Peking onder vuur om één biljoen

De enorme valutareserves van China dwingen de machthebbers in Peking tot veranderingen. De kritiek neemt toe. Drie vrouwen aan de top van de centrale bank moeten de klus klaren.

Binnen de geïsoleerde wereld van de Chinese centrale bank staan ze bekend als de Drie Xiao’s. Het gaat om drie vrouwen met identieke namen die het grootste fortuin beheren dat ooit in korte tijd werd verzameld: China’s meer dan één biljoen (duizend miljard) dollar aan buitenlandse valutareserves.

De Drie Xiao’s zijn uitzonderingen in de door mannen gedomineerde wereld van Chinese beleidsmakers. Na de scherpe koersdalingen vorige week op de Chinese aandelenbeurzen die de financiële markten in de hele wereld op hun grondvesten deden schudden, staan deze drie topvrouwen voor reusachtige uitdagingen.

De publieke druk op de Chinese Volksbank neemt toe. Op Chinese prikborden op internet en in gesprekken tussen goed opgeleide Chinese stedelingen zeggen critici dat de centrale bank hogere winsten zou moeten maken met zijn grote dollarvoorraad, door bijvoorbeeld in aandelen te beleggen. Een deel van de reserves zou men moeten gebruiken om een land te helpen waarvan de meeste werknemers nog steeds minder dan een tiende van het loon van een modale Amerikaan verdienen.

De buitenlandse valutareserves zijn in een groot deel van de opkomende markten flink gegroeid, maar vooral in China. Een van de redenen is het wisselkoersbeleid. Deze landen streven ernaar om hun export concurrerend te houden door de koppeling van hun munt aan de dollar. Hun centrale banken hebben grote hoeveelheden met export verdienden dollars opgekocht in ruil voor de lokale munt en worstelden vervolgens met de vraag wat ze met deze dollars moesten doen.

Sommige commentaren op internet zijn ongebruikelijk scherp van toon. Ze kritiseren hun regering wegens de hulp aan de Amerikaanse belastingbetalers en huizenbezitters door honderden miljarden dollars te beleggen in Amerikaanse staatsobligaties en andere effecten, in plaats van het geld in eigen land te besteden. „Waarom investeert China geen groter deel van zijn enorme reserves in het onderwijs?” luidde de tekst van een van de bijdragen deze winter.

„Een verdubbeling van het beleggingsrendement op China’s buitenlandse valutareserves, zeg van 4 naar 8 procent, zou genoeg geld opleveren om het onderwijsbudget van het land te verdrievoudigen”, zegt Tao Dong, topeconoom bij zakenbank Crédit Suisse in Hongkong.

Toch is de besteding van dollars aan onderwijs of andere zaken geen eenvoudige taak, zeggen analisten. Door yuans terug te kopen zou de centrale bank de wisselkoers van de Chinese munt opstuwen. Dat zou de Chinese export duurder maken, iets wat de bank juist heeft proberen te voorkomen.

[Vervolg CHINA: pagina 14]

CHINA

Chinese centrale bank heeft een reusachtig salarisprobleem’

[Vervolg van pagina 13] Daar komt bij dat de bank – via de uitgifte van obligaties – toch al yuans heeft moeten lenen om de dollars van de Chinese exporteurs te kunnen overnemen. Het zou de bank moeite kosten zijn schulden af te lossen als de reserves aan sociale programma’s werden besteed.

De Chinese machthebbers zouden nog deze maand op de kritiek willen reageren, ná de oprichting van een nieuwe staatsbeleggingsdienst, aldus diverse bronnen die op de hoogte zijn van het overheidsbeleid. Na jaren te hebben belegd in Amerikaanse staatsobligaties – wat overigens de meeste landen doen – wil China nu ook overheidsgeld beleggen in aandelen, bedrijfsobligaties en zelfs grondstoffen als olie en wellicht strategische metalen. „Dat beleggen moet buitengewoon professioneel zijn,” zegt Rajat M. Nag, algemeen directeur van de Aziatische Ontwikkelingsbank, „en ik denk niet dat bureaucraten daartoe in staat zijn.”

Zowel Zuid-Korea, dat op het punt staat zich in dezelfde richting te bewegen, als China probeert voor een deel de beleggingsinstantie van Singapore te kopiëren, die in het diepste geheim te werk gaat. Maar China wordt met grotere problemen geconfronteerd dan Singapore, dat een traditie kent van zeer professioneel vermogensbeheer en kan bogen op een ambtenarenkorps dat grotendeels vrij is van corruptie. De Chinese president Hu Jintao heeft de chronische corruptie de grootste uitdaging genoemd waarmee China wordt geconfronteerd, en overheidsfunctionarissen hebben meestal weinig expertise als het gaat om het beheren van aandelenportefeuilles.

De centrale bank staat voor een bijzondere uitdaging bij het beheer van de valutareserves van het land. Anonieme bronnen uit de omgeving van de staatsinstelling die zich met het beheer van de buitenlandse valuta bezighoudt (en die wordt gecontroleerd door de centrale bank) schatten dat de bank al voor 100 miljard dollar aan Amerikaanse, door onderpanden gedekte effecten in bezit heeft, zoals de hypothekenmarkt. Dat is een ietwat ongebruikelijke manier om de buitenlandse valutareserves van een land te beleggen, maar die werd gekozen in de hoop een beter rendement te verkrijgen dan door het beleggen in Amerikaanse staatsobligaties.

Geen van deze door onderpanden gedekte effecten zouden schade hebben ondervonden van de problemen op de Amerikaanse markt voor ‘subprime’ leningen (leningen aan klanten met een hoger risico), hoewel sommige bankiers vrezen dat die problemen zich ook kunnen gaan uitstrekken naar de hypotheekmarkt.

De Chinese centrale bank geeft weinig details prijs over haar beleggingen. Deskundigen in Hongkong schatten dat de bank voor zo’n 600 miljard dollar aan Amerikaanse staatsobligaties heeft die actief worden beleend om extra winst te genereren, en ten minste 200 miljard dollar aan in euro genoteerde obligaties. De rest zou bestaan uit obligaties in Japanse yens en andere valuta’s. De grootste Amerikaanse, Europese en Chinese banken hebben de centrale bank en het ministerie van Financiën de afgelopen maanden benaderd, in de hoop lucratieve contracten in de wacht te slepen voor het beheer van de te beleggen fondsen.

De staatsinstelling die zich nu met het beheer van buitenlandse valuta bezighoudt heeft een woelige geschiedenis achter de rug. Een directeur uit de jaren negentig, Zhu Xiaohua, werd tot vijftien jaar cel veroordeeld wegens corruptie tijdens opeenvolgende topfuncties in de bankwereld. Zijn vrouw pleegde zelfmoord, De opvolger van Zhu, Li Fuxiang, werd in 2000 plotseling in het ziekenhuis opgenomen en overleed na een mysterieuze val uit een raam op de zevende verdieping.

De dienst is in rustiger vaarwater terechtgekomen nadat de Drie Xiao’s er aan de touwtjes zijn gaan trekken, aldus ingewijden. De oudste van de drie vrouwen is Wu Xiaoling (60), die in 2000 directeur werd na het overlijden van Li. Zij is sindsdien opgeklommen naar de positie van hoogste vice-gouverneur van de centrale bank en houdt zich nog steeds bezig met zaken die de buitenlandse valutareserves van China aangaan. De huidige directeur, en eveneens een van de vice-gouverneurs van de centrale bank, is Hu Xiaolian, die dit jaar 49 wordt en een rijzende ster is in de wereld van het Chinese financiële beleid. De laatste van de drie is Zhang Xiaohui, directeur-generaal voor het monetair beleid bij de centrale bank. De dienst wilde geen toestemming geven voor een interview. Toevallig is de gouverneur van de centrale bank een man die ook ‘Xiao’ in zijn naam heeft: Zhou Xiaochuan. Mevrouw Wu is een potentiële kandidaat voor zijn opvolging.

De Drie Xiao’s hebben soortgelijke achtergronden. Ze hebben hun hele carrière bij de centrale bank gewerkt. Wu en Hu zijn zelfs afgestudeerd aan de eigen school van de centrale bank en waren naar verluidt uitmuntende studentes. Hun opkomst is deels een weerspiegeling van het feit dat de afgelopen tien jaar veel mannen bij de centrale bank zijn vertrokken, zodat vrouwen nu in de meerderheid zijn in het hogere kader. Functionarissen van de Partij hebben vastgehouden aan de regel dat functionarissen van de centrale bank een normaal ambtenarensalaris ontvangen. Daardoor verdienen zelfs hogere functionarissen slechts 380 euro per maand, met minimale extra’s.

Daarentegen mogen de toezichthouders op de effectenbeurzen en het bankwezen (in China niet de centrale bank) en de grote staatsbanken allemaal salarissen betalen die zich kunnen meten met die in de privésector. Daar lopen de verdiensten op tot 760 euro per maand, en soms drie keer zo veel. Zo hebben deze instellingen managers kunnen lokken die aanvankelijk bij de centrale bank werkten, evenals Chinezen die in het buitenland hun doctorstitel in de economie hebben behaald.

Anders dan veel andere staatsdiensten mag de centrale bank niet langer eigenaar zijn van hotels, restaurants en andere bedrijven. Eind jaren negentig dwong de regering de bank dat soort activiteiten af te stoten, om belangenverstrengeling te voorkomen. Het komt heel vaak voor dat functionarissen van overheidsdiensten er een tweede baan op nahouden bij bedrijven die door hun dienst worden gecontroleerd, en dat zij als gevolg daarvan in dure bedrijfsauto’s kunnen rondrijden en in sjieke appartementen wonen.

De staatsdienst voor buitenlandse valuta heeft nu toestemming gekregen om salarissen dichterbij het marktniveau te betalen, maar de rest van de centrale bank heeft nog steeds moeite om de knapste koppen uit de financiële wereld aan te stellen, zegt Victor Shih, een deskundige op het gebied van de Chinese banken aan de Amerikaanse Northwestern University. „Het salarisprobleem is reusachtig,” zegt hij.

©The New York Times. Vertaling: Menno Grootveld