Historie behouden, ook als het drie keer niks is

Waar winden stedelingen zich over op? In Enschede protesteren burgers tegen de mogelijke sloop van een rijtje historische huizen.

Er is al heel wat gesloopt in de binnenstad van Enschede. „Toen ik hier dertig jaar geleden bij de gemeente kwam werken, vonden de meeste mensen de binnenstad drie keer niks”, vertelt stedenbouwkundige Jan Astrego. „Na het vertrek van de textielindustrie wilden de mensen het liefst helemaal opnieuw beginnen. De gebouwen kregen de schuld van de werkloosheid. Alles moest maar weg.”

We wandelen over de Noorderhagen. Aan deze smalle straat ligt een rijtje markante woningen dat onderwerp is geworden van verhitte discussies. Het college van burgemeester en wethouders wil de historische panden slopen, maar werd deze week door de gemeenteraad teruggefloten. Er moet eerst een „diepgaander onderzoek” komen naar de mogelijkheid om de panden voor Enschede te behouden.

De uitspraak van de raad volgt op een reeks protesten van burgers en organisaties, zoals de Bond Heemschut en de Historische Sociëteit van Enschede. Astrego, lid van deze club „brave burgers” en inmiddels elders als stedenbouwkundige werkzaam, vertelt dat de panden op zichzelf geen wonder van architectonische schoonheid zijn. „Het is eigenlijk een pieremachochel.” Maar de huizen vormen tezamen wel een „beeldbepalend ensemble” dat herinnert aan het oudste gedeelte van Enschede dat bij de grote brand in 1862 grotendeels werd verwoest. „Onbegrijpelijk” derhalve dat de historie van de Noorderhagen „ondergeschikt wordt gemaakt aan haalbaarheid en het kunstje van een weinig betrokken architect”, terwijl elders in de stad, bij de wederopbouw van de door de vuurwerkramp verwoeste wijk Roombeek, „kosten noch moeite” worden gespaard om de historie te bewaren.

De kwestie is ingewikkeld. De woningen aan de Noorderhagen moeten verdwijnen, om daarvoor in de plaats een aantal kamers te kunnen bouwen voor De Wonne, een christelijk geïnspireerde leefgemeenschap die zich ontfermt over mensen die „de weg kwijt zijn geraakt” of „buiten de samenleving zijn gevallen”. De leefgemeenschap resideert in een klooster pal achter de Noorderhagen, en heeft ruimte nodig omdat aan de andere kant van het klooster een woonvleugel wordt gesloopt om de bouw mogelijk te maken van het Muziekkwartier, een groots theater dat Enschede als muziekstad op de kaart moet zetten.

De Enschedese wethouder Eric Helder (PvdA) legt de onvermijdelijkheid der dingen uit. Hij wil de indruk wegnemen dat de gemeente „even een paar pandjes tegen de vlakte wil gooien”. Helder: „Wij weten heel goed dat we ons juist in Enschede drie keer moeten bedenken, omdat wij geen echt oude binnenstad hebben en we elk karakteristiek pand moeten zien te behouden.”

Dat het college uiteindelijk voor sloop heeft gekozen, heeft veel te maken met een ‘ontwerpstudie’ van architect Wytze Patijn, voormalig rijksbouwmeester en decaan van de faculteit bouwkunde van de TU Delft. Volgens de architect is het „gecompliceerd” om de deels verwaarloosde panden te verbouwen tot de comfortabele woonunits die Enschede aan de bewoners van De Wonne heeft toegezegd. De gevels laten staan zou een „cosmetische oplossing” betekenen. Patijn heeft een voorkeur voor nieuwbouw, ingepast in de historische omgeving. Patijn: „Dat is geen principieel standpunt, maar mede ingegeven door het budget. Ik heb alle begrip voor mensen die markante gebouwen willen behouden, ook als dat, zoals in dit geval, geen monumenten zijn. Als de gemeenteraad uitspreekt dat dit beeldbepalende gebouwen zijn, dan is dat volstrekt legitiem. Maar men moet dan wel een afweging maken. Behoud van deze panden zal veel duurder worden.”

Wethouder Eric Helder heeft de gemeenteraad nu beloofd de kwestie nog eens te onderzoeken. „We gaan een verdiepingsslag maken.” Hij hoopt ook dat gemeenteraadsleden zelf eens een kijkje gaan nemen in de panden. „Dan zullen ze zien hoe moeilijk de situatie is.”