Breed samengesteld

Het Regeerakkoord heeft ongetwijfeld vreugde gebracht in menige docentenkamer. In dat akkoord wordt namelijk het voornemen uitgesproken de werkdruk voor leraren te verlagen en de kwaliteit van het onderwijs te verbeteren. Sceptici vragen zich wellicht af wat er nou concreet gedaan gaat worden. Nou, bepaald niet niks: “Een breed samengestelde commissie zal gevraagd worden daarvoor bouwstenen aan te leveren. Onderwerpen die daarbij in samenhang aandacht verdienen zijn: het lerarentekort, kwaliteit lerarenopleidingen, belonings- en functiedifferentiatie, loopbaanperspectief, omvang lestaak, hoeveelheid contacturen, ruimte voor individuele leerlingbegeleiding, onderwijsontwikkeling en professionaliteit docent, en ruimte voor maatwerk.” Tot zo ver het Regeerakkoord.

Nu is het sinds jaar en dag zo dat we in Nederland ongeveer even veel uitgeven aan basisonderwijs als de meeste andere Westerse landen, maar wat het voortgezet onderwijs betreft lopen we flink uit de pas. Zo telt het secundair onderwijs nergens zo veel leerlingen per docent als in Nederland: 17,1 tegenover bijvoorbeeld 9,8 in België. De behoefte aan bouwstenen doet zich dan ook vooral voor in deze sector.

Interessant is daarom wat de verkiezingsprogramma’s van de verantwoordelijke bewindslieden minister Ronald Plasterk (PvdA) en staatssecretaris Marja van Bijsterveldt (CDA) hierover vermelden. In het PvdA-programma lees ik dat de arbeidsmarktpositie en het carrièreperspectief van leraren niet goed genoeg zijn, dat leraren die lesgeven aan lastige kinderen de waardering voor dat belangrijke werk terug moeten zien op hun salarisstrook, en dat de leraar de ware held is van de kenniseconomie. Daarom moet er voor het vmbo 10 procent ruimte komen voor onder meer salarisverhoging. Wat het havo/vwo betreft moet er rust komen aan het front om leraren tijd en ruimte te geven om te werken aan de kwaliteit van het onderwijs.

Het CDA-programma belooft scholen een beter carrièreperspectief te bieden door prestatiebeloning en meer belonings- en functiedifferentiatie. Leraren kunnen in een hogere schaal terechtkomen en/of doorstromen naar hogere onderwijsvormen. Daarover beslissen de scholen zelf. De overheid faciliteert dit door meer geld toe te kennen aan onderwijsinstellingen.

Vorige week vertelde ik u dat het regeerakkoord de kleinschaligheid wil bevorderen en de macht van de besturen inperken. In het CDA-programma lees ik het tegendeel, tenzij het CDA meent dat het mogelijk zou zijn voor afzonderlijke scholen om dit op eigen houtje te regelen.

De commissie van de bouwstenen wordt ‘breed samengesteld’. Dit betekent dat alle bonden, besturen en raden erin zijn vertegenwoordigd. Die zullen er niets voor voelen macht af te staan; noch aan de scholen, noch aan de centrale overheid. Breed samengesteld leidt er dan ook toe dat het onderwijsbeleid het resultaat blijft van het krachtenspel van belanghebbenden, waarbij de overheid machteloos moet toezien. Daarom pleit ik niet voor een breed, maar voor een smal samengestelde commissie van onafhankelijke deskundigen. Onderwijssocioloog Jaap Dronkers noemde onlangs in vergelijkbaar verband als geschikte kandidaat Han Leune, de vroegere voorzitter van de Onderwijsraad. Dronkers wist blijkbaar niet dat PvdA onderwijsideoloog Leune zich als geen ander heeft ingespannen om de bewindslieden van zijn partij te helpen het onderwijs de basisvorming door de strot te duwen.

Ik pleit voor een commissie van echt onafhankelijke geesten, met, als het even kan, ook nog verstand van zaken.

lgm.prick@worldonline.nl