Peking plaveit pad voor bezit

Bescherming van privaat bezit perverteert mensen, zeggen marxisten in China.

Onzin, aldus juristen, het stimuleert economische groei.

In de oostelijke uitgaanswijk San Litun van Peking staat een bijna voltooid kantorencomplex. Het zal waarschijnlijk nooit af komen, al jarenlang is er geen bouwvakker meer gesignaleerd. En niemand weet wie de eigenaar is.

Bij navraag blijkt het als volgt te zitten. Het wijkhoofd had het perceel waarop het gebouw staat voor veel geld verpacht aan een projectontwikkelaar. Bij een bevriende overheidsfunctionaris had hij daarvoor een vergunning ‘geregeld’. Toen het gebouw bijna af was, moest er nog één vergunning worden afgegeven voor de oplevering. De commissie die die vergunning moest verstrekken, vergeleek de papieren met het bestemmingsplan.

Wat bleek: op het stuk grond zou een openbaar toilet moeten staan. Van wijziging van het bestemmingsplan was niets bekend. De ‘bevriende’ functionaris werd ontslagen, de projectontwikkelaar ging failliet en het kale geraamte van het kantoorcomplex bleef naamloos achter.

Het voorbeeld staat niet op zichzelf. Conflicten over onduidelijke afbakening van eigendomsrechten zijn aan de orde van de dag in China, zowel in de steden als op het platteland. Dat komt doordat particulier eigendom in het land nog steeds moet gedijen in een schemergebied tussen staatscontrole en vrije markt – ondanks de omarming van die vrije markt, meer dan twintig jaar geleden. Formeel is alle grond nog steeds eigendom van de staat, en mogen ondernemers en boeren die alleen via erfpacht voor langere tijd gebruiken.

China gaat nu waarschijnlijk een nieuwe, historische stap zetten in de afrekening met zijn ‘socialistische’ verleden. Gisteren zijn op het Volkscongres in Peking, het door de communistische partij gedomineerde parlement, de debatten begonnen over een wetsvoorstel voor betere bescherming van particulier bezit. Verwacht wordt dat het voorstel op de slotdag van het congres, volgende week, zal worden aangenomen.

De wet legt de basis voor een soort kadaster met gegevens over eigendoms- en pachtrechten, bestemmingsplannen en hypotheken op land en gebouwen.

Over het wetsvoorstel zijn de gemoederen de afgelopen jaren zeer hoog opgelopen. Vooral oude marxisten, onder aanvoering van hoogleraar Gong Xiantian van de Universiteit van Peking, verzetten zich ertegen.

Zij vinden dat staatseigendommen beschermd moeten worden en dat te veel invloed van particuliere bedrijven fnuikend is voor het primaat van de partij. „Hoe eerder de wet op de agenda van het Congres komt, des te waakzamer we moeten zijn”, schreef Gong in 2005 in een open brief.

Volgens Gong legitimeert de wet zelfverrijking door China’s nieuwe kapitalisten. Ook zou oneigenlijk verkregen bezit erdoor worden gesanctioneerd. Gong refereert aan een Russisch scenario: een kleine groep oligarchen bezit veel strategisch belangrijke kapitaalgoederen.

De voorstanders betogen dat nieuwe wetgeving onontbeerlijk is in de nieuwe omstandigheden. „Ons rechtssysteem loopt ver achter bij de zich razendsnel ontwikkelende economie. Aanpassingen zijn nu hard nodig om gaten op te vullen in het rechtsysteem dat nodig is om verdere economische groei en sociale stabiliteit te waarborgen”, zegt Yin Tian, hoogleraar aan de juridische faculteit van de Universiteit van Peking.

Volgens Yin zullen de staat, particulieren én bedrijven profiteren van betere afbakening en bescherming van hun eigendommen.

Eigendommen die de afgelopen jaren zijn verworven, krijgen dezelfde status als staatseigendom. Gedwongen onteigening van privé-bezit wordt strafbaar – tenzij in het algemeen belang.

Volgens de voorstander gaan ook de miljoenen boeren er op vooruit. Als pachters van landbouwgrond zullen ze sterker komen te staan tegenover functionarissen en projectontwikkelaars die hen van hun land willen jagen om er bijvoorbeeld industrieterreinen aan te leggen. Boeren zelf krijgen doorgaans slechts een fractie van de compensatie. Lokale bestuurders stoppen het geld in eigen zak.

Ook op een andere manier zullen de boeren profiteren, denkt advocaat Edward Lehman van het advocatenkantoor Lehmanco. „Ze kunnen voortaan hun grond inzetten als een onderpand om geld te lenen om te investeren. Ook krijgen ze het recht het land opnieuw te pachten na het einde van de pachttermijn en kan het pachtrecht worden overgeërfd.”

Toch zal op korte termijn niet veel veranderen in het leven van de 800 miljoen boeren, verwacht Edward Lehman. Velen wonen in afgelegen gebieden en zijn vaak slecht geïnformeerd over het beleid van de centrale overheid. Ze weten in feite niets van hun nieuwe rechtsbescherming. In de stad is men doorgaans beter op de hoogte, en zullen gedupeerden eerder naar de rechter stappen. Maar ook hier geldt dat het tijd zal kosten goede juristen op te leiden die met verstand van zaken dit soort conflicten kunnen behandelen, zegt Lehman.

Toch is hij positief over de nieuwe wet. „Transparantie in eigendomszaken is wellicht de meest fundamentele voorwaarde voor elke moderne maatschappij. Meer rechtszekerheid voor burgers en ondernemers zal de economische groei stimuleren.”