Zelfs in de kroeg praten we erover

Wat leeft er onder jongeren, wil de Eerste Kamer weten.

Zij moeten het debat over Europa aanzwengelen, vinden de senatoren.

Driehonderd studenten en ongeveer tweehonderd andere jongeren uit Nederland en Vlaanderen debatteren vandaag op initiatief van de Eerste Kamer in de Ridderzaal met senatoren over de toekomst van Europa. De bijeenkomst is een aftrap van de viering van de ‘gouden Europese verjaardag’. Op 25 maart 2007 is het precies vijftig jaar geleden dat in Rome de verdragen tot oprichting van de Europese Economische Gemeenschap en de Europese Gemeenschap voor Atoomenergie zijn gesloten. Op verzoek van deze krant namen enkele studenten en senatoren alvast een voorschot op het debat.

Er is bewust gekozen voor een discussie met jongeren, vertellen de senatoren. „We willen weten wat er onder jullie leeft’’, zegt Kamerlid W.K. Hoekzema (VVD) in een kelderzaaltje van de Eerste Kamer op het Binnenhof. „Jullie moeten het EU-debat entameren in Nederland, vooral in positieve zin’’, instrueert René van der Linden, CDA-senator en voorzitter parlementaire assemblee van de Raad van Europa. Twee collega's beamen dat; eurosceptische senatoren zijn hier niet.

Is de Europese Unie inderdaad een succes, zoals wordt beweerd?

Ton Monasso, student TU-Delft: „De Europese Unie heeft zijn nut bewezen. We hebben al vijftig jaar geen oorlogen gehad in Europa, althans niet tussen de lidstaten. Europa is machtig interessant.”

Jasper Boon, rechtenstudent in Amsterdam: „We zijn de eerste economische macht in de wereld.”

Van der Linden: „De Europese samenwerking heeft ook gezorgd voor werkgelegenheid in heel Europa. De lage rente (voor hypotheken) is ook te danken aan de Europese Unie en de euro. Jullie willen misschien straks ook een huis kopen.”

Monasso: „Maar we horen van de Europese Unie alleen in verband met beperkingen.”

Van der Linden: „De meeste Europese wetgeving waar mensen zo klagerig over doen, wordt gewoon gemaakt door nationale ambtenaren, vertegenwoordigers van ministeries van lidstaten. Nationale politici, gekozen volksvertegenwoordigers, schuiven Europa de negatieve kanten van nationaal beleid in de schoenen.”

M. Boels, student Universiteit Leiden: „Ik hou me nu al met de Europese Unie bezig. Uit eigen belang, ja. Ik wil later bij een bedrijf gaan werken dat actief is in Europa. Daar zit het grote geld.”

Nederlanders willen Europa niet. Een meerderheid heeft de Europese Grondwet afgewezen.

Ankie Broekers-Knol, VVD-senator: „Het volk heeft een tikje willen uitdelen aan de impopulaire politici. Politici hebben zich niet voldoende ingezet om Europa uit te leggen aan de mensen. Portugal trok twintig miljoen euro uit voor publieksvoorlichting over Grondwet, Nederland slechts twee miljoen. Dat zegt voldoende. Ondanks het ‘nee’ tegen de Grondwet is de meerderheid voor Europa, dat blijf ik geloven.”

Rechtenstudent Boon: „Bij ons op de universiteit is iedereen erg positief over Europa. Zelfs in de kroeg praten we erover. Lager opgeleide mensen maken de dienst uit, en die zien alleen maar de nadelen van de Unie. De EU is te complex voor hen om het allemaal nog te kunnen volgen.”

Hoe is het met jullie Europese identiteit gesteld?

Boon: „Ik voel me best wel Europeaan. Ik zou het liefst willen dat er een Verenigde Staten van Europa komt. Lidstaten moeten bevoegdheden inleveren als dat de Unie slagvaardiger maakt. Sluit de coffeeshops, als de meeste Europeanen dat willen. Het homohuwelijk? Nee, je moet niet al je verworvenheden willen inleveren.”

TU-student Monasso: „Mijn Europese identiteit is nog niet superontwikkeld. Je hoeft je geen Europeaan te voelen om Europa beter te laten functioneren.”