Ik houd van mensen als van honden. Hi ho

Hardop gelachen heb ik om William Sutcliffes Are You Experienced?, een hilarisch verslag van twee tieners die op een ‘poverty-tourism adventure holiday’ gaan naar India. Intellectueel gegrinnikt heb ik om Alain de Bottons Essays in Love, over een jongen die verliefd wordt op een meisje in een vliegtuig. Meestal lach ik om aandoenlijke klunzige verliefde mannen in de literatuur, zie bijvoorbeeld Hari Kunzru’s Transmission. Als de klunzigheid wordt overdreven, krijg je slapstick. Om slapstick heb ik nooit gelachen. Slapstick is kijken naar iemand die uitglijdt over een bananeschil. In 1976 publiceerde de meester van de zwarte literaire humor Kurt Vonnegut echter Slapstick, or Lonesome no More! over de contactgestoorde Dr. Wilbur Daffodil die zijn autobiografie schrijft. Hij woont op een verdieping van het ingestorte Empire State Building in een land waar een burgeroorlog heerst. Slapstick bestaat uit korte fragmenten, die steeds worden afgesloten met ‘Hi ho’ – Vonneguts handelsmerk (in Slaughterhouse Five was het ‘And so it goes’). ‘Ik kan geen onderscheid maken tussen de liefde die ik voor mensen voel en die ik voor honden heb. Hi ho’.

Als geen andere schrijver verrijkte Vonnegut de literatuur met nieuwe, soms filosofische definities van humor. ‘Humor is een bijna fysiologische reactie op angst,’ schreef hij in Man without a Country en in Slapstick noteert hij: ‘Slapstick is grotesque, situational poetry’. Slapstick is ook slapstick: als je als lezer moe bent van al die ‘hi ho’s, lees je: ‘Ik zweer het. Als ik zo lang leef dat ik deze autobiografie af kan maken, dan zal ik er opnieuw door heen gaan en alle ‘hi ho’s doorstrepen. Hi ho.’

Ik moet toegeven dat ik om Slapstick niet hardop heb gelachen. Bij Vonnegut is de bananenschil waarover de mens uitglijdt een bombardement in Dresden, een burgeroorlog, een disfunctioneel gezin of eenzaamheid. Om Vonneguts grappen moet je ook altijd een beetje huilen.

Kurt Vonnegut: Slapstick. Vintage/Ebury, €14,–