Soms is kunst een doodzieke patiënt

Moderne kunst laat zich lastig restaureren. De materialen vergaan soms snel. En mag je een polyesterlaag totaal vervangen? Gister spraken deskundigen er over.

„Je hebt geen idee hoe vaak er neusafdrukken op foto’s worden aangetroffen”, zegt Bill Wei, onderzoeker bij het ICN. Hoe maak je een enorme foto, geplakt tegen plexiglas, schoon? Gewoon met een doekje? En is een kunstwerk nog wel het kunstwerk als je het materiaal waarvan het is gemaakt vervangt? De onderzoekers bij het Instituut Collectie Nederland (ICN) houden zich dagelijks met kwesties bezig waar de gemiddelde museumbezoeker geen seconde bij stilstaat.

Gisteren waren er op de jaarlijkse onderzoeksdag tal van presentaties in het ICN-gebouw in Amsterdam over het conserveren en reinigen van schilderijen, foto’s, inkttekeningen en moderne kunstwerken. Vooral de nieuwe materialen die kunstenaars tegenwoordig gebruiken brengen restauratoren en conservatoren wel eens in een lastig parket.

Veel foto’s in musea zijn niet meer ingelijst achter glas maar worden met speciale lijm tegen plexiglas aangeplakt. Bij echt glas kan je stof of vettige neusafdrukken er met een sopje afnemen. „Maar plexiglas kan al door een stofje op een doek worden beschadigd”, zegt onderzoeker Bill Wei. „Musea maken dit soort foto’s vaak op een verkeerde manier schoon. Het klinkt misschien overdreven, maar een foto die honderd jaar in een museum hangt en dus zeker honderd keer wordt schoongemaakt, kan echt flink beschadigd raken. Daarom onderzoeken wij bijvoorbeeld of er stofvrije doekjes zijn die dat kunnen voorkomen.”

Soms kan een ogenschijnlijk simpel probleem leiden tot een onderzoek van een paar jaar. ICN-onderzoeker Thea van Oosten, specialist op het gebied van moderne kunst en Sanneke Stigter, restaurator van het Kröller-Müller museum, zijn al bijna een jaar met een team bezig om te onderzoeken hoe de Mobile Home for Kröller-Müller van Joep van Lieshout gerestaureerd kan worden. Dit buitenbeeld uit 1995, dat bestaat uit een houten constructie met polyurethaanschuim en glasvezel versterkt met polyester, is na tien jaar blootstelling aan weersinvloeden en transporten flink beschadigd. Er zijn lekkages langs de naden, kieren en openingen in het polyester. Bovendien zijn delen van de houten constructie vergaan. Om Van Lieshouts kunstwerk op te kunnen knappen is het weggehaald uit Kröller-Müller en staat het nu in het depot van het ICN in Rijswijk.

Het probleem waar Van Oosten voor staat is of het polyester op een subtiele manier gerestaureerd kan worden door de beschadigde gedeelten te vullen met speciaal ontwikkeld materiaal, of dat Van Lieshout het polyester vervangt door een nieuwe laag. „Als hij dat doet, heb je wel een probleem. Want dan wordt het oorspronkelijke kunstwerk op fundamentele wijze veranderd. De vraag is wat er dan van het origineel overblijft.”

Zelf tilt Van Lieshout er minder zwaar aan. „Ik vind het goed dat het museum zo zorgvuldig met mijn werk omgaat, maar eigenlijk zouden ze de Mobile Home gewoon naar mijn atelier moeten sturen. Dan leggen wij er een nieuwe topcoat overheen. Je moet het zien als de kozijnen van een huis, die moeten ook iedere tien jaar opnieuw worden geschilderd.”

Een van de problemen waar Van Oosten op stuit is dat er nog maar zo weinig bekend is over de materialen die voor moderne kunstwerken worden gebruikt. „Wat is de invloed van water of licht op polyester? Dat weten we niet.”

Om erachter te komen hoe Mobile Home het beste kan worden gerestaureerd en geconserveerd, test Van Oosten allerlei polyesterharsen. Ook worden er testen gedaan met soorten plamuur om te kijken welke het beste bestand zijn tegen erosie. Vervolgens tekent Van Oosten alles in een conditierapport op en wordt, in overleg met de kunstenaar en het museum, de beste strategie uitgestippeld. De aanpak komt volgens Van Oosten overeen met de behandeling van een doodzieke patiënt. „Ook dan overleg je met een team van artsen welke behandeling het beste is.”

Het onderzoek van Van Oosten moet uiteindelijk leiden tot een plan voor preventieve conservering en richtlijnen voor een goed beheer. „We hopen dat we een beschermlaag kunnen ontwikkelen die je bijvoorbeeld elke drie maanden op het polyester kan aanbrengen waardoor de kans op schade flink afneemt.”

Een goede conservering van moderne kunst kan musea flink wat kosten besparen. Omdat er nu nog maar weinig ervaring is op dit gebied zijn er, volgens Van Oosten, heel wat werken die broodnodig moeten worden gerestaureerd. „Neem Futuro House van de Finse kunstenaar Matti Suuronen. Dit huis, gemaakt van fibre-glass, zat helemaal onder de algen en ligt nu in de kelder van het Centraal Museum in Utrecht. Het kost tussen de 10.000 en 100.000 euro om dit te restaureren. Zo’n bedrag heb je niet zomaar.”