit seizoen zestien wielerrondes in Afrika zijn? Dat is goed voor de sport, goed voor iedereen. Ook de Tour of California was zonder de UCI niet van de grond gekomen. De beste Amerikaanse ploeg en de Europese teams reden altijd alleen in Europa. Nu zie je dat zo’n ronde ook begint te leven. En de Tour de France hoeft niet bang te zijn, want de eerste twintig jaar vormt die wedstrijd geen bedreiging.”

In 2002 werden de contouren van de ProTour duidelijk. De UCI wilde meer grip op het profwielrennen, wilde meer doen dan alleen het WK organiseren. Tot 2005, toen de ProTourcompetitie daadwerkelijk tot stand kwam, leek alles koek en ei. „In de publiciteit wordt wel eens de indruk gewekt dat de grote rondes verrast werden door de plannen. Dat zij voor een voldongen feit werden geplaatst. Dat is absoluut niet waar. Destijds was het contact goed, ook bijvoorbeeld met de voormalige Tourbaas Jean-Marie Leblanc.”

De Fransen hebben in de aanloop volgens Zevenbergen nooit tegen de Pro-Tour gestemd. Dat gold voor de voorzitter van de Franse bond en ook voor Daniel Baal van ASO die toen werd beschouwd als opvolger van Leblanc. „Met Baal heb ik geregeld tegenover Hein Verbruggen [UCI-voorzitter en geestelijk vader van de ProTour] gestaan. Hein vond dat we vaak te lastige vragen stelden”, lacht hij.

„De Fransen waren toen nog meegaand, zagen het belang voor het wielrennen. Totdat de maatregelen concreet werden. Toen ze inzagen dat hun macht enigszins werd beperkt, zijn ze gaan steigeren. De bom barstte in 2004, toen zakte het besef vanuit hun hoofd naar de onderbuik.”

De bestuurders stonden versteld, toen er plotseling in 2005 vanuit Parijs (en Milaan en Madrid) een veto volgde. „De omvang van het verzet tegen de ProTour verraste ons. Paniek bij de UCI? Laat ik zeggen dat het geen gecalculeerd risico was. Dat is iets anders dan paniek.”

Volgens Zevenbergen is de huidige strijd in het wielrennen te vergelijken met de problematiek binnen de Europese politiek. „De attitude van de Fransen is toch dat ze pas gaan bewegen als ze een direct belang hebben. In feite zeiden ze: vrienden, spelen jullie maar lekker verder in je ProTour-zandbak. Jazeker, dat was frustrerend.” Dat de Tour qua financiën en publiciteit floreert, zorgt er ook niet voor dat ze eerder aan de onderhandelingstafel verschijnen. „Overvloed is vaak een probleem”, zegt hij ironisch.

Door alle bestuurlijke problemen beginnen bestuurders als McQuaid en Clerc (baas van de ASO) meer publiciteit te krijgen dan een winnende coureur. Een uitweg ziet Zevenbergen niet snel. „Het gaat nu al een aantal seizoenen als in de processie van Echternach. In plaats van vijf stappen naar voren en drie naar achteren, is het misschien beter om een time-out van twee jaar te nemen. Bij de UCI is men er te veel vanuit gegaan dat er begrip zou bestaan voor de positie van de bond. De situatie is nu zo verhard dat het niet makkelijk is om een compromis te bereiken.”

Deze week nog riep de Franse bondsvoorzitter Jean Pitallier openlijk op tot het vertrek van diegenen die verantwoordelijk zijn voor de ProTour. „Dan moet hijzelf ook opstappen. Hij zat erbij en keek ernaar.”

Volgens Zevenbergen heeft het wielrennen een belangrijk nadeel dat nu opspeelt. Het wereldje is klein. „Als je een keer op iemand zijn tenen bent gaan staan, dan weet die persoon zich dat de volgende keer nog heel goed te herinneren. Als iets niet goed is gevallen, kan dat jarenlang grote gevolgen hebben. Dat wreekt zich nu.”