Geen interesse in nieuwe fondsen

Dit is geen goede week geweest voor het binnenhalen van nieuw kapitaal in Europa. Eergisteren gaf de Britse hedgefondsbeheerder Brevan Howard toe de doelstelling van 1,5 miljard euro voor zijn nieuwe beursgenoteerde beleggingsvehikel niet te zullen halen. En gisteren maakte participatiemaatschappij 3i bekend minder dan de helft van de beoogde 1,3 miljard pond te hebben geïncasseerd voor zijn nieuwe beursgenoteerde infrastructuurfonds. Omdat 3i zelf 325 miljoen pond van de opgehaalde 700 miljoen pond heeft neergeteld, is het feitelijk ingelegde bedrag aan ‘nieuw’ geld teleurstellend laag.

3i’s doel leek om twee redenen ambitieus. Terwijl 3i van plan was voor 325 miljoen pond aan eigen bezittingen in het fonds onder te brengen, zou de rest van het geld in contanten worden vastgehouden in afwachting van de aankoop van infrastructurele belangen op de open markt. Beleggers vreesden dat het in deposito houden van zo’n 1 miljard pond nadelige gevolgen zou kunnen hebben voor de prestaties. Het fonds zal nu van start gaan met 375 miljoen pond aan contanten in kas.

Er zijn twijfels over de wijsheid van het beleggen in permanente kapitaalfondsen. Dat kan zinvol zijn voor kleine beleggers, die de dagelijkse liquiditeit van hun aandelen waarderen. Maar dit soort beursgenoteerde beleggingsvehikels zijn minder aantrekkelijk voor institutionele beleggers, die op lange termijn speculeren en zich minder bezighouden met de dagelijkse liquiditeit.

Zij vinden het belangrijker dat ze hun aandelen tegen de nettowaarde te gelde kunnen maken. Het is dus geen verrassing dat institutionele beleggers doorgaans de voorkeur geven aan fondsen met een open eind.

Permanente kapitaalfondsen liggen meer voor de hand bij infrastructurele projecten, omdat het daarbij gaat om weinig liquide langetermijnbeleggingen die moeten worden geschraagd door geld dat voor langere tijd wordt vastgezet. Ook zouden overheden er de voorkeur aan geven infrastructurele overeenkomsten af te sluiten met dit soort fondsen.

Permanente kapitaalfondsen hebben vermogensbeheerders veel meer te bieden dan beleggers. Ze krijgen een waardevollere winststroom en, bij infrastructuurfondsen, de kans om lucratieve transactie- en adviesvergoedingen op te strijken. Dat is de reden dat ze bereid zijn zo’n groot deel van hun eigen geld te spenderen aan de eenmalige kosten van het oprichten van deze fondsen. Toch zijn beleggers niet overtuigd, en daar hebben ze gelijk in.

Simon Nixon

Voor meer commentaar uit Londen: www.breakingviews.com.Vertaling Menno Grootveld