Instant roem

Voor jong kunsttalent is YouTube een ideaal podium: laagdrempelig, direct commentaar van kijkers en altijd de kans om plots door te breken naar miljoenen.

RON RIJGHARD

LazyDork doet zijn naam eer aan. Hij heeft een baardje, loopt in een oude pyjama, heeft een dertigersbuikje en rapt met een wanhopige blik: ‘YouTube is like liquid crack. I wanna be famous like Brad and Angelina, or even be just like Emmalina. Now I sadly realise that the YouTube fame of which I fantasize, is reserved for those whose faces are much cleaner. Emmalina gets 2000 hits the last 5 minutes. I got 4 this week. I make mad vids but they’re all ignored by the young, the restless and the eternally bored.’

LazyDork heeft gelijk. YouTube is verslavend. YouTube is voor jongeren. YouTube is voor hen die tijd in overvloed hebben. En op YouTube zijn 18-jarige Australische meisjes als Emmalina het onderwerp van gesprek, het onderwerp van de commentaren en het onderwerp van nieuwe video’s.

Wie droomt van instant roem plaatst zijn video op YouTube. Op de site die in februari twee jaar bestond deel je je werk in principe met twintig miljoen bezoekers per maand. Emmalina is een van de velen die de camera als dagboek gebruikt. Door openhartig over haar ex te spreken en door haar gekke accent werd ze een fenomeen. Dat betekent bij YouTube dat je video minimaal een half miljoen bezichtigingen, ‘views’, krijgt.

De YouTube-gemeenschap kent veel fenomenen. Maar de grootste hit van de site is Evolution of dance, die binnen een jaar het onwaarschijnlijke aantal van 47 miljoen keer is bekeken. En wat zien we: een stand-upper in T-shirt en spijkerbroek, die razendsnel en lenig in chronologische volgorde klassieke dansjes uit de popmuziek uitvoert. Ze trekken in zeven minuten allemaal voorbij in ultrakorte fragmentjes: van de twist tot de Bee Gees, Grease Lightning, de ‘moonwalk’ uit Billy Jean, breakdance, Walk like an Egyptian, vogeltjesdans, Vanilla Ice, Eminem en ‘de Macarena’. Komisch, heel komisch, maar toch vooral een act voor bruiloften en afstudeerfeestjes.

De vraag is of het zin heeft op YouTube te zoeken naar video’s die meer zijn dan lolbroekerij of egotrips. Dat zeker. Het is alleen een kwestie van goed zoeken. Van eindeloos zoeken eigenlijk, zo blijkt uit een rondgang over de site. Het is een kwestie van verschillende strategieën beproeven en beseffen dat het meeste – gezien de 65 duizend nieuwe video’s per dag – je nog zal ontgaan.

Wat wel meteen duidelijk

wordt, is hoe prettig het is – net als bij kwaliteitsmedia – als er een redactie aanwezig is die het zware werk verricht: kijken, selecteren, presenteren. Op 22 februari werd de categorie ‘Arts & animation’ (één van de twaalf op de site) veranderd in ‘Film & Animation’. Bovendien kregen de categorieën een ‘editors pick’. De eerste keuze voor de nieuwe categorie was ‘The Dead’, een geanimeerd gedicht van Billy Collins, voormalig Poet Laureate en een van de best verkopende dichters in de VS. Binnen drie dagen was de video driehonderdduizend keer bekeken.

Zo waanzinnig snel kan YouTube een gedicht populair maken. En niet ten onrechte, want het korte, sfeervolle ‘The dead’ werd door tekenaar Juan Delcan voorzien van een al even eenvoudige en treffende animatie; en de tekst kan je naast de video meelezen.

Het kan dus wel, van echte kunst genieten op YouTube. Het zijn vooral jonge kunstenaars en filmers die zich via de site profileren. Zoals de 21-jarige student Jonathan Kim, die half november zijn eerstejaars film The happiest monster op de site plaatste. Binnen drie maanden hadden ruim honderdduizend bezoekers hem gezien en gewaardeerd met vier sterren, een kwalificatie die staat voor pretty cool!

Kim is student aan Calarts, het California Institute of the Arts, een school met een rijke historie. De negen belangrijkste tekenaars van Walt Disney genoten er hun opleiding. Het heette toen nog het Chouinard Art Institute. De ‘Nine Old Men’ waren decennialang verantwoordelijk voor creaties die ieder kind kent, van Mickey Mouse tot Sneeuwwitje. Walt Disney steunde de school en de negen kwamen er geregeld voor gastcolleges.

In de klas zaten de nieuwe hoofdrolspelers van de wereldtop in animatie, zoals Brad Bird, Oscar-winnaar en maker van The Incredibles, en John Lasseter, Oscar-winnaar, regisseur van Cars en producer van Spirited Away. Zij studeerden in de jaren zeventig af. Bird en Lasseter deden er twintig jaar over voor ze de gelegenheid kregen volwaardige speelfilms te maken. Kim probeert sneller te kunnen doen wat hij wil, zegt hij desgevraagd. „Ik hoop via YouTube erkenning te krijgen, zodat ik na school sneller aan een baan kom.”

De gebruikelijke weg voor beginnende filmmakers was het insturen van werk naar festivals. Kim: „Dat vereist veel: registeren, inschrijving betalen, persberichten schrijven, dvd’s branden, enzovoort. Vervolgens ben je er niet zeker van of je film zal worden vertoond. Op YouTube ben je zeker van een reactie van het publiek. Dat was toch de voornaamste reden om mijn video online te zetten: je wil de waardering peilen. Bezoekers nemen geen blad voor de mond – soms tot vervelens toe. Het is het ideale podium om te zien of mijn talent voor verhalen vertellen zo groot is als ik zelf denk.”

De helft van zijn klasgenoten plaatst video’s op het net, vertelt Kim. „Net als bij mij is dat deels luiheid en geen zin hebben in gedoe met festivaljury’s.” Als ze het niet doen, is dat omdat festivals de „exclusiviteit” bedingen om een film als eerste te vertonen. „Veel festivals verliezen hun interesse als een film al op internet te zien is. Dat zou mensen de reden ontnemen om een festival te bezoeken. Vanwege zulke regels plaatsen studenten die per se werk naar festivals willen inzenden alleen trailers of fragmenten van hun werk op YouTube.”

Als een film niet wordt uitgekozen voor vertoning door een festival, is er YouTube om het ongelijk van de jury te bewijzen. Eind januari zette de 25-jarige Australiër Lucas Crandles zijn korte film Black Button op de site, nadat de film niet was geselecteerd voor het Tropfestival in Sydney. „We besloten hem aan het ‘forum van de wereld’ te tonen”, zegt Crandles. Niet dat het Tropfestival zo kleinschalig is. Ruim 150.000 bezoekers in bioscopen door heel Australië zagen op 18 februari de zestien korte films die de jury uit meer dan zeshonderd ingezonden films had geselecteerd.

Misschien had de jury

niet helemaal ongelijk. Op YouTube is Black Button voorlopig een bescheiden hit, met een kleine zevenduizend views in één maand. Op de schaal van YouTube, de site van de grote getallen, kun je dan nog beter een dichtbundel in het Nederlands publiceren.

„Het leek ons erg onredelijk dat we werden geweigerd, nadat het testpubliek zo positief had gereageerd”, reageert Crandles. „Op YouTube hebben we geen last van een jury met een eigen agenda en is er de mogelijkheid echte filmkijkers van over de hele wereld aan te spreken. Dat geeft YouTube zo’n enorme kracht: het publiek staat centraal en ieders opvatting is van gelijk gewicht. Ik geloof dat YouTube het einde van het korte-filmfestival is en tegelijk een ware revival van het genre.”

Daaruit spreekt ook de teleurstelling van de afgewezen maker, maar Crandles is oprecht enthousiast geworden. „De reacties zijn overweldigend. Ik krijg persoonlijke e-mails van fans die van de film hebben genoten. De afwijzing blijkt een zegen, want het heeft me de ogen geopend voor de mogelijkheden van internet. Vertoning op YouTube was niet iets dat ik had overwogen, maar in het vervolg gaan al mijn korte films rechtstreeks op YouTube.”

Crandles is mede zo trots omdat zijn film op eigen kracht aandacht kreeg. Een uitverkiezing door de redactie als ‘feature’ (er staan twintig video’s onder de ‘editors pick’ op de voorpagina van elke categorie) is doorgaans het verschil tussen wel en niet bestaan.

Dat merkte Henning Basler, een Duitse student die in Groningen op de kunstacademie zit. Hij plaatste eenvoudige animatiefilmpjes van 8 seconden online. Ze werden nauwelijks bekeken, maar aflevering 7 van zijn ‘Dirk und Thomas’ werd eruit gepikt, en kreeg plots meer dan honderdduizend ‘views’ in een maand.

Terwijl BWAP! van Marlies van der Wel blijft steken op nog geen honderd views. De 22-jarige zette de korte animatiefilmp waarmee ze vorig jaar afstudeerde aan de Hogeschool voor de Kunsten in Utrecht online. In haar geval juist op verzoek van festivals die interesse kregen nadat ze in november de tweede prijs won op het Holland Animation Film Festival. „Verder heb ik nog aan weinig mensen gezegd dat het daar te zien is. Ik moet het nog steeds op Hyves melden.”

Ook volgens haar is YouTube typisch een site voor jongeren. „Iedereen om me heen – vrienden die regisseren en shows maken – zet werk op YouTube. Ik krijg ook elke dag linkjes toegestuurd.”

Dat het fraaie BWAP! niet wordt opgemerkt, verrast niet. Er is meer kwaliteit dan de redactie in de etalage kan zetten. Simpel zoeken op ‘Best bezocht’ en ‘best gewaardeerd’ in ‘Films & Animation’ zou moeten helpen, maar die lijsten zitten verstopt met opnames van immens populaire Japanse mangaseries als Naruto en Bleach – YouTube barst van de illegale tv-opnames, ook na protestacties van enkele grote Amerikaanse firma’s tegen het schenden van hun copyright. Niettemin is de best bekeken video een door de YouTuber zelfgemaakt werk, het afstudeerproject van de 25-jarige Dony Permedi voor zijn School of Visual Arts in New York. Ruim 5 miljoen keer klikten bezoekers zijn Kiwi! aan. Het is een fraai uitgevoerd, maar niet helemaal bevredigend animatiefilmpje over een kiwi – de Nieuw-Zeelandse loopvogel – die talloze bomen tegen de wand van een ravijn timmert om na de sprong één keer het gevoel te hebben over een bos te vliegen.

Wie zo verder zoekt komt bij The Last Knit van de Finse Laura Neuvonen. De film, met meer dan een miljoen ‘views’, haalde in 2005 de shortlist van de Cartoon d’Or, de belangrijkste Europese filmprijs voor animatie.

Zo kan je ook zoeken: gericht op makers van naam en op gelauwerd werk. Dat verandert de aard van de vondsten nogal. De gearriveerde maker zet geen eigen werk online, dat doen bewonderaars. En wat je vindt, is niet meer het onbekende en het onverwachte, maar het bekende en verwachte. Hoewel ‘bekend’ een groot woord is. De korte animatiefilm, toch het genre dat floreert op YouTube, is ook weer niet iets dat dagelijks in de bioscoop of op televisie is. Dat maakt de mogelijkheid filmpjes te kunnen oproepen wanneer je maar wil tot een heuse traktatie.

Al titels en namen invoerend stuit je op mooie en minder mooie dingen. Prikkelend is bijvoorbeeld A Girls night out, een film van Joanna Quinn uit 1987. En Father and Daughter, de animatie waarmee de Nederlandse animator Michaël Dudok de Wit in 2000 een Oscar won. Er is heel veel, en dat doet voorzichtig denken aan de onuitputtelijke beschikbaarheid van muziek op het net. Door toedoen van YouTube gaat het met de visuele kunsten dezelfde kant op.

Fijn voor de consument, maar net als in de muzieksector is het de vraag wat die ‘algehele beschikbaarheid’ voor de kunstenaar gaat betekenen. Dudok de Wit heeft er dubbele gevoelens over. „Ik weet pas sinds een paar maanden dat enkele van mijn films op die site staan. Aan de ene kant vind ik het fantastisch dat zoveel duizenden mensen de films hebben bekeken, aan de andere kant schrik ik van de kwaliteit. Sommige films overleven de hoge compressievervorming, het kleine beeldformaat en onnauwkeurige geluidssynchronisatie relatief goed, maar een film zoals mijn korte film Father and Daughter lijdt daar te veel onder.” De filmer zou wel wat aan dat probleem willen doen, maar heeft nog geen tijd gehad om uit te zoeken hoe dat zou moeten.

„Vieze pixels”, noemt Marlies van der Wel dat. „De lage resolutie haalt het licht uit de film en maakt de kleuren minder krachtig. Maar het gaat nog net.”

Andere kunstvormen

vragen wellicht minder om een hoge resolutie. Maar is er meer dan film en animatie? Is er poëzie of is Billy Collins een uitzondering? Wel, vooral de toegankelijke genres als slam poetry en spoken word zijn goed vertegenwoordigd. Amerikaanse performers excelleren in dat opzicht. De kwalitatieve uitschieters komen van tv-zender HBO: optredens uit het programma Def Poetry, met dichters als Black Ice en Suheir Hammad. Hammad is een Palestijnse Amerikaanse die een indringende tekst leest over haar afkomst, de oorlog in Irak en de positie van moslims in de Verenigde Staten na 11 september. Haar jonge broer zit bij de marine, vertelt ze. „En mensen vragen me dan: welke marine?” Hier krijgt een verhaal vorm, wordt woede gebed in treffende observaties en wordt het persoonlijke gebed in maatschappelijke vraagstukken. Dat zijn die sporadische momenten van groot geluk, als de zwerftocht over YouTube wordt beloond.

Dat gaat ook op voor het opwindende ‘Slip of the tongue’. De Amerikaanse Karen Lum was 17 toen ze deze film maakte als lid van een filmclub. Haar vriend Adriel Luis schreef een furieus gedicht over hoe een Aziatische meisje zich probeerde aan te passen aan de schoonheidsidealen van blank en zwart tot ze zich van de sociale dwang losmaakte. Te zien is een jongen en meisje in een bushokje, terwijl het gedicht in de voice-over hun innerlijke stem laat horen. De jongen vindt dat ze te veel is opgemaakt en vraagt: ‘What is your ethnic make-up?’ en dan brandt zij los. De snelle montage is knap toegesneden op het ritme van de tekst, met enkele rake momenten van rust, en lipsynchronisatie van de acteurs. Met deze film won het talent een tiental prijzen op festivals. Nu wil ze film gaan studeren.

Er wordt ook geschilderd op YouTube. Sterker: Place du Tertre kan wel ontruimd worden. In talloze video’s doen portrettekenaars hun kunstje. Er zijn er aan wie je een foto kan sturen, waarna ze je ‘live’ natekenen. YouTube kent ook ‘groepen’ en zo is er een grote voor ‘art’: 1600 video’s, 500 leden, 50 discussies. Maar ook die weg leidt naar een onoverzichtelijk allegaartje van werkstukken. Wie na de zoveelste non-video maar weer overstapt op zoeken naar bekende namen vindt wel meteen videokunstenaars als Nam June Paik, Bill Viola en Bruce Nauman. En aardig kunsthistorisch materiaal: hilarische oude interviews met Andy Warhol, een jonge Jean Michel Basquiat graffiti spuitend op lege muren.

Onbegrijpelijk populair is Valerie, een jonge Amerikaanse met zwaar Spaans accent die schildert en daarbij over haar leven vertelt – ontspanningsoefeningen, naar de tandarts gaan en de onvermijdelijke ex-boyfriend. Valerie is de arty variant van Emmalina. Elke week voltooit ze een schilderij in haar ‘Val’s art diary’. Op haar eigen pagina staan er vervolgens handige links: naar eBay waar het schilderij wordt geveild, naar mySpace voor meer info en naar een kunstwinkel, waar je van het schilderij zowaar prints, posters, puzzels, muismatten (9,95 dollar), ansichtkaarten, koelkastmagneten (klein 4,95, groot 6,95 dollar) én canvasprints (110 dollar voor 16 bij 20 inch) kan bestellen. Valerie is een handige meid.

Haar brengt YouTube vast het nodige op. Voor de meeste andere kunstenaars lijkt de snelle roem zich vooralsnog te beperken tot de YouTube-gemeenschap. Het moet nog blijken of de studenten en jongeren die zich er manifesteren tot grote daden zullen komen.

Zelfs de man van ‘Evolution of dance’, komiek Judson Laipply, heeft zijn succes nog niet weten te verzilveren. De wetten van de buitenwereld zijn weerbarstig. Vorige zomer was hij al te gast in programma’s als de Today Show van NBC, maar de dvd met zijn dansjes en de sequel blijft uit, zo schrijft hij op zijn website, omdat hij er niet in slaagt de rechten op de liedjes te verkrijgen voor een aanvaardbare prijs.

De genoemde video’s zijn te zien op www.nrc.nl.