De rechter veroordeelt vooral lege stoelen

Wie komt er bij de rechter en waarom? Vandaag het begin van een wekelijkse serie. Deze keer: kleine zaakjes, lage boetes en een dure rechter.

De wachtkamer zit vol. Paula, de bode, komt het zaaltje van rechter Otte binnen om het te vertellen. Hij kijkt blij verrast. Hij heeft vandaag in een zaak of twintig uitspraak gedaan. En al een paar keer veroordeelde hij een lege stoel. Allemaal zaken van mensen die in hoger beroep gingen tegen een straf van een lagere rechter. Raadsheer Otte van het gerechtshof Amsterdam behandelt hun zaak opnieuw.

Maar niet iedereen neemt de moeite om te komen luisteren naar zijn oordeel. De bode telt snel: tien mensen wachten nog. Voor iedereen is vijf minuten.

– Ze worden ongedurig, zegt Paula.

Zullen we ze anders vast allemaal binnenlaten? Helpt dát? vraagt de rechter.

– (Kordaat) Nee. Dan horen ze elkaars grote mond. Gaan ze elkaar imiteren.

Kees T. mag als eerste naar binnen. Hij ruikt naar ongewassen kleren. Hij zet zijn grijze mutsje af. Hij heeft rondgereden in een onverzekerde auto. De boete is 385 euro.

– Waarom bent u gekomen? vraagt de rechter.

– Moest van m’n schuldhulpverlener, edelachtbare.

– U werd aangehouden omdat uw auto niet was verzekerd.

Kees knikt somber. „Dat was op moederdag. Ik ging mijn moeder een cadeautje brengen.”

– Die auto was van u?

– Ik sliep erin.

De advocaat-generaal pakt een papier. Een brief van de verzekering. „Hier staat dat u bent geroyeerd.” Rechter Otte vertaalt: „U bent eruit gegooid”

– Ik dacht dat ik verzekerd was.

– U heeft niet betaald.

– Ik betaal altijd laat.

Kees lijkt de moed al te hebben opgegeven. De advocaat-generaal kijkt nog eens in haar papieren. De brief van de verzekering is gekomen ná de aanhouding van Kees. De rechter kijkt mee. Fluisterend overleg.

– Heeft u die auto nog? vraagt de rechter.

– Die is meteen gesloopt. Ik woon nu samen.

– Waar leeft u van?

– Van 70 euro in de week. Met z’n tweeën.”

De advocaat-generaal aarzelt. Ze zegt: „Met een beetje goede wil, kan je begrijpen dat Kees dácht dat hij verzekerd was, ook al had hij maanden niet betaald. De rechter is het met haar eens. Hij verandert de straf in een voorwaardelijke boete. „U hoeft alleen te betalen als u nog een keer in de fout gaat.”

Kees sjokt het zaaltje uit.

– Moeilijk hè, zegt de rechter tegen de advocaat-generaal.

– Heel moeilijk. Voor iemand met zo’n beperkt begrip.

De volgende mag komen. Een jonge man in streepjespak en bruine suède schoenen, met zijn advocaat. Hij heeft ook een boete voor onverzekerd rijden gekregen en zijn rijbewijs is ingetrokken. Hij is vertegenwoordiger in de buitendienst, hij heeft zijn auto nodig.

De advocaat-generaal, streng: „Duizenden mensen rijden onverzekerd. Zal je net zien dat je een ongeluk krijgt. Dat is pech voor u, maar nog meer voor de ander. Want die kan geen claim op u doen.”

De rechter: „U bent goed opgeleid, u heeft doorgeleerd. U zou beter moeten weten.”

De advocaat krijgt het woord. Cliënt heeft nooit een rekening of boete gezien. Zijn relatie ging uit. Cliënt ging het huis uit. Zijn vriendin stuurde de post niet door.

Rechter Otte vraagt naar de inkomsten van de cliënt. Dat doet hij bij iedereen. Ruim 3.000 euro. – Netto?

– (Haastig) Nee, bruto.

– En de uitgaven?

De cliënt ziet een ontsnappingsroute en begint op te sommen: een eigen huis, hoge hypotheek. De rechter onderbreekt hem: „Gewoon de vaste lasten, zoals we allemaal hebben.” Zijn rijbewijs mag de vertegenwoordiger weer terug, maar de boete moet gewoon betaald.

– Het is een fors bedrag, die 385 euro, zegt Otte, maar u zal het de kop niet kosten.

Even voor zes uur gaat de laatste de rechtszaal uit. De vrouw die twee boetes kreeg voor zwart rijden in de trein is vrijgesproken. De taxichauffeur die passagiers ronselde op Schiphol moet toch betalen. De Turkse vader van zes kinderen, die cocaïne rokend werd aangehouden, heeft nu een voorwaardelijke straf.

Rechter Otte klapt zijn dossiers dicht. De veegzitting is voorbij. Eens per week heeft het hof zo’n dag met zaakjes, soms zijn het er 30, soms 100. De vorige minister van Justitie, Donner, vond dat mensen te makkelijk in hoger beroep kunnen. Ze doen het omdat ze denken dat hogere rechters milder zijn, of alleen om de straf uit te stellen. En daar is de tijd van de rechter te duur voor.

Vanaf 1 juli moet iedereen met een boete onder de 500 euro eerst in een brief aan het hof uitleggen waarom hij het daar niet mee eens is. En dat, hoopt de minister, is veel mensen te veel moeite.