Hirohito was tegen oorlog met China

In Japan zijn vandaag passages gepubliceerd uit een dagboek van een medewerker van de voormalige keizer Hirohito. Kamerheer Kuraji Ogura (1939-1945) schetst het beeld van een twijfelende leider met menselijke trekjes.

De opmerkelijkste uitspraken van de keizer handelen over de oorlog met China, die in 1937 in alle hevigheid losbarstte maar niet tot een snelle overwinning leidde. „China is boven verwachting sterk. Alle inschattingen waren verkeerd, vooral die van het leger”, zegt Hirohito in oktober 1940. Enkele maanden later trekt hij zijn conclusies: „We moeten de oorlog tegen China beëindigen en ons de komende tien jaar richten op opbouw van onze nationale sterkte”.

Eind 1942 als de oorlog tegen de geallieerden een keerpunt neemt, denkt hij weer met spijt aan de verre oorzaak van deze oorlog terug. „Ik heb de oorlog met China nooit gewild, maar er was geen houden aan gezien de unanieme harde opstelling van het leger. Eens begonnen, is oorlog moeilijk te onderbreken. Die zure les hebben we in Noord-China toch al geleerd”.

Dit lijkt op het beeld van een vredelievende, machteloze keizer, dat na de oorlog door de Amerikaanse bezettingsmacht werd gepresenteerd en op basis waarvan de in 1989 overleden Hirohito nooit terecht hoefde te staan.

Maar er is meer. De keizer zegt opgelucht te zijn als hij hoort dat zijn angst ongegrond is dat de verrassingsaanval op Pearl Harbor (7 december 1941) zou mislukken. Gesterkt door de eerste oorlogssuccessen spreekt hij de hoop uit dat na het herstel van vrede niets Japan meer in de weg zal liggen om eilanden in het zuidelijk deel van de Stille Oceaan in te lijven.

Als leider van de strijdkrachten komt hij niet verder dan algemeenheden. „Als je een oorlog begint, moet je er ook helemaal voor gaan” en „Het is belangrijk te weten wanneer je de oorlog moet stoppen”. Juist op dit laatste punt verwijten historici Hirohito dat hij zich niet inzette voor snelle beëindiging van een reeds verloren oorlog en zo de schuld draagt voor miljoenen onnodige slachtoffers.

Regelmatig spoorde de keizer zijn hofhouding aan om ook in het paleis de broekriem aan te halen nu zijn onderdanen het zo zwaar hebben. Zelfs in zijn eigen paleis had Hirohito het echter niet voor het zeggen. Hij leed onder het feit dat zijn twee jonge zoons niet bij hem opgevoed mochten worden. „Waarom kan hier niet wat bij het Britse koningshuis wel kan?”, verzuchtte hij.