Betrek Huizinga niet bij problemen van vandaag

Met een citaat van Johan Huizinga (1872-1945) lijkt het altijd goed scoren. Dat moet ook Dick Pels hebben gedacht toen hij Huizinga in stelling bracht tegen Geert Wilders (Opiniepagina, 2 maart). Maar wie citeert moet ten minste iets van de context laten zien, opdat de lezer tot de oorspronkelijk bedoelde interpretatie van het citaat kan komen. Mijns inziens stond Huizinga, toen hij in Nederland`s Geestesmerk (1934) sprak over ons ”openstaan voor de erkenning van de waarde van het vreemde”, iets anders voor ogen dan Pels ons wil doen geloven.

Ik denk dat Huizinga bedoelt ons openstaan voor de culturele invloeden van de ons in Europa omringende culturen, met name die van Frankrijk, Duitsland en Engeland. Daarbij doelt hij allerminst op de fysieke aanwezigheid van het buitenland hier (hij heeft het niet over `deuren` maar over `vensters` openzetten), maar op de ”beste vruchten van [de] geest”.

Dat wij tot een ”gelijkmatige verwerking van verschillende vreemde culturen” in staat zijn, berust volgens Huizinga vooral op onze eigen culturele identiteit, belichaamd door onze eigen taal.

De politieke en culturele context van Huizinga`s geschrift is zo anders dan de onze dat het eigenlijk niet goed mogelijk is citaten uit Huizinga in te zetten om onze interne multiculturele problemen van vandaag te belichten.