Winter- én zomerslaap

Langere dagen, jonge eendjes: nrc.next plaatst het fenomeen ‘lente’ in het aardse bestaan (en daarbuiten).

Vandaag: de zomerslaap

Loesje zei het al: ‘Lente: mijn fiets heeft een afwijking naar grasveldjes en slootkantjes’. Als het warmer wordt en de eerste krokussen uitkomen, krijgen wij de onbedwingbare behoefte om liggend naar de vogeltjes te kijken.

Ook sommige dieren gaan plat als de temperatuur stijgt. Niet in Nederland, waar kikkers, vleermuizen en kleine knaagdieren in de lente juist ontwaken uit hun winterslaap. Maar in warme landen waar dieren een zomerslaap houden als de dagen langer en droger worden.

Zomerslaap wordt aestivatie genoemd, naar het Latijnse woord voor zomer (aestas). In de literatuur is er nog weinig over te vinden, volgens Katja Teerds, hoofddocent dierwetenschappen aan de Wageningen Universiteit. „Er wordt wel veel onderzoek naar zomerslaap gedaan”, zegt Teerds. „Het is een slaap om de droogte en warmte te overleven. Onder andere slakken, bepaalde eekhoorns en vissen houden een zomerslaap.”

De Afrikaanse reuzenslak zoekt in het tropisch regenwoud een donkere, vochtige plek op zodra het te heet wordt. De opening van het slakkenhuis maakt hij/zij (de slak is hermafrodiet) dicht met een slijmlaag die hardt en bescherming biedt. Tijdens de maanden dat de reuzenslak slaapt, kan het dier zestig procent van het lichaamsgewicht kwijtraken.

Ook grondeekhoorns leven in gebieden waar het in de zomer erg warm wordt en de planten verdorren. Om toch te overleven, houdt de eekhoorn een zomerslaap in een hol dat hij dichtmaakt met aarde.

Longvissen, in Afrika, Zuid-Amerika en Australië, maken een cocon van huidslijm. De beschermlaag loopt tot de mondopening, zodat de vis nog wel adem kan halen. Ingegraven in de modder wachten de vissen tot hun leefgebied weer onder water komt te staan. Uit experimenten blijkt dat longvissen de zomerslaap meer dan vier jaar vol kunnen houden.

De woestijnschildpad maakt het ’t bontst met een winter- én een zomerslaap. Van oktober tot maart ligt hij onafgebroken slapend in een hol. In de zomer valt de schildpad in een halfslaap en komt hij één keer per week tevoorschijn om te eten of om tijdens onweer water te drinken. Totdat de winter weer aanbreekt...