Geert Wilders blijft het proberen

Voor de derde keer binnen één week heeft Tweede-Kamerlid Geert Wilders (PVV) een motie ingediend die gericht is tegen een van oorsprong allochtone politicus. De motie van gisteren riep Kamerlid Khadija Arib (PvdA) op te kiezen tussen het Kamerlidmaatschap of haar deelname aan een adviescommissie voor de onafhankelijke Raad van de Mensenrechten in Marokko.

De motie van Wilders werd door geen enkele andere partij gesteund. Ook de VVD, die binnen en buiten de Kamer bezwaren had geuit tegen de nevenfunctie van Arib, stemde niet met Wilders mee. Datzelfde gebeurde bij de moties van wantrouwen vorige week tegen de staatssecretarissen Aboutaleb en Albayrak (beiden PvdA). Wilders beriep zich weer op de steun van „de meeste Nederlanders”.

Aan het begin van het debat liet de PvdA, na onderzoek naar het advieswerk van Arib, weten geen enkele twijfel over haar integriteit te hebben. Alle partijen (PvdA, CDA, ChristenUnie, GroenLinks, D66, SP en SGP) uitgezonderd de VVD maakten bezwaar tegen het feit dat Wilders ondanks dit onderzoek, en zonder bewijs dat Arib regels overtreedt, zich toch tegen het Kamerlid keerde.

Wilders beaamde dat Arib niet in strijd met de wet handelt. Hij vindt het principieel „schandelijk” dat Kamerleden advieswerk voor een andere overheid doen. De tegenwerping dat Arib met haar werk juist de mensenrechten van vrouwen in Marokko probeert te beschermen, noemde Wilders „totaal niet relevant”.

Het debat was kil, alle partijen (behalve VVD en PVV) zeiden zich te schamen voor het feit dat ze door die twee partijen gedwongen werden te debatteren over wat zij zagen als een persoonlijke aanval op Arib. Kamerlid Henk Kamp (VVD) kreeg van Femke Halsema het verwijt dat hij Arib had „geslachtofferd” vanwege een „electorale strijd” met Wilders. Hij noemde de bijdragen van Halsema „heel erg dom” en „volstrekt belachelijk”.