Beroep op artikel 3 Grondwet door Tichelaar is een gotspe

In de parlementaire discussie over het vraagstuk van twee nationaliteiten werd door PvdA-fractievoorzitter Tichelaar ook artikel 3 van onze Grondwet in stelling gebracht. Dat artikel houdt in dat alle Nederlanders op gelijke voet benoembaar zijn in de openbare dienst.

Het enige criterium naast het Nederlanderschap, aldus Tichelaar, is of de betrokkene over de nodige kwaliteiten voor de openbare functie beschikt. Is dat geen gotspe in het licht van de al jarenlang gangbare benoemingspraktijk in onze partijendemocratie die schuilgaat achter het staatsrechtelijke fenomeen van onze parlementaire democratie?

Want dat de toegang tot de belangrijkste publieke functies sinds lang gemonopoliseerd is door de gevestigde partijen, is al ettelijke malen geconstateerd. Die partijen vormen tezamen een politiek marktverdelingskartel dat alle belangrijke publieke functies in de openbare dienst en in de adviesorganen reserveert voor partijleden; een praktijk die te vergelijken valt met de `closed shop` traditie waarmee de Britse vakbonden hun maatschappelijke positie lange tijd plachten te ondersteunen.

Dit betekent dat de overgrote meerderheid van de Nederlandse bevolking, niet lid zijnde van een partij die er toe doet - zo`n 98 à 99 procent - van die publieke functies is uitgesloten.

Een saillant voorbeeld van discriminatie op politieke gronden, ook in dit blad herhaaldelijk onder de aandacht gebracht. Maar deze discriminatoire benoemingspraktijk wordt zonder blikken of blozen voortgezet en een open discussie daarover angstvallig vermeden.