Versterking van de moderne kunst

Muren vol gouden lijsten met zeventiende-eeuwse stillevens, stands vol met deftig glanzende meubelen, en vitrines vol fonkelende juwelen of eeuwenoud Chinees porselein. Dat zijn de beelden die het eerst komen bovendrijven wanneer je denkt aan de TEFAF in Maastricht. Het is een beurs waar je je kunt vergapen aan kunstschatten die de eeuwen wonderwel hebben doorstaan, maar waar termen als ‘vernieuwend’, ‘hip’ of ‘avant-gardistisch’ er nauwelijks toe doen. Tenminste, dat zou je denken.

Wie de deelnemerslijst van de editie van 2007 erop naslaat, zal verrast zijn door het grote aantal galeries en kunsthandelaren dat zich op de twintigste-eeuwse kunst richt. Maar liefst 42 van de 220 deelnemers handelen in moderne en hedendaagse kunst. Samen laten zij een verzameling kunstobjecten zien waar een gemiddeld museum voor actuele kunst jaloers op zal zijn.

Met galerie Hauser & Wirth, die dit jaar voor het eerst meedoet aan de beurs, heeft de TEFAF een zwaargewicht binnengehaald. Hauser & Wirth, gevestigd in Londen en Zürich, staat wereldwijd bekend als een van de meest toonaangevende galeries. Ze vertegenwoordigt sterren als Louise Bourgeois, David Claerbout, Paul McCarthy, Pipilotti Rist en Anri Sala, en beheert tevens de nalatenschap van de in 1970 op 34-jarige leeftijd aan kanker overleden Duits-Amerikaanse kunstenaar Eva Hesse. Van haar toont de galerie op de TEFAF een bijzondere minimalistische sculptuur uit 1966.

Een andere respectabele naam uit het hedendaagse kunstcircuit, Pace Wildenstein uit New York, meldde zich vorig jaar al aan bij de TEFAF. De galerie, die over drie expositieruimtes op Manhattan beschikt, maakte de afgelopen jaren tentoonstellingen met hedendaagse kunstenaars als Kiki Smith, Philip-Lorca diCorcia en Keith Tyson. Voor de TEFAF heeft Pace Wildenstein gekozen voor onder meer een recent schilderij van de Amerikaanse kunstenaar Robert Rauschenberg.

Het lijkt er dus op dat de liefhebbers van nieuwe kunst voortaan ook de TEFAF in hun agenda dienen te noteren. Al zal de beurs nooit zo cutting edge worden als bijvoorbeeld Art Basel, geeft TEFAF-woordvoerder Titia Vellenga direct toe. „Daarvoor ontbreekt het ons ook aan ruimte. Wij willen de veelzijdigheid van het kunstaanbod laten zien. De TEFAF wil wel de meest complete kunstbeurs zijn. En dus vind je bij ons ook werk uit de twintigste en zelfs eenentwintigste eeuw.”

Van het schilderij Mare Eating Hay (2006), een aandoenlijk paardenportret van de Engelse kunstenaar Lucian Freud dat te koop wordt aangeboden door kunsthandel Acquavella uit New York, is de verf nog maar nauwelijks droog. En ook de stalen sculptuur Under Way (2006) van Freuds landgenoot Anthony Caro, te zien bij de Londense galerie Annely Juda Fine Art, verliet kortgeleden het atelier. Het zijn piepjonge kunstwerken, maar wel gemaakt door ‘moderne meesters’ van respectievelijk 84 en 83 jaar oud.

Het is net of de galeries voor hedendaagse kunst nog geen risico durven te nemen op deze veelzijdige kunstschattenbeurs. Ze spelen op safe, door hun meest gevestigde namen van stal te halen, en door naast werk van nog levende helden ook enkele voorbeelden van moderne klassiekers in hun stand op te hangen. Zo heeft Pace Wildenstein naast Rauschenberg ook Picasso in de aanbieding, en verkoopt Hauser & Wirth naast Hesse tevens een fraaie schildering van Francis Picabia.

Het Duitse wonderkind Jonathan Meese, geboren in 1970, is waarschijnlijk de jongste kunstenaar van wie werk verkocht wordt op de TEFAF. Van hem zijn bij Galerie Daniel Blau uit München een reeks gloednieuwe bronzen beeldjes te zien die hij maakte naar voorbeeld van zijn held Napoleon. Heftige, wild geboetseerde klompen zijn het, die lang niet bij iedereen in de smaak zullen vallen. Vandaar dat de galerie ook werk van reeds door de kunstgeschiedenis ingelijfde kunstenaars als Marcel Broodthaers, Per Kirkeby, Anselm Kiefer, Georg Baselitz en Andy Warhol verkoopt.

Maar er is ook een omgekeerde ontwikkeling zichtbaar. Terwijl de contemporaine galeries zich aan de behoudende kant opstellen, lijken de kunsthandelaren die zich voorheen specialiseerden in oude meesters zich opeens ook voor moderne kunst te interesseren. „Er lijkt inderdaad sprake van een tendens van verjonging”, zegt ook Titia Vellenga van de TEFAF. „Het aandeel van oude meesters wordt kleiner. Dat heeft te maken met het afnemende aanbod van oude kunst, maar ook met de toenemende belangstelling voor moderne kunst. Handelaren die zich vroeger op oude schilderkunst richtten, tonen nu ook weleens kunst uit latere eeuwen. Het meest opvallend vind ik wel het schilderij van Dalì dat dit jaar te koop wordt aangeboden bij de Spaanse kunsthandel López de Aragón. Tot nu toe verkochten zij vooral werken uit de vijftiende en zestiende eeuw. Maar deze Dalí stamt uit 1956.”

Volgens Vellenga is de TEFAF niet specifiek op zoek gegaan naar galeries met een hipper aanbod. „De beurs is al jaren vol. Er is een wachtlijst. Als er een plek vrijkomt, wordt er gekeken naar de galeries die zich aangemeld hebben. Daaruit wordt dan de beste geselecteerd. De laatste jaren merken we dat er vooral versterking is geweest op het gebied van de moderne kunst en de Aziatische kunst. Dat heeft niets te maken met het beleid dat wij voeren, maar alles met de markt.”

Want niet alleen aan de aanbodkant stijgt de vraag naar moderne meesters, ook de verzamelaars verleggen hun werkterrein. Vorig jaar, wist de toen debuterende galerie Pace Wildenstein een echtpaar te overtuigen om een sculptuur van Louise Nevelson te kopen. Een veilige keus, want de abstract-expressionistische beelden van de in 1988 gestorven kunstenaar zijn allang bijgezet in de kunsthistorische canon. Maar voor de kopers was het een spannend experiment, vertelt Vellenga. „Die mensen hadden tot dan toe alleen werk uit de zeventiende eeuw aangeschaft.”

TEFAF, vanaf vandaag open, t/m 18 maart, www.tefaf.com