Profiteren van 9/11

Als kind luisterde Neil LaBute aandachtig naar zijn ruziënde ouders. Zo ontstond zijn gevoel voor drama. Zijn toneelstuk ‘The Mercy Seat’, over de aanslagen van 9/11, gaat nu ook hier in première.

‘Misschien kwam de première van The Mercy Seat in New York te vroeg, krap één jaar na 9/11”, zegt Neil LaBute (43) in een telefonisch interview in Chicago. „De toeschouwers zeiden: ‘Nee, LaBute, wij willen nog geen verhaal waarin een overlevende de aanslag naar zijn hand probeert te zetten. Wij willen nog even geloven in een heldhaftiger reactie.’ Maar ja, een ramp roept ook opportunisme op. Er zijn op zo’n dag ook mensen die andere mensen vertrappen. Al dat gehamer op heldendom – dat je sterft in een wolkenkrabber maakt je nog geen beter mens.’’

Toch waren niet alle New Yorkers zo afwijzend, want het toneelstuk The Mercy Seat werd een hit. The New Yorker noemde het een meesterwerk: „Geen toneelschrijver op de planeet schrijft momenteel beter dan Neil LaBute.” Onder de titel Door het stof is het toneelstuk vanaf april ook in Nederland te zien.

LaBute schrijft vaak over wreedheid en harteloosheid. Drie van zijn stukken zijn hier al opgevoerd, zonder voor ophef te zorgen, zoals in de Verenigde Staten.

Hoofdpersoon van The Mercy Seat is Ben, een kantoorman die de aanslag op het World Trade Center van 11 september 2001 overleefde doordat hij voor werktijd nog even bij zijn minnares was langsgegaan. Nu houdt hij zich dood voor zijn gezin om met zijn minnares een nieuw leven te kunnen beginnen.

Het verhaal klinkt bekend. Heeft u het uit de krant gehaald?

„Nee, ik heb het zelf bedacht, maar het gegeven lag voor de hand. Tijdens de repetities kwamen de verhalen los over soortgelijke gevallen. Meestal ging het om broodjeaapverhalen. Maar in 2003 werden door de Reported Missing Committee daadwerkelijk veertig mensen van de lijst vermisten geschrapt omdat ze minder dood waren dan werd beweerd of op een andere wijze waren gestorven. Of het waren mensen die helemaal niet bestonden. Meestal ging het om verzekeringsfraude. Ik ken één waargebeurd verhaal van een meisje dat een jaar later werd teruggevonden in Tennessee. Ze had de aanslag gebruikt om van haar moeder weg te komen.”

In The Mercy Seat zitten Ben en zijn vijftien jaar oudere minnares Abby – die op kantoor tevens zijn baas is – al een etmaal in haar appartement. Zijn mobieltje rinkelt onophoudelijk, maar Ben neemt niet op. Het gesprek over de ontsnappingsroute die Ben heeft bedacht, draait uit op een evaluatie van hun verhouding, waarin beiden meer waarheden voor de kiezen krijgen dan goed voor ze is. Het is vooral een relatiedrama in de traditie van Wie is er bang voor Virginia Woolf? 9/11 blijft op de achtergrond.

Heeft het stuk 9/11 wel nodig?

„Het drama binnen kan niet bestaan zonder die stofwolken buiten. Ik had ook de tsunami of Pompeï kunnen nemen, maar zulke rampen zijn te eenduidig. Een ramp die door mensen is aangericht maakt veel meer indruk dan een natuurramp. 9/11 staat voor Het Kwaad. Die eerste dag was New York in een staat van angstaanjagende onzekerheid. Niemand wist wat er precies aan de hand was. Die sfeer heeft het stuk nodig. In zo’n staat van verwarring bevinden zich ook Ben en Abby.

„De ramp dreunt ook op andere wijze in het stuk door: buiten iedereen samen, binnen één man die alleen aan zichzelf denkt. Heldendom versus lafheid, opoffering versus egoïsme. Abby is buiten geweest, Ben niet. Ze vraagt: ‘Hoe zit het met alle anderen?’ Hij haalt zijn schouders op. Ben vindt zichzelf het belangrijkste. In feite zegt hij: ik blijf gewoon stilzitten, jij moet het vuile werk doen. Met deze relatie naast een huwelijk dat hij niet durft op te geven, heeft hij zichzelf in het nauw gebracht. En dit is zijn wanhoopssprong naar de vrijheid.”

In de Bijbel is de mercy seat de gouden ‘Verzoendeksel’ die op de heilige kist met de Tien Geboden lag. Op Grote Verzoendag werd er het bloed van een geofferd bokje op gesprenkeld om God met zijn zondige volk te verzoenen.

Waarom heet het ‘The Mercy Seat’?

„Het is een lied van Nick Cave over een ter dood veroordeelde vlak voor zijn terechtstelling. De elektrische stoel noemt hij de ‘zetel der barmhartigheid’, hij hoopt in de dood verlossing te vinden. Ik verwijs naar de christelijke betekenis: de zetel van Christus vanwaar hij barmhartig over de mensen oordeelt. Op een dag als 9/11 kan iedereen laten zien waarvoor hij kiest: het goede of het kwade. Dat is een soort Dag des Oordeels. In zekere zin staat Ben voor de zetel, hij is eerst gespaard, nu wordt hij getest en hij zakt.”

LaBute brak in 1997 door met zijn verfilming van In the Company of Men, over twee kantoorballen die uit baldadigheid een doofstom meisje verleiden om haar vervolgens keihard te laten vallen. Hij maakte de film voor 25.000 dollar.

„De film kwam uit op het Sundance Festival, waar veel beginnende of onafhankelijke filmmakers rondlopen die álles doen om aan geld te komen: naar een casino in Atlantic City rijden en alles op rood zetten; hun bloed verkopen, of hun moeders bloed. Ik had geluk want twee vrienden van mij kregen een auto-ongeluk, en daarna een flinke schadevergoeding. Ik zocht ze op – ze liepen alweer, niets aan de hand – en ik zei: jullie houden na de fysiotherapie vast nog geld over. Als je het in mijn film investeert, kun je het bedrag verdubbelen.”

De film bracht 2,9 miljoen dollar op. En het gaf LaBute de mogelijkheid nog twee van zijn scripts te verfilmen: Your Friends and Neighbors (1998) en The Shape of Things (2003). Daarnaast regisseerde hij drie grote films die door anderen werden geschreven: de zwarte komedie Nurse Betty (2000), de kostuumfilm Possession (2002) en een remake van de horrorfilm The Wicker Man (2006).

LaBute, geboren in 1963 in Detroit, en opgegroeid in Spokane (Washington), komt uit een cultuurarm milieu. Zelf noemt hij het ‘nette middenklasse’. Zijn vader was „fulltime vrachtwagenchauffeur en parttime klootzak”: „We wisten nooit wanneer hij thuis zou komen om herrie te schoppen, dus we liepen altijd op onze tenen. Mijn gevoel voor drama werd gewekt door in de auto vanaf de achterbank naar mijn ouders te luisteren. Daar heb ik trouwens mijn toneelstuk Autobahn (2004) op gebaseerd.”

Met een beurs kon LaBute in 1981 een toneelopleiding volgen aan de Brigham Young Universiteit in Utah, die verbonden is aan de Mormoonse Kerk. Al snel werd hij zelf mormoon. Zijn controversiële, vaak gewelddadige en seksueel getinte werk laat zich slecht rijmen met de conservatief-christelijke mormonencultuur. Aanvankelijk hadden zijn medegelovigen niet veel problemen met zijn werk; In the Company of Men werd bekroond met een literaire prijs van de kerk. Maar de tv-versie van zijn drieluik Bash: Latterday Plays (2000), schoot veel mormonen in het verkeerde keelgat. Het stuk gaat over enkele brave, godvrezende mormonen die een moord plegen. LaBute mocht van de kerk niet meer spreken in diensten, of deelnemen aan het avondmaal. Eind 2004 stapte hij uit de kerk.

Hoe kon u twintig jaar lang uw werk en uw geloof combineren?

„Dat werd steeds moeilijker. Ik denk inderdaad anders over het goede in de mens. Ik ben er vooral uitgestapt omdat het voor mijn kinderen makkelijker valt uit te leggen dat papa geen mormoon is dan dat hij een sléchte mormoon is. Steeds vaker vroeg ik mijzelf af: waarom lieg je tegen jezelf? Ik maakte R-rated films, voor boven de zeventien, terwijl mormonen het advies krijgen niet naar dat soort films te kijken. Toch heeft de kerk veel voor me betekend. Toen ik lid werd, zocht ik een gemeenschap met een sterke moraal.”

LaBute schrijft in snelle, onaffe spreektaal. Het gaat vaak over relatieproblemen, de oorlog tussen de seksen, en er komt verbaal en fysiek geweld voorbij. Baby’s worden in de pinguïnvijver gegooid of onder een dekbed gesmoord, een homo wordt dood geschopt. Meestal laat LaBute geen geweld of seks zien, hij laat er laconiek over vertellen, wat harder aankomt. Over de schrijver Harold Pinter schreef LaBute: „Het gaat er niet om de mensen te choqueren, maar om dát aan te kaarten waardoor ze gechoqueerd zouden moeten zijn.”

Bent u stiekem een moralist?

„Ik maak me inderdaad een beetje schuldig aan de ijdelheid van het moralisme. Ik wil op een subtiele manier laten zien: dit is niet de beste manier om te leven.”

LaBute laat zijn personages graag spelletjes spelen: een kunststudente verleidt een dikke jongen om hem als kunstproject te misbruiken; een rijke bullebak ruilt zijn vrouw voor een zeldzaam basketbalplaatje.

Vanwaar al die spelletjes?

„Mensen zijn geneigd te manipuleren. Wie macht heeft, zal die misbruiken. Als de ergste kantoorbal in In the Company of Men wordt gevraagd waarom hij het doofstomme meisje heeft vernederd, zegt hij: ‘because I could’. Dat is de meest kwaadaardige reden die je kunt bedenken. De andere daders in mijn werk handelen vaak uit wanhoop.”

Denkt u dat mensen gestraft worden voor hun slechte daden?

„Niet iedereen, en niet altijd zoals je zou verwachten. Ik houd me altijd vast aan The Magnificent Ambersons van Orson Welles, waarin de verwende zoon George na lang wachten toch gestraft wordt voor het leed dat hij heeft aangericht. Meestal krijgen mensen hun verdiende loon later, als iedereen die erop zat te wachten al uit zicht is. In een stil moment zal die mens opeens beseffen: mijn God, wat heb ik gedaan.”

Onafhankelijk Toneel & Toneelschuur: ‘Door het stof’. Tournee 11 april t/m 2 juni. Inl. 023-5173910/ www.ot-rotterdam.nl