Bont beschermde diersoort op formele ambtskleding

De discussie rond het bontje op de kleding van minister Van der Hoeven zoals recent aangekaart door de fractievoorzitter van de Partij voor de Dieren, heb ik met veel belangstelling gevolgd. Het betrof hier de persoonlijke kleding van de minister tijdens het maken van een foto van het kabinet met Hare Majesteit de Koningin, een activiteit die niet als formele zitting van het kabinet kan worden aangeduid. De Partij had daar desalniettemin problemen mee.

Veel erger moet het dan zijn voor de aanhangers van de Partij voor de Dieren dat een van de hoogste ambtsdragers van ons land tijdens formele zittingen van ons hoogste rechtscollege een stuk van de huid van een hermelijn op zijn ambtstoga draagt.

Blijkens mijn informatie betreft het hier de procureur-generaal van de Hoge Raad. De hermelijn behoort tot het geslacht der wezels en is een roofdier dat in Nederland tot de beschermde diersoorten behoort. De snit van en de franje op de ambtsgewaden van de rechterlijke macht zijn in Nederland gedetailleerd omschreven in het betrekkelijk recente Koninklijk Besluit van 22 december 1997, Reglement II.

Het zou de Partij voor de Dieren sieren als een van haar eerste actiepunten in de Tweede Kamer alles in het werk te stellen om het onderwerpelijke Koninklijk Besluit veranderd te krijgen. Wat is er nog veel en belangrijk zendingswerk te doen voor de Partij voor de Dieren!