Blijvend belang uit `82

Je kunt goed zijn in de wetenschap, maar als vrouw maak je er minder carrière dan een man”. Een steekproef van het NRC wetenschapskatern onder meest geciteerde wetenschappers uit 1982 laat zien dat alle top-8 auteurs inmiddels tot het hoogleraarsambt zijn bevorderd, met uitzondering van de enige vrouw (Het blijvend belang uit `82, W&O 24 februari). Opmerkelijk is dat zij wel de meest geciteerde wetenschapper is uit dat jaar. Een schrijnend voorbeeld van de hardnekkige genderverschillen aan de universiteit. Het aandeel vrouwen aan de top is lager dan op grond van ontwikkelingen in opleidingsniveau en promotieaantallen verwacht mag worden. Al te snel wordt met de vinger gewezen op het gebrek aan ambitie en productiviteit van vrouwen. Oplossing: sleutelen aan deze vrouwen via coaching en mentorschap. Maar waarom kijken we niet naar het benoemingssysteem zelf? Het verhaal van bovenstaande vrouwelijke wetenschapper is niet het enige verhaal van vrouwen die, ondanks een fulltime baan en excellent werk, uiteindelijk niet de bevorderingen krijgen die ze verdienen.

In mijn onderzoek neem ik de benoemingsprocedures voor hoogleraren onder de loep. Ik toon aan dat er voldoende potentieel aan vrouwelijke wetenschappers is in de meeste disciplines, en dat er voldoende hoogleraarposities vacant komen. Tevens blijkt dat, met name in de medische wetenschappen, maar liefst 64 procent van de nieuwe hoogleraren via gesloten procedures wordt geworven. De zoektocht naar nieuwe hoogleraren verloopt vaak via scouts die via informele netwerken talent zoeken, `koesteren` en klaarstomen voor het hoogleraarsvak. Deze scouts, voornamelijk mannen, nemen minder vanzelfsprekend vrouwelijke kandidaten in overweging. Mogelijk profileren professorabele vrouwen zich anders dan mannen - meer bescheiden - , bevinden ze zich in andere netwerken, of wordt de ambitie om hoogleraar te worden anders uitgedrukt. De vraag is of via dit scoutsysteem al het beschikbare (vrouwelijke) potentieel voldoende zichtbaar wordt. En nog belangrijker: een scout zoekt vaak een kloon van zichzelf, en heeft daardoor een te beperkt beeld van ieders talent en ambities en is soms onvoldoende in staat om excellentie van vrouwen goed waar te nemen. Met als gevolg dat getalenteerde vrouwen met zichtbare prestaties, na 25 jaar nog niet het hoogste niveau hebben bereikt.

Universiteitsbestuurders, onderzoeks- en onderwijsdirecteuren moeten kennis nemen van de uitkomst van de steekproef van het NRC, en het rapport Gender & Excellence uit 2006 naar benoemingsprocedures, en zich realiseren dat niet de vrouwen het probleem zijn maar het systeem.