Post

In het Cultureel Supplement van 16 februari schetsen Rosan Hollak en Ron Rijghard onder de kop ‘Ware baldadigheid. Het culturele DNA van minister Ronald Plasterk’, een onthutsend beeld van de nieuwe bewindsman voor Onderwijs, Cultuur en Wetenschap. Onthutsend, omdat de prille excellentie zich thans heeft te voegen in het kabinetsvoornemen om de normen en waarden in de samenleving ingang te doen vinden, terwijl onweersprekelijk is dat zijn columns worden gedomineerd door wraakzucht jegens personen wier opvattingen niet sporen met de zienswijzen die hij hun vergunt er op na te houden.

Naast de in het artikel beschreven voorbeelden kan ook nog Freek de Jonge worden genoemd die het in Het Parool destijds opnam voor de internist A.J. Houtsmuller. Deze medisch specialist eiste in hoger beroep dat de Vereniging tegen de Kwakzalverij haar onware opmerkingen en beledigingen aan zijn adres zou staken. Hij werd door de rechter in het gelijk gesteld.

De solidariteit van Freek de Jonge kwam de artiest duur te staan. Waar Plasterk de talenten van De Jonge eerder in dwingende superlatieven had beschreven, moest Freek zijn vermetelheid weldra bekopen met een uitbarsting in de Volkskrant (4 juni 1999) waarin Plasterk de ‘onttakeling’ van Freek vergeleek met de laatste, ‘beklagenswaardige’ jaren van Wim Kan. En dan klinkt het genadeschot: „Freek de Jonge is nu ‘afgeschminkt’ en blijkt opeens gewoon ook maar een mijnheer met truttige en onbenullige opinies, gebaseerd op een schamelijke argumentatie.”

De kop boven het artikel was dus fout en had moeten luiden: ‘De onwaardige wraakzucht van Ronald Plasterk’.

Rotterdam