Alleen de mislukken in Europa losers

Uitgeprocedeerde asielzoekers moeten terug, maar het is lastig opnieuw te beginnen. ‘Maatwerk bij Terugkeer’ probeert ze op weg te helpen.

Sheila Kamerman

Joseph (22) is bang. Hij moet terug naar zijn geboorteland Guinée waar zijn ouders zijn vermoord door rebellen. Zijn vader was lid van een oppositiepartij, zegt hij. De moord op zijn moeder zag hij gebeuren. Hij krijgt tranen in zijn ogen. Meteen daarna, hij was toen zeventien, vluchtte hij naar Nederland met hulp van een kerkelijke organisatie. Nu, vijf jaar later, is hij uitgeprocedeerd en moet hij terug.

Joseph kwam gisteren naar de bijeenkomst van ‘Maatwerk bij Terugkeer’, een project van ontwikkelingsorganisatie Cordaid, dat uitgeprocedeerde asielzoekers helpt bij het terugkeren naar het land van herkomst. Cordaid heeft contactpersonen in verschillende ‘terugkeerlanden’ in Azië, Oost-Europa, Afrika en Latijns-Amerika. Die kunnen uitgeprocedeerde asielzoekers of illegalen die terugkeren bijstaan. De contactpersonen maken soms deel uit van een flinke organisatie, soms van een klein groepje, soms operen ze alleen. Joseph kreeg in Den Haag informatie over de mogelijkheden in zijn land.

Want de problemen voor de mensen die terugkeren zijn groot, zo blijkt. Tientallen afgevaardigden van organisaties uit allerlei landen waren een paar dagen in Nederland om informatie te geven over terugkeer en om van elkaar te leren. Cordaid heeft geen contacten in landen waarnaar terugkeer te gevaarlijk is, zoals Somalië, Eritrea en Ethiopië. De problemen waarmee teruggekeerde vluchtelingen te maken krijgen, zijn in alle landen groot. Teruggekeerde vluchtelingen hebben niet alleen een huis, een inkomen en verzekeringen nodig. Ze moeten zich opnieuw aanpassen aan hun eigen land, ze moeten re-integreren.

Habib Noor Marwat, die in Afghanistan werkt maar jarenlang in Nederland woonde en de Nederlandse nationaliteit heeft, ziet telkens weer de totale hulpeloosheid bij de ex-asielzoekers. „Ze hebben hier jarenlang in asielzoekerscentra gezeten, ze kregen eten, wat geld, ze mochten geen opleiding volgen omdat ze in de procedure zaten. En in Afghanistan moeten ze opeens voor zichzelf gaan zorgen. En dan nog wel in zo’n moeilijk land. Het is een totale cultuurschok.” Zijn organisatie is klein, voorlopig kan hij teruggekeerde landgenoten alleen advies geven. „Alleen al de documenten verkrijgen die nodig zijn, is een beproeving. Je moet je weg vinden in een enorme bureaucratie en corruptie”, zegt Marwat. „Je hebt óf connecties nodig, óf geld. Beiden hebben die mensen meestal niet.”

Kom je uit Europa, dan begint de ellende op het moment dat je aankomt op het vliegveld, zegt zuster Madeleine Diluaka, die tot een congregatie van katholieke vrouwen in Congo behoort. Ze is 74, draagt een kleurige jurk, een grote bril en een hoofddoek. Ex-vluchtelingen moeten met hun koffer op de luchthaven in Kinshasa langs twintig loketten voordat ze weg kunnen. Bij elk loket moeten ze betalen. Waarom? Zuster Madeleine: „Ze komen uit Europa. Voor Congolezen ben je dan stinkend rijk, al heb je geen cent.” Zuster Madeleine vormt in haar eentje de organisatie die teruggekeerde asielzoekers naar Congo helpt. Maar als het nodig is, roept ze de hulp in van de andere zusters, die in heel Congo wonen, bij het vinden van onderdak en werk. En bij het zoeken naar familie. „Soms lukt het, maar we hadden ook een triest geval van een man die zich heeft opgehangen. Hij kon niet meer aarden.”

Teruggekeerde vluchtelingen kampen allemaal met schaamte, zegt zuster Madeleine. In Congo bestaat het beeld dat in Europa het geld op straat ligt. Alleen losers slagen niet in Europa. Eva Koornstra, die in Den Haag werkt voor Stichting Luna – opvang voor zwerfjongeren, in praktijk vaak uitgeprocedeerde alleenstaande asielzoekers – herkent dat meteen. De twee Congolese meisjes die ze gisteren meenam om „puur ter informatie” eens met zuster Madeleine te praten, verlieten al snel bozig het gebouw. Ze willen niet terug, wat doen ze hier?

Ik zie ze zo vaak, zegt Eva Koornstra, Afrikaanse jongeren die naar Europa zijn gekomen met een droom. „Een droom van een beter leven. Vaak heeft de hele familie geld bij elkaar gelegd om de tocht te bekostigen, soms betaalt zelfs het hele dorp mee. Ze durven niet terug. Ze verkiezen een leven in de illegaliteit.” Het zou al schelen als we ze iets meer te bieden hadden dan het mobiele nummer van een contactpersoon, zegt Eva Koornstra.

Vildana Mahmutovic kan Bosniërs die tijdens de oorlog in de regio naar Nederland vluchtten en die na de oorlog moesten terugkeren meer bieden. Mahmutovic is een kordate vrouw die werkt voor Drina-Srebrenica, een organisatie die al sinds 1996 vluchtelingen begeleidt en redelijk professioneel opereert. Teruggekeerde asielzoekers met een goed plan kunnen financiële ondersteuning krijgen. Ze laat een foto zien van een lachende jonge boer op een mini-tractor, gekocht met steun van Drina-Srebrenica. Maar lang niet iedereen vergaat het zoals hem, zegt Mahmutovic. Anderen kampen met een posttraumatische stress stoornis en kunnen niet functioneren.

Joseph hoort de adviezen gelaten aan. Hij is derdejaars student boomteelt, spreek vloeiend Nederlands en heeft alleen maar Nederlands vrienden. „Wat moet ik in vredesnaam in m’n eentje in Guinée?”