Wij willen Amy

Ze wilde nooit beroemd worden, vertelt de Britse singer-songwriter (1983) in ieder interview. Lak heeft ze aan haar sterrenstatus. Beroemd willen zijn is voor watjes, voor pubermeisjes, die met duizenden in de rij staan om door Henk Jan Smit te worden afgezeken. Maar Amy is geen watje. Amy is übercool. En Amy is helemaal niet als duizend anderen. Onlangs verscheen haar tweede album Back to Black, waarop ze zingt hoe haar management haar tevergeefs in een afkickkliniek probeerde te krijgen. Amy is cutting edge.

En dat willen wij. Met haar gezicht dat net niet mooi genoeg is om fotomodel te zijn, een stem die net te rauw is en een attitude waarmee ze elke Britpopper naar de kroon steekt, is ze alles wat we van een popidool willen; een beetje anorexia, beetje drankmisbruik, beetje boulimia, beetje manisch-depressief en een beetje te veel drugs.

Zo zien wij, popconsumenten van de 21ste eeuw, dat graag. Het maakt Amy echt. Door de krassen op haar arm, de scheuren in haar stembanden en het kotsen op het podium weten we het zeker. Dit is geen geconstrueerd meisje, dit is een echte artiest. Ze lijdt en valt en krabbelt net genoeg op om tussen de depressies door een plaat te maken, waarin ze al die ellende met humor en superieure distantie bezingt – en die wij gulzig verorberen. Want wij willen Amy, met haar uitgesmeerde eyeliner. Wij zwalken in gedachten achter haar hoge hakken aan door grauwe Engelse stegen waar vuige mannen haar vieze envelopjes in de hand duwen.

Maar is die Amy echt? Of alleen wat wij graag willen zien? Het antwoord is niet zo eenvoudig. Net als zoveel andere pubermeisjes zong en danste Amy, ze luisterde naar de jazzplaten van haar ouders en deed mee in schoolbandjes. Tot iemand uit de industrie haar hoorde, en zág, met dat scheve gezicht en die zigeunerogen, met die lange benen en die bolle tieten.

Managers namen de zestienjarige onder de arm. Ze gaven haar cutting edge-producers, stylisten, fotografen en zo werd Amy zelf cutting edge. Die managers kwamen van Simon Fuller, die de wereld eerst de Spice Girls en later Idols gaf. Als iemand weet hoe je wat verkoopt, dan is hij het. En Amy verkoop je niet met roze lollies maar met rafelranden.

Is Amy een product, een bittere variant op haar zoete leeftijdgenootjes van de Sugababes? Omdat er nou eenmaal een niche voor in de markt is? Maar hoe komt het dan dat haar muziek stáát? Gaat het dan toch om wat ze doet? Hoe dan ook vergroot Amy’s vermeende wangedrag haar roem. Journalisten blijven op zoek naar lege flessen, en de inhoud van haar medicijnkastje – dat vinden lezers nu eenmaal spannend.

Zo wordt popster Amy Winehouse geschapen. Op de duistere grens van mens en artiest. In een donkere poel waarin talent en schoonheid zich mengen met persoonlijkheidstoornissen en onaangepast gedrag. Uit die poel willen we kennelijk allemaal wel drinken, zij het mondjesmaat. Zodat we een beetje weten hoe het voelt, maar er zelf niet aan ten onder gaan.