Gesmoord medicijn

Een medicijnexperiment tegen longfibrose, een ziekte waarbij littekenweefsel in de longen groeit, is deze week voortijdig gestaakt. De sterfte onder de proefpersonen was ruim tien procent hoger dan in de placebogroep. Het gaat om het middel interferon-gamma, van de Amerikaanse biotechfirma InterMune. Het onderzoek dat nu abrupt is gesmoord, had moeten leiden tot de officiële registratie van interferon-gamma als longfibrose-medicijn. De vraag is hoe het zover heeft kunnen komen.

In de placebogroep stierf 17 procent van de patiënten, in de behandelgroep was dat maar 10 procent – maar dat kon met 330 deelnemende patiënten nog net toeval zijn. Samenvoegen van dit resultaat met de uitslagen van twee kleinere onderzoeken (een meta-analyse met 390 patiënten) leverde wel minder doden door interferon-gamma op. Commentatoren benadrukten dat interferon wél goed hielp bij mensen die nog niet ernstig ziek waren.

Onder dat dreigende gesternte begon de INSPIRE-studie, met zeshonderd longfibrosepatiënten die nog niet zo ziek waren. Dat moest goed gaan. InterMune stuurde trotse persberichten rond. Daarin stond eind 2005 opeens dat het aantal deelnemers werd verhoogd van zes- naar achthonderd. Niet best, want een medicijn dat het verschil weet te maken, doet dat ook in een kleine groep. Het was een voorbode die de beursanalisten toch niet goed hebben gezien, want de waarde van het aandeel InterMune daalde dinsdag in één klap met 6 dollar naar 22 dollar.

Wim Köhler