De ijzeren sluier

Ik ben het grotendeels eens met Dijkgraaf als hij wetenschappelijke contacten beschrijft in het Midden-Oosten (De ijzeren sluier, W&O 3 maart). Een belangrijk deel van de tegenstellingen tussen Oost en West hebben echter te maken met de beeldvorming die we hier van het Oosten hebben. Wat dat betreft vliegt Dijkgraaf uit de bocht als hij de regimes in Syrië en Iran als vijandig tegen de moderne wetenschap afschildert. Daarmee impliceert hij dat de Iraanse revolutie op een lijn staat met het reactionaire bewind van de Taliban en de Qaeda-ideologie. Hoewel de Iraniërs niet een volledige democratie hebben, zijn ze een stuk democratischer dan zulke vrienden van het Westen als Egypte en Saoedi-Arabië. Verder heeft de regering wel doorgevoerd dat mannen en vrouwen zoveel mogelijk gescheiden moeten leven, maar ze hebben meisjes naar de universiteit gestuurd zodat vrouwen dokter kunnen worden en advocaat om zo vrouwen medische zorg en juridische bijstand te kunnen geven. Aan de TU in Delft (waar ik gedeeltelijk werk) hebben we al enige jaren tientallen Iraanse studenten gehad (o.a. de dochter van een minister). Niet alleen gaan die heel relaxed om met de sharia, maar de achtergrond is dat de regering wel degelijk de Westerse technologie (en wetenschap) omarmt. Hoewel ik niet ontken dat Iran een potentieel gevaar zou kunnen vormen, denk ik toch dat het land veel positieve ontwikkelingen laat zien en eigenlijk het verst gevorderd is als het gaat om de vorming van een nieuwe identiteit die de mensen in het Midden-Oosten hard nodig hebben om zich in de globale economie te kunnen redden. Dat gaat niet in een rechte lijn, maar er is zeker geen sprake van een afwijzing van het Westen zoals Dijkgraaf suggereert.