Vrienden Reinier & Pieter

Vrienden – je kunt met ze voetballen en springtouwen. Je kunt ze geheimen vertellen en ruzie met ze maken. In deze serie vertellen vrienden waarom ze vrienden zijn.

Reinier (10)

Hij wordt wel eens boos als ik met iemand anders wil spelen. Op de computer ofzo. Ik trek me daar niet zoveel van aan. Dat wil ik gewoon.

En hij doet ook wel ’ns iets wat ik stom vind. Als we bij hem aan het lego’en zijn, pikt hij meteen alle goeie dingen in. De ridders en de harnassen en de mooie mannen. Dan heb ik alleen maar troep.

We houden allebei van voetballen. Ik zit in E2. Pieter zit al in D1. Dus hij zit hoger. Maar hij is ook iets ouder. We zitten niet op dezelfde club want bij hem was een lange wachtrij. Ik denk niet dat ik profvoetballer word, want dan moet je echt heel erg goed zijn. Bij de Ajax- selectie, als je daar je trainingsjack niet goed dicht hebt geritst, word je meteen geschorst. Dan mag je twee wedstrijden niet meespelen. Dus ik denk dat ik piloot word.

Ik vind het leuk als hij bij mij komt logeren. Dan gaan we elkaar aan het lachen maken en moppen tappen enzo. We spelen ook vaak met de Yu-gi-oh!-kaarten. Daar staan monsters op en die kan je laten vechten. We ruilen ook, maar daar krijg ik vaak spijt van. Dus nu zeg ik altijd: ‘Ik wil met terugruil’. Dan mag ik ’m weer terug als ik opeens niet meer wil. Maar nu zegt hij ook wel eens: ‘Zonder terugruil’, dus dan kan dat niet.

Ik vertel hem wel geheimen enzo. Maar als ik verdrietig ben, vertel ik het eerder aan mijn ouders. Ik heb ook een vriend die ik al heel lang ken. Als ik hem wil zien moeten we een afspraak maken. Pieter woont hier achter. Dat is makkelijker. ’s Morgens om kwart over acht zien we elkaar in het gangetje. Daar staan onze fietsen en dan gaan we samen naar school. In de klas zitten we naast elkaar. Soms helpt hij me met dingen, want hij is veel slimmer. Maar hij is dus ook iets ouder.

Pieter (11)

Reinier is mijn beste voetbalvriend. Ik heb nog een vriend, maar die houdt helemaal niet van voetbal. Ik zit in D1, dus ik speel op een groot veld, Reinier nog op een half veld. Het is best lastig. Overpassen is moeilijker. Ik heb de buitenpositie, dus ik moet elke keer van het ene doel naar het andere. Dan raak je wel uitgeput. Ik hoorde over de Ajax-selectie, dat als je jackje ook maar openstaat, dan moet je er al uit. En je moet élke keer goed spelen en élke middag in weer en wind trainen. Dat lijkt me wel vervelend.

Ik ben altijd de slimste van de klas. Ik ken veel moeilijke woorden, daarom noemen ze me ‘het woordenboek’. Mijn vader leert me van alles. Ook over geschiedenis. Hij leest veel boeken. Reinier heeft wel geluk met zijn ouders want die vinden veel goed en hij heeft Nintendo en Playstation. Mijn ouders willen altijd dat we buiten gaan spelen en niet de hele dag voor de buis of de computer hangen. Reinier en ik doen vaak FIFA. Dat is een voetbalspel op de Playstation. Je kunt tegen elkaar of samenwerken. Wij gaan altijd samen, dan zijn we Ajax; hij de spits en ik de keeper.

En ik ben toch altijd gewoon heel erg blij met mijn ouders.

Met de Yu-gi-oh! en de Pokemon-kaarten is het soms lastig als je gaat ruilen. Van ruilen komt huilen, zeggen ze altijd. Nu doen we dat maar niet meer. Reinier vindt het soms lastig dat ik de hele goeie kaarten heb en hij niet. Dat vind ik raar, want hij kan ze ook kopen. Hij krijgt meer zakgeld dan ik.

Ik zag Reinier voor het eerst op de bouw. Dat is een stuk grond hiernaast, dat nog leeg is. Dat noemen we ‘de bouw’. We proberen altijd om op een plank van de zandbergen af te snowboarden. Maar dat lukt natuurlijk niet. En elke ochtend halen we elkaar op om naar school te gaan. Dat is traditie. Dat is fijn.