Schrijvers van vlees, bloed, haar

Sommige mensen denken dat als cultureel onopgevoeden maar lang genoeg met André Rieu meeklappen, ze op een dag vanzelf over willen gaan op ‘echte’ klassieke muziek. Wishful thinking. Wie wel eens in een concertzaal komt ziet daar al decennia lang dezelfde meer en minder bedeesd hoestende bejaarden zitten.

Muziek wordt pas voor miljoenen als het zich heel naturel in een alledaagse omgeving presenteert, liefst (bijna) gratis. Zoals een doos ‘hyper-romantische evergreens’ van Rachmaninoff, bij de drogisterijketen Kruidvat. Je kunt het voor hun afbraakprijzen nauwelijks laten liggen. Maar of de cd’s ooit uit hun verpakking komen?

In de categorie sympathiek-opvoedkundig bedoelde uitverkoop valt de Dag van de Literatuur. Eind jaren tachtig raakte Bulkboek langzaamaan overtuigd van het idee dat het vermommen van een boek als krant misschien niet de ultieme manier was om jongeren kennis te laten maken met literatuur. Een Bulkboek woog weliswaar niks, en had kleurige plaatjes, maar de binnenkant was nog altijd even levenloos als het origineel.

Sinds 1989 kunnen scholen zich eens in de twee jaar opgeven voor een dagje literatuur zappen. Ze hoeven alleen maar een bus te huren om hun leerlingen rechtstreeks naar de schrijvers te vervoeren. Mijn beurt kwam in vwo-5. In de klas werd er al weken naar uitgekeken. Door mij tenminste. Ik spelde het programma om een schema samen te stellen dat toeliet dat ik zoveel mogelijk auteurs kon ontmoeten. In mijn agenda (ik bewaar alles) noteerde ik: ‘congres. zeer gewichtig’. Op de dag zelf scoorde ik handtekeningen, en later plakte ik paparazzo-achtige foto’s in die ik had gemaakt. Zonder mezelf erop, want dat durfde ik niet te vragen. Toen ik later hoorde dat een meisje tijdens de meet-and-greet door Jan Wolkers in haar billen was geknepen, werd ik overvallen door een mengeling van bewondering en spijt.

Bulkboek organiseert dit jaar haar tiende Dag van de Literatuur. Voor de miljoenen is er Kluun, maar zelf mag ik ook komen voordragen. De opwinding is ongeveer even groot als toen ik zestien was. Dit keer niet omdat ik schrijvers ga ontmoeten, maar jonge lezers – of mensen die dat misschien nog kunnen worden.

Bulkboek schreef me dat persoonlijk contact met auteurs bij jongeren een aanzet is om gemotiveerder boeken te kiezen en te lezen. Ik weet het niet. Ik durf vrij stellig te beweren dat voor de meeste van mijn klasgenoten het zwaartepunt van de dag buiten de festivallocatie lag. Om precies te zijn bij het vrije uurtje dat in de lokale McDonald’s of coffeeshop werd doorgebracht. Iets zegt me dat het niet alleen hun eerste, maar ook laatste kennismaking was met een schrijver binnen een straal van drie meter. En misschien zelfs met een boek. Ik was vóór de Dag de enige boekennerd van de klas, en naderhand nog steeds.

Aan de andere kant is er niemand minder door gaan lezen. Een revolutie was dat, als de leraar Nederlands ons onderhield over Joost Zwagerman, sommige klasgenotes nu wisten over wie hij het had – de ontmoeting met deze schrijver was bij de meesten niet onopgemerkt voorbijgegaan. Hij was van bloed, vlees en veel woest haar geworden. Hyper-romantisch, zou ik bijna zeggen. Bulkboek wist dezelfde illusie van nabijheid over te brengen als Rieu. Eens kijken of ik zelf wat mensen aan het meeklappen krijg.