Lieve Werther,

Ik schrijf je omdat wij dezelfde taal spreken. Ik hobbel nog steeds alle schone zaken in het leven achterna, zoekend of er voor mij toch nog een plekje is voor warmte, liefde en aandacht. Ik had na de liefde kunnen besluiten de woestijn in te lopen en te breken met alles wat me bindt. Maar wat koop je voor een onafhankelijke persoonlijkheid midden in een verlaten vlakte? Voelde ik alleen de overeenkomsten in de geest? Waarde Werther is dat niet de enige perfecte bodem om te kunnen genieten van de fysieke verschillen? Ik had je liever geschreven dat de bomen, het getjilp van de vogels, de ogen van de honden, de planten en bloemen, elke wolkformatie, de zon, de regen, de wind, de verschillende luchtjes, mijn reukorgaan, mijn smaak, mijn gehoor, mijn gevoel, mijn kijken, mijn denken, mijn voelen, mijn lopen, mijn handelen, mijn vallen, mijn opstaan, mijn hoesten, mijn bijten, mijn slikken, mijn rusten, alles is doortrokken van haar. Want nog alles wat ik doe, eindigt met de gedachte aan haar. Lieve Werther, al bestaat jouw graf niet, ik kom nu zo dichtbij dat we spoedig één in rust zijn.

Een lieve groet, je

Roy de Beunje