Lange dag in de Kamer met veel hatelijkheden

In een ruzieachtige sfeer hield de Tweede Kamer gisteren drie spoeddebatten – over het advieswerk van PvdA’er Arib onder meer. PVV en VVD tegen de rest.

Geert Wilders leidt, en de rest van de Tweede Kamer heeft maar te volgen. De VVD zonder zichtbare tegenzin, alle andere partijen met gêne en ergernis. Gisteren vulde de Partij voor de Vrijheid (PVV) de eerste vergaderdag na het debat over de regeringsverklaring met spoeddebatten over het Kamerlid Khadija Arib (PvdA) en het terugsturen van Antilliaanse criminele jongeren. Met steun van de VVD, die zelf de avond kon afsluiten met een spoeddebat over de ontsnapte tbs’er in Enschede.

Het werd een lange dag met veel hatelijkheden en nauwelijks concrete resultaten. Vooral bij het debat over het advieswerk in Marokko van Arib lieten de Kamerleden het terughoudende woordgebruik varen: totale onzin, wanstaltige vertoningen, schandalige insinuaties, heel domme opmerkingen, volstrekt belachelijk. De parlementariërs hadden gisteren weinig waardering voor elkaars argumenten. Marianne Thieme (Partij voor de Dieren) verzuchtte om half elf ’s avonds dat „borrelpraat en escalatie” niet de beste manier was om serieuze debatten te voeren. „Ik vraag mij dan ook af wat wij op dit tijdstip doen.”

Het geruzie begon al bij het vaststellen van de Kameragenda. In een volle en onrustige vergaderzaal zochten de twee kampen – PVV en VVD samen tegen de rest van de Kamer – de grenzen van de Kamerregels op om hun zin door te drijven. Kamervoorzitter Gerdi Verbeet zat ertussenin, en had het niet makkelijk: „U maakt het allemaal wel complex.”

Een Kamermeerderheid moest machteloos toekijken hoe PVV en VVD de agenda gijzelden. Beide partijen hebben samen net genoeg zetels om een spoeddebat aan te vragen. De VVD wil niet dat Wilders de vroegere VVD-onderwerpen allochtonen en criminaliteit monopoliseert. Dus kan Wilders rekenen op steun als hij deze onderwerpen aansnijdt, waarbij de VVD met het probleem zit dat de PVV altijd een extremer standpunt inneemt, en daarmee uiteindelijk de meeste aandacht trekt.

Kamervoorzitter Verbeet liet drie weken geleden PVV’er Sietse Fritsma een motie aanpassen omdat daarin getwijfeld werd aan de loyaliteit van staatssecretarissen Albayrak en Aboutaleb (beiden PvdA). Wilders was daar woedend over, maar had nu niets over de voorzitter te klagen. Verbeet moest toestaan dat de PVV urenlang opnieuw de integriteit van een PvdA’er aanviel, hoewel Wilders toegaf dat ook Kamerlid Arib geen enkele regel had geschonden.

Dat de VVD nog zoekt naar een positie ten opzichte van Wilders, bleek uit de bijdrage van Kamerlid Kamp. Hoewel hij Wilders steunde toen die een debat over Arib eiste, probeerde hij de naam van het Kamerlid lange tijd te vermijden.

[Vervolg SPOEDDEBAT: pagina 3]

SPOEDDEBAT

‘Ik hoef geen vriendjes te worden’

[Vervolg van pagina 1] Uiteindelijk noemde Kamp tijdens het debat Arib „een voorbeeld van geslaagde integratie”, hoewel hij even eerder had gezegd dat haar nevenfunctie – zij heeft zitting in een werkgroep voor de onafhankelijke Raad van de Mensenrechten in Marokko –niet goed voor de integratie was.

Kamp kreeg gisteren felle verwijten van andere partijen dat hij een „glibberig” standpunt innam en gelegenheidsargumenten gebruikte, uit angst voor de vermeende aantrekkingskracht van Wilders op VVD-kiezers.

Snelle debatten over ontsnapte en moordende tbs’ers, zo had de Tweede Kamer na langdurig onderzoek – onder leiding van voormalig Kamerlid Arno Visser van de VVD – vorig jaar vastgesteld, veroorzaken vaak meer problemen dan ze oplossen. Veel Kamerleden wilden dat goede voornemen in de praktijk brengen: eerst informatie over het incident, dan erover debatteren. Maar Kamerlid Fred Teeven (VVD) wilde het debat direct voeren, omdat hij maatregelen zou eisen die direct van kracht moesten worden – hoewel hij er aan het eind van het debat geen bezwaar tegen had dat over die directe maatregelen pas volgende week gestemd zou worden.

De eis van Kamerlid Raymond De Roon (PVV) om per se die dag nog over het terugsturen van Antilliaanse criminele jongeren te praten, ontmoette dezelfde, uiteindelijk zinloze, weerstand.

Bij de planning van een debat over de nevenfunctie van Arib ontmoette de combinatie van PVV toch een hobbeltje. VVD en PVV eisten dat premier Balkenende bij het debat aanwezig zou zijn. Daarmee zou de controverse nog langer hebben geduurd, omdat Balkenende tot volgende week in het buitenland zit. De PvdA, die de discussie over Arib zo snel mogelijk achter zich wil laten, koos daarop de aanval. Kamerlid Dijsselbloem (PvdA) eiste dat het debat die dag zou plaatsvinden. Desnoods zou hij het debat – waarvan alle partijen dan PVV en VVD vonden dat het onnodig was – zelf aanvragen.

In het debat over Khadija Arib volgde Wilders dezelfde tactiek die hij vorige week had toegepast, toen hij moties van wantrouwen indiende tegen Albayrak en Aboutaleb. Hij had niets tegen de allochtone politici persoonlijk, had ook geen enkele reden om aan te nemen dat ze iets fout hadden gedaan, maar had principiële problemen met de dubbele nationaliteit van de staatssecretarissen en de nevenfunctie van het Kamerlid. De tegenwerping van verschillende partijen dat Arib met haar werk juist de mensenrechten van vrouwen in Marokko probeert te beschermen, noemde Wilders „totaal niet relevant”. Het resultaat was hetzelfde: de motie die van Arib eiste dat ze moest kiezen tussen haar Kamerlidmaatschap en haar adviesfunctie werd door niemand ondersteund.

De frustratie van andere partijen over de manier waarop Wilders Kamerdebatten gebruikt en daarbij de parlementaire gebruiken negeert, werd verwoord door Marianne Thieme: „Wie wil inspelen op het gesundenes Volksempfinden, zou moeten nagaan of daarvoor geen andere podia te vinden zijn dan dit huis.” Maar Wilders had het al eerder tegen CU-fractievoorzitter Arie Slob gezegd: „Ik zit hier niet om vriendjes met u te worden, maar om op te komen voor al die Nederlanders die vinden dat hier zaken niet worden besproken op de manier die zou moeten. Buiten dit huis wordt daar wel over gesproken.”

Veel hoop dat het binnenkort rustig wordt, hoeft niemand wat Wilders betreft niet te koesteren: „Wat u ook zegt, ik zal mij blijven inzetten met dezelfde intentie en met dezelfde woorden.”