Drugsdealerdeuntjes

In Mexicaanse balladen zijn de drugshandelaren doorgaans intelligent, dapper en edelmoedig. Bendeoorlogen sijpelen door in deze populaire tegencultuur.

Berthold van Maris

In Mexico zijn de afgelopen tijd vijf muzikanten geliquideerd. Allemaal hielden zij zich bezig met het populaire genre van de drugsballaden: vrolijke, dansbare liedjes waarin de drugshandel wordt verheerlijkt.

“Er is al een paar jaar een oorlog aan de gang tussen de verschillende drugskartels in Mexico”, vertelt Klaas Wellinga, Latijns-Amerika-specialist aan de letterenfaculteit in Utrecht. “Vorig jaar waren er ruim tweeduizend liquidaties. Het lijkt erop dat die oorlog zich nu ook gaat uitstrekken tot zangers en muzikanten.”

Wellinga heeft een brede belangstelling. Samen met Francisco Lasarte heeft hij net een boek geschreven over zes belangrijke Spaans-Amerikaanse romanschrijvers, Het experiment en de revolutie. Maar hij is ook al tien jaar geïnteresseerd in ‘narcocorridos’: een ‘corrido’ is een ballade en ‘narco’ verwijst naar alles wat te maken heeft met drugs en drugshandel. Wellinga heeft er inmiddels een immense collectie van aangelegd. Naar eigen zeggen heeft hij tienduizenden liedjes beluisterd. “De meeste pik ik van het internet. Het zijn heel vrolijke wijsjes. Vier of vijf man, gitaren, een accordeon, een bas, soms een drumstel. En altijd datzelfde polka-achtige deuntje.”

Muzikaal is het allemaal niet zo interessant, vindt hij. “Mij interesseren vooral de teksten. Daarin wordt een fascinerend beeld van de drugshandel neergezet, dat ongelofelijk positief is. De drugshandelaren zijn intelligent, dapper en edelmoedig. Daartegenover staan de politie en de politici, die corrupt zijn en laf. Als een drugshandelaar in zo’n liedje gepakt wordt, is dat altijd met een enorme overmacht, of hij wordt in de rug geschoten.”

hamburgers

De drugsballaden vormen een soort tegencultuur. “De theorie zegt natuurlijk dat in die liedjes de stem van die figuren zelf naar voren kan komen. En dat het voor een deel ook weerspiegelt hoe de bevolking erover denkt. De Mexicanen vonden de drugshandel aanvankelijk, denk ik, helemaal niet zo erg. Die drugs gingen naar de Verenigde Staten en nou ja, ‘als zij zo graag drugs willen hebben, dan willen wij dat wel leveren’. Veel van die liedjes zeggen dat ook expliciet: de oorzaak van de drugshandel is de enorme vraag in de Verenigde Staten. ‘Ze importeren daar drugs alsof het bloemen zijn, ze verslinden het alsof het hamburgers zijn’ – dat soort zinnetjes. ‘We hebben schitterende klanten in de Verenigde Staten, die voeren het per ton in. Overal hebben we onze mannetjes zitten’ – en dan noemen ze een zooi steden op. Kortom, ze zien het niet als een probleem. Ze noemen het: een geluk. ‘Wij leveren graag’, zingen ze, ‘want zo kunnen we ontsnappen aan de armoede. Wij willen ook iets zijn, wij willen ook iets betekenen, wij willen ook luxe.’ En dan sommen ze op wat ze allemaal verdienen: auto’s, kleren, horloges, prachtige laarzen, prachtige vrouwen.”

Mexico kent een lange traditie op het gebied van balladen. De bekendste corridos worden door iedereen meegezongen. Er wordt op gedanst, en je hoort ze te pas en te onpas in bussen. “Een ballade moet natuurlijk een verhaal vertellen”, zegt Wellinga. “Botsingen met de politie, geslaagde smokkelacties – daar zijn prachtige liedjes over. Ook gaat het over de gevaren die hen bedreigen. Verraders, waar ze altijd bang voor zijn. Concurrenten.”

Een van de grote helden is El Chapo Guzman (Kleine Guzman), die werkelijk bestaat: hij is de leider van het invloedrijke kartel van Sinaloa. Er zijn bijvoorbeeld liedjes over zijn ontsnapping uit de gevangenis, in 2001: Guzman verliet de instelling in een wasmand. In de liedjes wordt hij bezongen als een weldoener. “De grote drugshandelaren zijn ook weldoeners”, stelt Wellinga. “Vooral in hun eigen gebied. Ze komen vrijwel allemaal uit de deelstaat Sinaloa, een vrij ruige staat die een heel lange traditie heeft van smokkel en het verbouwen van papaver en hennep. De grote handelaren hebben daar wegen aangelegd, ziekenhuizen gebouwd, voor elektriciteit gezorgd. Natuurlijk is dat ook een vorm van public relations. Een manier om de bevolking aan zich te binden.”

De meeste Mexicanen hebben niet erg veel vertrouwen in de overheid – “en terecht”, zegt Wellinga. Enquêtes leveren altijd hetzelfde beeld op: de familie komt bij de Mexicanen op de eerste plaats, de overheid en de politie komen, wat vertrouwen betreft, helemaal onderaan. Van 1917 tot 2000 is in Mexico altijd dezelfde politieke partij aan de macht geweest, de PRI, en die alleenheerschappij heeft geleid tot een gigantische corruptie – die in de liedjes breed wordt uitgemeten. In een ballade van de Pumas del Norte (de Poema’s van het Noorden) wordt verteld hoe iemand gearresteerd wordt met twintig kilo cocaïne. Bij ieder stapje dat er vervolgens gezet wordt in het gerechtelijk onderzoek verdwijnen er een paar kilo’s. De verdachte staat ten slotte terecht voor één ons.

platinaplaat

De narcocorridos zijn geen marginaal verschijnsel. De bekendste groep, de Tigres del Norte (Tijgers van het Noorden), speelt in grote stadions en heeft 130 keer een platina-plaat gekregen. Als we Wellinga mogen geloven zijn zij ook de best verkopende muziekgroep in Californië, waar veel Mexicanen wonen.

Liedjes over bandieten en smokkelaars zijn altijd al populair geweest in Mexico. Tijdens de Mexicaanse revolutie (1910-1917) ontstond er een nieuw subgenre, waarin legendarische revolutionaren als Emiliano Zapata en Pancho Villa bezongen en verheerlijkt werden. En nu zijn daar de nieuwe helden bijgekomen: de drugshandelaren. Natuurlijk zijn er ook balladen die over andere dingen gaan, zoals de liefde, bijvoorbeeld over vrouwen die ontrouw zijn en daarom worden doodgeschoten.

Melodrama en sensatie, daar draait het om in de ballade. “Dat hebben ze in Mexico altijd gehad”, zegt Wellinga. “Je zou het een soort sensatiepers kunnen noemen.” Stof genoeg: de drugshandel veroorzaakt veel bizarre gebeurtenissen. Een kardinaal die op het vliegveld wordt neergeschoten omdat men hem aanziet voor El Chapo Guzman, een enorme veldslag in een discotheek waar twee rivaliserende kartels een conflict uitvechten, de dood van een andere grote drugsbaron, ‘de Heer der Hemelen’, die op de operatietafel zou zijn overleden – ‘wat niemand gelooft’, volgens Wellinga.

Deze man werd de Heer der Hemelen genoemd omdat hij de cocaïne per Boeing invoerde. Wat corrido-tekstschrijvers inspireerde tot mooie teksten, zoals: ‘Ik beweeg me onder water / ook vlieg ik door de lucht / Ze zeggen: de regering zoekt je / Anderen zeggen: dat is niet waar. / Vanuit de hemel kijk ik omlaag / en lach om al die verwarring.’

De eerste succesvolle drugsballade dateert uit 1972 en heette Smokkel en Verraad. Het verhaal was fictief: een man en een vrouw slagen erin een flinke hoeveelheid marihuana de VS in te smokkelen. Als het geld verdeeld wordt, geeft de man te kennen dat er een andere vrouw is in zijn leven. ‘Toen klonken er zeven schoten / Camelia schoot Emilio dood. / De politie vond alleen / een pistool op de grond. / Van het geld en van Camelia / werd nooit meer iets vernomen.’ Dit liedje, met veel actie en weinig uitleg over de motieven van de personages, sprak blijkbaar tot de verbeelding: het was een grote hit en werd op grote schaal nagevolgd.

Vanaf 1980 wordt het interessant, vindt Wellinga: “Dan beginnen ze historische gebeurtenissen en historische personages op te nemen. Sommige van die liedjes zijn ook duidelijk in opdracht geschreven. Er zijn verschillende artiesten die daar in interviews heel openhartig over zijn: ze noemen bedragen van twintig- tot vijftigduizend dollar, voor een liedje dat gemaakt wordt in opdracht van een drugshandelaar.” El As de la Sierra (De Kampioen uit de Bergen) zei in een interview: “Ik weet wat mijn publiek is, dat zijn mensen die in de business zitten.” El As heeft voortdurend lijfwachten om zich heen en kan in bepaalde regio’s niet meer optreden, omdat die in handen zijn van andere kartels.

Niet iedereen heeft het in de gaten, maar Mexico is al een tijd lang een veel belangrijker drugsland dan Colombia. Wellinga: “De banden tussen de Mexicaanse en de Colombiaanse drugshandel dateren van 1984. Vanaf 1990 nemen de Mexicanen het over van de Colombianen. 70 of 80 procent van de drugshandel met de Verenigde Staten loopt nu via Mexico. Het gaat niet alleen om cocaïne uit Colombia, Bolivia en Peru, maar ook om de marihuana en heroïne die Mexico zelf produceert. In Mexico schatten ze dat er per jaar 30 miljard dollar verdiend wordt in de drugshandel. Na de olieindustrie is dat de tweede bron van inkomsten.” Op de derde plaats komt het geld van de Mexicaanse immigranten in de VS, waaronder veel illegalen: dat was vorig jaar 21 miljard.

politie

“Er is nu een soort oorlog aan de gang, tussen de verschillende Mexicaanse kartels. Er is een theorie die zegt dat die kartels vroeger beheerst werden door de PRI. Die controle zou zijn weggevallen sinds de verkiezing van president Fox, in 2000, waarmee een einde werd gemaakt aan de heerschappij van de PRI. De situatie is nu heel onoverzichtelijk geworden: de gemeentelijke politie is in dienst van een bepaald kartel, de deelstaatpolitie in dienst van een ander kartel, de nationale politie weer van een ander kartel.” De nieuwe regering van president Calderón probeert een einde te maken aan het geweld en stuurde in december twintigduizend soldaten naar de deelstaten waar de problemen het grootst zijn.

“Eind november werd de zanger Valentín Elizalde doodgeschoten, na een optreden. Volgens velen zong hij in opdracht van het kartel van Sinaloa. Augustus vorig jaar was er ook al een aanslag op de groep Explosión Norteña (Noordelijke Explosie). Half december is er nog een zanger doodgeschoten. Er verschijnen nu overal in Mexico opschriften, heel bizar, in kroegen: artiesten opgelet, geen positieve en geen negatieve liedjes, want oog om oog tand om tand. Je mag niet meer negatief over iemand zingen, maar ook niet positief, want als je positief over iemand zingt ben je negatief over zijn tegenstander.”

Explosión Norteña trad veel op in een discotheek die bezocht werd door de pistoleros (huurmoordenaars) van het kartel van Tijuana. Wellinga bestudeerde hun teksten. Het is een rauwe verheerlijking van geweld vol geheime codes die blijkbaar naar leden van het kartel verwijzen.

Voor Wellinga is het heel simpel: legaliseren is de enige oplossing. “Het geweld is alleen maar een gevolg van het verbod op drugs. Als je het legaliseert, ben je van het geweld af. Het zijn de Verenigde Staten die landen dwingen mee te doen met die bestrijding. Deelname aan de War On Drugs is een voorwaarde om in aanmerking te komen voor leningen van de Wereldbank en het IMF, bijvoorbeeld. Maar alle rapporten die ik over de War on Drugs gelezen heb zeggen: het werkt niet. Nog nooit zijn drugs in de VS in zulke hoeveelheden van zulke goede kwaliteit zo goedkoop aanwezig geweest. Oké, de velden kun je vernietigen. Maar als je in een bepaald gebied iets vernietigt, dan komt het in een ander gebied weer op.”

De liedjes leggen volgens hem de vinger op de zere plek: de vraag is de oorzaak van dit alles. “In de Verenigde Staten wordt alleen het gebruik onderdrukt, niet de vraag. Ze vragen zich niet af: waarom is die vraag zo groot in de VS? Daar zou je toch keurig onderzoek naar kunnen doen.”

In Latijns-Amerika zijn ook regelmatig andere geluiden te horen. In Mexico zelf was er vorig jaar in het parlement een meerderheid die marihuana wilde legaliseren, maar uiteindelijk hield toenmalig president Fox dat tegen, onder druk van de Verenigde Staten.

Bolivia laat, sinds de verkiezing van Evo Morales tot president, ook een fris geluid horen. Morales komt voort uit een beweging van kleine coca-verbouwende boeren. “Bolivia speelt het, denk ik, redelijk slim. Ze zeggen dat ze wachten op een rapport van de Europese Unie, die onderzoekt wat de internationale markt is voor legale coca. Dan denken ze aan verwerking in thee, frisdranken, medicijnen – een legale markt die er natuurlijk altijd geweest is. Ze denken dat ze veel meer coca kunnen gaan produceren voor de legale markt. Klinkt prachtig natuurlijk: coca ja, cocaïne nee. Maar goed, je kunt de productie van cocaïne nooit tegengaan. En kijk, in mijn ogen kan het hun ook niks schelen natuurlijk, als daar cocaïne van gemaakt wordt. Het is gewoon een goeie bron van inkomsten.”

Ook in Peru beginnen de kleine coca-producenten zich te organiseren. De ironie wil echter dat legalisering van de coca nog wel eens in het nadeel van die boeren zou kunnen werken, denkt Wellinga. “Als je het gaat legaliseren, ja, dan zie ik grote bedrijven al plantages aanleggen. Worden die kleine boertjes de markt uit gedreven.”