Ze zijn wat ze zijn

Anneke Wilbrink is vorig jaar onderscheiden met de Koninklijke Prijs voor Vrije Schilderkunst.

In Zwolle zijn nu haar schilderijen te zien.

Van een afstandje is er van alles in de schilderijen te ontwaren: een dorp aan zee, straten en gebouwen, zeilboten in woest water. Van dichtbij zie je een wirwar van lijnen, bogen en vormen, in vele lagen over elkaar.

Anneke Wilbrink (1973) werd afgelopen najaar, samen met drie andere jonge kunstenaars, onderscheiden met de Koninklijke Prijs voor Vrije Schilderkunst in het Haagse Gemeentemuseum. In het Stedelijk Museum van haar geboorteplaats Zwolle zijn nu haar schilderijen te zien.

Wilbrink maakt grote schilderijen van geabstraheerde voorstellingen. In dynamische composities van lijnen en vlakken zijn soms kleine aanzetten tot figuratieve voorstellingen zichtbaar en soms complete stedelijke of natuurlandschappen.

Overal is de acrylverf dik opgesmeerd. De streken van het penseel zijn duidelijk zichtbaar, en hier en daar zijn delen van het canvas leeg gelaten. Je kunt het schilderproces haast volgen. En dat is boeiend, want Wilbrink schildert goed. Vooral in die natuurlijke landschappen – geen van de doeken heeft een titel – is haar schildertechniek fantastisch. In het schilderij van een laantje, een doek dat overduidelijk geïnspireerd is op Het laantje van Middelharnis, het bekendste werk van de 17de-eeuwse Nederlandse schilder Meindert Hobbema. De bomen zijn in een paar eenvoudige verticale lijnen neergezet. Verder is de suggestie van een agrarisch landschap gewekt door grove vegen met een brede kwast. Ook op het doek met de sierlijke zeilbootjes zijn lucht en water grove vlakken. Dit schilderij doet onmiddellijk denken aan de zeegezichten van Hendrik Mesdag van de Haagse School. En er zijn nog meer referenties aan de schilderkunst. Het schilderij bestaat uit een bonte verzameling van gele en rode stippen die duizenden herfstbladeren aan de boomtakken verbeelden. Vast en zeker een knipoog naar het 19de-eeuwse pointillisme.

Schilderkunst over schilderkunst dus, in elk opzicht. Maar wat aan haar schilderijen ontbreekt is een onderwerp. Wilbrinks landschappen zijn wat ze zijn, stadsgezichten of bossen. Ze bekoren, zolang ze binnen gezichtsveld zijn. Want als je je hoofd afwendt, vervliegt het beeld. Behalve de verf, is er niets wat beklijft. Dat is jammer, want nu hebben Wilbrinks schilderijen ondanks de technische perfectie maar weinig zeggingskracht.

Tentoonstelling

Anneke Wilbrink

T/m zondag in Stedelijk Museum Zwolle. Inl.: www.museumzwolle.nl