Aziatische angst voor het rijke Westen

In Maleisië en Indonesië is het niet zo moeilijk anti-Amerikaanse sentimenten op te roepen. Maar de haat is tamelijk dubbelzinnig. Het liefst zou je je kind laten afstuderen in de VS.

Je zou Mahathir een querulant kunnen noemen. Ware het niet dat hij als premier 22 jaar met strakke hand zijn land, Maleisië, het industriële tijdperk heeft binnengeloodst. En ware het niet dat hij soms zegt wat de Maleisische moslimmeerderheid in zijn land denkt: dat het Westen niet deugt, dat Blair en Bush voor een oorlogstribunaal moeten verschijnen en dat zionistische samenzweerders het op de moslimbroeders en -zusters in de wereld hebben gemunt. Met dit soort teksten opent Mahathir een tentoonstelling, en niet zomaar een tentoonstelling. Het is een thuiswedstrijd met applaus om de vijf minuten.

Plaats van handeling: het Putra congrescentrum in de Maleisische hoofdstad Kuala Lumpur. Aanleiding: de opening van een tentoonstelling waarop de Amerikaanse misdaden tegen de mensheid worden getoond: van Hiroshima, via My Lai en via Israël naar Guantanamo Bay en Abu Ghraib. De expositie biedt een overdonderend kabaal van mitrailleurs, huilende kinderen, kermende martelaren. Subtiliteit is aan de makers niet besteed – Amerika is een schurkenstaat en joden deugen niet. Aan het slot is er dan eindelijk een bevrijdende stilte en is er vrede: warm aangelicht groen en de milde klanken van John Lennons Imagine.

Opzienbarend aan het evenement is niet dat het gehouden wordt. Wel dat niemand er aanstoot aan neemt. Niemand kijkt er van op dat hier sterk antisemitische geschriften zoals de Protocollen van Zion over de toonbank gaan. Amerika deugt niet – ook dat is hier een open deur.

Peilingen in de islamitische wereld bevestigen nu al jaren het negatieve beeld van de Verenigde Staten, niet alleen in de ‘harde’ islamitische landen, maar ook in de gematigde moslimlanden in het Verre Oosten, Indonesië en Maleisië. Al jaren heeft tussen de 75 en 80 procent van de bevolking in de gematigde moslimlanden een negatief beeld van Amerika.

Maar wat is het? Is Amerika het meest grijpbare symbool van het hele Westen, gaat het specifiek om de VS of, nog beperkter, is het alleen afkeer van president Bush en diens beleid?

Shamsul Baharuddin leidt het Instituut voor Westerse studies aan de Nationale Universiteit van Maleisië. Volgens hem is het nogal dubbel: „De mensen hier zijn heel positief over de Amerikaanse economie. Toeristen hebben hier ook nooit problemen gehad. Dat is omgekeerd weleens anders wanneer een Maleisische moslim voor de Amerikaanse douane staat. Er is hier ook nog nooit een Amerikaanse film verboden.”

Volgens professor Shamsul is het voornamelijk politiek. „We steunen hier al tientallen jaren de Palestijnse zaak, zien dat als een jihad. Het Maleisische publiek ziet de VS als het kwaad in het Midden-Oosten, verkleed in een filantropisch gewaad.”

Zowel in Maleisië als in Indonesië, het grootste moslimland ter wereld, is sprake van soms luidruchtig anti-Amerikanisme. En naarmate moslims hun geloof assertiever belijden, stoort ook het héle Westen hen meer. De Deense cartooncrisis van een jaar geleden illustreerde hoe gemakkelijk anti-Amerikaans in anti-westers sentiment kan omslaan.

Dr. Franz Magnis-Suseno, jezuïet en directeur van een seminarie in Jakarta, heeft het over het minderwaardigheidscomplex van de islam. Voor radicalere moslims is al gauw het hele Westen bedreigend. „Christenen in Indonesië zijn meestal rijker, hebben betere scholen. En soms scheppen ze ook nogal op over financiële steun die ze van hun christelijke geloofsgenoten uit Amerika ontvangen. Dat helpt ook niet echt.”

En christenendom – dat is voor radicale moslims een westerse ondermijning van de islam. Het zou, althans voor een deel, de argwaan te verklaren waarmee christelijke hulporganisaties soms worden bejegend in het praktisch volledig islamitische Atjeh. En de animositeit waarmee radicale islamgroeperingen met een zekere regelmaat christelijke kerkdiensten verstoren.

Indonesië telt 14.000 islamitische kostscholen, pesantren. Een overgrote meerderheid is religieus maar betrekkelijk apolitiek. Maar net als in Maleisië wordt met Saoedi-Arabisch geld en met islamitische docenten die in het Midden-Oosten zijn geschoold, wel gepoogd een jihad-achtige, anti-westerse islam tot ontwikkeling te brengen.

Magnis-Suseno: „Laat het in één procent van de gevallen lukken, dan hebben we het toch over 140 kostscholen. Daar denken ze hier in Indonesië soms wel een beetje naïef over.”

Het blijft een diffuus mengsel: diepe afkeer van de Amerikaanse politiek, ongemak jegens het overweldigende Westen, een diep verlangen er in de wereld bij te horen, met als hoogste opvoedingsideaal een MBA voor je kind in Amerika, en elke avond Amerikaans entertainment op de televisie.

Het is een sentiment dat misschien niet veel anders is dan wat in vele islamitische wijken van westerse steden leeft. Daar komen de meest fanatieke ronselaars voor jihad en radicalisme onder Maleisische studenten trouwens ook vandaan.

Geen betere metafoor dan McDonald’s. Deze fastfood restaurants hebben in de islamitische wereld een kleine gebedsruimte en tijdens ramadan gaan de gordijntjes overdag dicht. Ze doen hun best respect aan het gastland te betuigen. Maar het blijft McDonald’s.

Een vrouwelijke manager – met hoofddoek – vertelt: „In onze vestiging in Makassar (in het zuiden van Sulawesi) maakte ik mee dat tientallen fundamentalisten dreigend voor onze deur stonden. Dat was angstig. Opgewonden betogers schreeuwend aan de ene kant van het glas, ik met onze medewerkers aan de andere kant. Enkele weken later kwam één van die fanatiekelingen binnen en vroeg McDonald’s gewoon om een financiële bijdrage aan clubje.”

Het doet denken aan een cocktail met de ingrediënten fundamentalisme, anti-Amerikanisme en maffiapraktijken. Feit is dat het beleid van McDonald’s officieel gericht is op groei, maar dat de multinational al jaren geen behoefte meer heeft nog meer vestigingen te openen in Indonesië.