Vijanden van weleer tot elkaar veroordeeld

Bij de verkiezingen voor het Noord-Ierse parlement hebben protestanten en katholieken gekozen voor radicale politici. Die moeten nu in een regering gaan samenwerken.

Londen, 9 maart. - De radicale protestantse dominee Ian Paisley hoeft maar ja te knikken en hij kan aantreden als eerste minister van een nieuwe regionale regering in Noord-Ierland.

Veel zin heeft de 80-jarige voorman van de Democratische Unionistische Partij (DUP) er echter nog niet in, want hij zal de macht moeten delen met het katholieke Sinn Féin, waartegen hij zijn hele leven met volle overgave heeft gestreden.

Toch is een Noord-Ierse regering met Paisley aan het hoofd en Sinn Féin-prominent Martin McGuinness als nummer twee aan zijn zijde deze week een belangrijke stap dichterbij gekomen. De verkiezingen van woensdag voor het regionale parlement zijn uitgemond in een eclatante overwinning voor zowel de DUP als voor Sinn Féin. Duidelijk is dat de gematigde partijen ver achter zijn gebleven, al is door het ingewikkelde kiesstelsel de volledige uitslag nog altijd niet beschikbaar.

Paisley is er echter de man niet naar zich door anderen te laten opjagen. In zijn kiesdistrict Ballymena weigerde hij gisteren te bevestigen dat hij bereid is met McGuinness in een kabinet te stappen. Wat moet Sinn Féin dan nog doen om genade te vinden in zijn ogen, informeerden journalisten. „Ze moeten berouw hebben en hun kwaadaardige handelwijze opgeven”, sprak de dominee plechtig.

Maar de DUP-leider, die de paus placht aan te duiden als ‘antichrist’, zette de deur tegelijkertijd op een kier. Als McGuinness zich zou uitspreken voor „zuivere democratie”, zouden er zaken met hem kunnen worden gedaan, aldus Paisley. McGuinness, die zich de laatste maanden van zijn meest gematigde zijde heeft laten zien, bevestigde desgevraagd prompt dat hij „volstrekt” voor zuivere democratie is. En berouw hebben? „Misschien moeten we allemaal wel berouw hebben”, stelde hij.

De uitslagen betekenen een opluchting voor zowel Paisley als Sinn Féin-leider Gerry Adams. Hun achterban heeft hen niet gestraft voor hun bereidheid om met de ‘vijand’ van vroeger zaken te doen. Beiden hadden zich vorige herfst in het Schotse St Andrew’s in een akkoord met de Britse premier Tony Blair en diens Ierse collega Bertie Ahern gecommitteerd aan onderlinge samenwerking. Sinn Féin, dat decennia lang nauwe banden onderhield met het verboden Ierse Republikeinse Leger (IRA), nam in het kader hiervan op een congres in Dublin in januari het historische besluit het gezag van de door protestanten gedomineerde Noord-Ierse politie voortaan te erkennen.

De volgende etappe in het vredesproces waren de verkiezingen van deze week. Blijkens de uitslagen willen de meeste Noord-Ieren graag dat ze weer door eigen mensen worden bestuurd. De afgelopen vier jaar is het gebied rechtstreeks bestuurd geweest vanuit Londen. Het imposante parlementsgebouw aan de rand van Belfast stond intussen leeg.

Tegelijkertijd hebben de meeste kiezers duidelijk gemaakt dat ze het lot van Noord-Ierland liever in handen leggen van radicale en onverzettelijke lieden als Paisley en Adams dan van de leiders van gematigde partijen als de protestantse Ulster Unionistische Partij en de katholieke SDLP. Dit is wrang voor deze partijen omdat juist zij de eersten waren die in de jaren negentig serieus hun nek uitstaken voor vrede in Noord-Ierland na decennia van bloedige sektarische twisten tussen protestanten en katholieken.

De verkiezingen moeten nu volgens het schema van St Andrew’s worden gevolgd door het smeden van een nationale coalitie. Al over zeventien dagen, op 26 maart, zou die gereed moeten zijn. Blair en Ahern onderstreepten nog eens dat er niet getornd kan worden aan deze datum. Beide regeringsleiders stelden vanmorgen in een gezamenlijke verklaring vanuit Brussel, waar ze de top van de Europese Unie bijwonen, dat het om een „kans van historische afmetingen” gaat.

Maar Paisley heeft geen haast. Niet alleen zal hij nogmaals keiharde garanties willen van Sinn Féin dat de partij voorgoed zijn associaties met een gewelddadige organisatie als het Ierse Republikeinse Leger achter zich heeft gelaten, ook zal hij Blair en de regering in Londen zoveel mogelijk geld proberen afhandig te maken voor de wederopbouw van Noord-Ierland.

In dat laatste kan hij overigens op steun rekenen van Sinn Féin en van de overige partijen die tot de grote coalitie willen toetreden.